2001/3 gegrond

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

 

 

 

 

X

tegen

 

 

B. Ebisch (Dagblad De Limburger)

 

 

 

Bij brief van 6 september 2000 met een bijlage heeft X te Venray (klager) een klacht ingediend tegen B. Ebisch (verweerder). B. Ebisch heeft hierop gereageerd bij brief van 27 september 2000 met een bijlage onder begeleidend schrijven van G.M.J. Bouten, adjunct-hoofdredacteur van Dagblad De Limburger, van diezelfde datum.

 

 

 

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 18 januari 2001 buiten aanwezigheid van partijen.

 

 

 

 

 

DE FEITEN

Op 15 juli 2000 is in Dagblad De Limburger een artikel van de hand van verweerder verschenen met de kop "De duistere weg van Jan Boerland".
In dit artikel zijn de volledige naam en woonplaats van klager genoemd en wordt zijn relatie met Jan Boerland beschreven. Het artikel vermeldt onder meer dat Boerland met klager de afspraak heeft gemaakt, dat klager Boerland zou slaan als deze dronken achter de bar zou staan. Volgens het artikel heeft klager Boerland vervolgens geslagen, ten gevolge waarvan Boerland in het ziekenhuis is beland en klager door de politie is aangehouden.

 

 

 

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij al ongeveer zes jaar geen contact meer heeft met Boerland. Toen verweerder hem benaderde voor een interview, heeft hij meegedeeld dat hij noch bij het artikel betrokken wenste te zijn, noch daarin genoemd wilde worden.
Niettemin zijn zijn naam en woonplaats in het artikel vermeld en is hij daarin afgeschilderd als een gewelddadig persoon. De berichtgeving over de afspraak met Boerland is onjuist, aldus klager. Volgens hem wordt voorts ten onrechte de indruk gewekt dat hij aan het artikel zijn medewerking heeft verleend. Klager stelt ten slotte dat zijn naam uniek is in Nederland en hij betoogt dat dientengevolge met het artikel zijn privacy is aangetast.

 

 

Volgens verweerder heeft klager in een eerste telefoongesprek bepaalde informatie bevestigd en pas in een later stadium aangegeven niet aan het artikel te willen meewerken. De bronnen zijn in het artikel zoveel mogelijk genoemd. Bovendien speelt klager een wezenlijke rol in het deel van het leven van Boerland, zoals dat in het artikel wordt beschreven, aldus verweerder.
Hij wijst erop dat het Dagblad van Noord-Limburg in een artikel met de kop "Klappen op 'afspraak' in café Venlo" eerder aandacht heeft besteed aan de tussen klager en Boerland gemaakte afspraak en de gevolgen daarvan. Klager is veroordeeld tot een geldboete en voorwaardelijke vrijheidsstraf en diende bovendien schadevergoeding aan Boerland te betalen.
Uiteindelijk stelt verweerder dat de gegevens over klager ertoe dienden om de publicatie over Boerland zo volledig mogelijk te maken, opdat de lezer zich een waarheidsgetrouw en controleerbaar beeld van de feiten kon vormen.

 

 

 

 

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht spitst zich toe op de vermelding van de persoonsgegevens van klager. In een vergelijkbare kwestie (B. van 't Hof tegen de hoofdredacteur van de Goudsche Courant, RvdJ 2000/26) heeft de Raad als volgt overwogen: "Voorop staat dat ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van veroordeelden terughoudendheid in de berichtgeving is geboden. Een journalist dient dan ook in beginsel te voorkomen dat een verdachte of veroordeelde kan worden geïdentificeerd Slechts in geval van bijzondere omstandigheden kan van deze regel worden afgeweken."
Bovendien heeft de Raad eerder (zie: E. van Geffen tegen Panorama, RvdJ 1980/7) overwogen: "dat naarmate een langere periode is verstreken na het plaatsvinden van het criminele gebeuren, van de journalist een grotere mate van zorgvuldigheid mag worden verlangd met het oog op het belang van de verdachte c.q. veroordeelde."

 

 

De Raad acht aannemelijk dat de naam van klager in Nederland verder niet dan wel zelden voorkomt. Voorts is hij van mening dat het vermelden van de persoonsgegevens van klager voor de inhoud van het artikel niet relevant is en die vermelding derhalve disfunctioneel is.

 

 

 

Alles in aanmerking genomen komt de Raad tot het oordeel dat met het vermelden van klagers gegevens grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

 

 

 

 

 

BESLISSING

De klacht is gegrond.

 

 

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad De Limburger te publiceren.

 

 

 

Aldus vastgesteld door de Raad op 23 februari 2001 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mr. D.T. Dalmolen, mr. A. Herstel en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

 

 

 

Uitspraak 2001-03