2001/29 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.A.A. de Vries

tegen

de hoofdredacteur van De Echo

Bij brief met drie bijlagen, ontvangen op 15 februari 2001 heeft A.A.A. de Vries te Amsterdam (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Echo (verweerder). Hierop heeft A. Brakenhoff, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 29 maart 2001.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 juni 2001 in aanwezigheid van klaagster. Verweerder is niet verschenen.

DE FEITEN

Op 14 juni 2000 is in De Echo een artikel verschenen onder de kop "Tina (14) uit Liberia zoekt met spoed Nederlands pleeggezin. Een veilig thuis gevraagd.". Het artikel, dat gaat over de pleegdochter van klaagster, bevat onder meer de volgende passage:
"Twee jaar later is gebleken dat het toch niet klikt tussen Tina en haar pleegmoeder. Daarom is De Opbouw, een instelling voor ambulante jeugdhulpverlening, nu op zoek naar een nieuw pleeggezin. Maritza Wondergem, de voogd van Tina, hoopt dat dit gezin zich snel aanmeldt."
In het artikel zijn - naast voornaam, leeftijd en land van herkomst - de woonplaats en school van klaagsters pleegdochter genoemd. Aan het slot is vermeld dat reacties kunnen worden gestuurd naar Pleegzorgteam De Opbouw.

Klaagster heeft zowel telefonisch als schriftelijk haar bezwaren aan verweerder kenbaar gemaakt en verzocht om een gesprek. Hierop heeft verweerder in een brief van 25 januari 2001 gevraagd of klaagster haar verzoek nader kon toelichten. Klaagster heeft vervolgens aan de Raad om bemiddeling verzocht. Nadat verweerder te kennen had gegeven aan bemiddeling niet te willen meewerken, is de klacht in behandeling genomen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat diverse persoonlijke gegevens van haar pleegdochter Tina zijn genoemd. Dit heeft ertoe geleid dat klaagster en haar pleegdochter in het artikel zijn herkend. Zij zijn beiden op het artikel aangesproken. Haar privacy en die van Tina zijn door het artikel geschaad, aldus klaagster. Desgevraagd deelt zij ter zitting mee, dat ze ervan op de hoogte was dat voor Tina een nieuw pleeggezin werd gezocht. De voogdes van Tina heeft het artikel vooraf ingezien, maar heeft klaagster niet voor publicatie daarover kunnen informeren.

Verweerder stelt dat De Opbouw hem heeft benaderd met het verzoek om voor Tina een pleeggezin te zoeken. Het artikel diende enige relevante achtergrondinformatie te bevatten, waarbij - om privacyredenen - de nodige zorgvuldigheid in acht is genomen. Verweerder heeft slechts De Opbouw en het pleegkind een dienst willen bewijzen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het artikel is totstandgekomen op initiatief van de voogdes (wettelijke vertegenwoordigster) van klaagsters pleegdochter. Zowel de voogdes als de hulpverleningsinstelling De Opbouw heeft haar medewerking verleend. De voogdes, die het artikel voor publicatie heeft ingezien, heeft tegen de inhoud blijkbaar geen bezwaar gemaakt. Gelet op deze gang van zaken alsmede de neutrale bewoordingen waarin de positie van Tina in het artikel wordt beschreven, mocht de journalist er van uitgaan dat het artikel bij geen der betrokkenen op bezwaren zou stuiten. Aanleiding om te verifiëren of dit ook voor klaagster gold was er dan ook niet.
De Raad volgt verweerder in zijn betoog dat het vermelden van leeftijd, achtergrond en school van klaagsters pleegdochter gelet op het doel van de publicatie - het vinden van een nieuw pleeggezin - relevant was. Dat de combinatie van die gegevens met haar voornaam bij sommigen heeft geleid tot, door klaagster als een inbreuk op haar privacy en die van Tina ervaren, herkenning kan gelet op de wijze van totstandkoming en het doel van het artikel niet leiden tot het oordeel dat verweerder grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Overigens zou verweerder er uit een oogpunt van behoorlijke klachtenbehandeling beter aan hebben gedaan in te gaan op het verzoek van klaagster om een gesprek naar aanleiding van het artikel. Ook als juist zou zijn dat klaagster niet precies duidelijk heeft gemaakt wat zij daarmee beoogde, zou gezien het onderwerp van het artikel alleen al het feit dat een zo direct betrokkene als de pleegmoeder (klaagster) dat gesprek wil voldoende aanleiding moeten zijn om aan die wens gehoor te geven.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Echo te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 augustus 2001 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, T.G.G. Bouwman, drs. G.H.J.M. Bueters, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en mw. drs. B.L.W. Tillema en leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 2001-29