2001/28

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

 

 

de stichting Hippisch Centrum Exloo

 

 

 

 

tegen

 

 

 

 

S. Stegen

 

 

 

 

Bij brief van 8 februari 2001 met een bijlage heeft T. Muijsers-Geurts, secretaris, namens de stichting Hippisch Centrum Exloo (klaagster) een klacht ingediend tegen S. Stegen (verweerder). Hierop heeft verweerder gereageerd in een brief die de Raad op 7 maart 2001 heeft ontvangen. In een brief van 2 mei 2001 met zes bijlagen hebben Muijsers-Geurts en J. Bakker, voorzitter, de klacht nader toegelicht.

 

 

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 juni 2001. Namens klaagster is daar voornoemde Muijsers-Geurts verschenen. Verweerder is niet verschenen.

 

DE FEITEN

Op 31 januari 2001 is in de Drentse Courant een artikel van de hand van Stegen verschenen onder de kop "Hippisch Centrum Exloo ligt onder vuur". De intro van het artikel luidt:
"De kans is zeer groot dat de Drentse ruiterkampioenschappen van komende zomer niet in Exloo plaats gaan vinden. De Drentse Bond van LR en PC ziet daar geen mogelijkheden meer toe nu de Stichting Hippisch Centrum Exloo golfbanen op een deel van het terrein heeft aangelegd. Ook op andere fronten rommelt het in het Hippisch Centrum aan de Valtherweg."
Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
"Boze tongen beweren dat Bakker er bewust op aanstuurt dat het hippisch centrum in een neerwaartse spiraal komt, om zodoende uiteindelijk zelf beslag op het met Europese subsidie gebouwde complex te kunnen leggen. Bakker zou al eigenaar zijn van de grond rond het centrum. Volgens Bakker is het allemaal onzin en draait het centrum juist erg goed. Hij spreekt van een opwaartse lijn en is vol vertrouwen."
Klaagster is een overkoepelende organisatie van verenigingen en stichtingen.

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat het artikel diverse onjuistheden bevat. De golfbanen zijn aangelegd door de Stichting Golfclub Exloo, die daarvoor grond heeft gehuurd van klaagster. Deze grond vertegenwoordigt een aanzienlijke waarde. De golfclub wil uitbreiden en zoekt daarvoor aansluiting bij het Hippisch Centrum. De gronden die de heer Bakker, voorzitter van klaagster, in het bezit heeft, zijn vanaf de oprichting van de manege herhaaldelijk bij klaagster in bruikleen als sportterrein en parkeergelegenheid. In het artikel wordt ten onrechte de indruk gewekt dat Bakker op onfatsoenlijke wijze probeert het centrum te verwerven Bovendien wordt gesuggereerd dat op dit punt hoor en wederhoor is toegepast, hetgeen niet is gebeurd. Verweerder heeft Bakker alleen gevraagd naar de financiële situatie bij klaagster, en niet naar zijn persoonlijke bedoelingen.
Ten gevolge van de berichtgeving wordt zowel aan klaagster als aan haar voorzitter schade toegebracht.

 

 

Verweerder stelt dat de essentie van het artikel door klaagster niet is betwist. Die essentie is dat, door ondoordacht handelen en gebrekkige communicatie van bij klaagster aangesloten organisaties, de Drentse zomerkampioenschappen voor Exloo verloren zijn gegaan. De informatie dat het verder rommelt in het Hippisch Centrum is afkomstig van informanten die anoniem willen blijven. Die ontwikkelingen zijn in het artikel geïllustreerd aan de hand van voorbeelden.
Volgens verweerder heeft hij het beginsel van hoor en wederhoor correct toegepast. In de gewraakte passage over klaagsters financiële situatie heeft hij gevoelens en gedachten verwoord, die heersen bij een deel van de bezoekers en gebruikers van het Hippisch Centrum. Verweerder heeft aldus melding gemaakt van geruchten, waarbij Bakker de ruimte heeft gekregen (namens klaagster) zijn mening te geven.

 

 

 

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht valt uiteen in de volgende onderdelen:
a. het ten onrechte wekken van de suggestie dat klaagsters voorzitter op onfatsoenlijke wijze tracht het centrum te verwerven;
b. het niet toepassen van wederhoor ten aanzien van de hiervoor vermelde suggestie;
c. het vermelden van feitelijke onjuistheden.

 

 

Onderdeel a. van de klacht is gegrond. Klaagster heeft gemotiveerd aangevoerd dat de gewekte suggestie, dat haar voorzitter onfatsoenlijk zou handelen, onjuist is. Verweerder stelt daar tegenover dat hij in de gewraakte passage melding heeft gemaakt van geruchten over de handelwijze van klaagsters voorzitter, en dat dit is weergegeven door de zinsnede "Boze tongen beweren...". Bij een dergelijke berichtgeving behoeft een journalist in het algemeen niet de feitelijke juistheid van de geruchten zélf aan te tonen. Hij dient echter wel voldoende aannemelijk te maken dat de geruchten waarop hij zich baseert ook daadwerkelijk circuleren (vgl. onder meer: Canal+ Nederland BV tegen Reclameweek, RvdJ 1999/47 en Kröner tegen ANP e.a., RvdJ 2000/55). Dat is hier niet gebeurd. Voor de gewekte suggestie bestaat onvoldoende grondslag en verweerder heeft wat onderdeel a. betreft grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

 

Met de zinsnede "Volgens Bakker is het allemaal onzin..." wordt aan de lezer voldoende duidelijk gemaakt dat Bakker alle aantijgingen, zowel die gericht tegen hem persoonlijk als die gericht tegen hem als voorzitter van klaagster, betwist. Het enkele feit dat, zoals klaagster heeft gesteld, verweerder aan Bakker niet de vraag heeft voorgelegd of zijn uiteindelijke bedoeling was zelf het complex van het Hippisch Centrum te verkrijgen, kan dan niet leiden tot het oordeel dat verweerder aan Bakker onvoldoende gelegenheid tot weerwoord heeft geboden. Onjuistheden van betekenis heeft de Raad niet kunnen vaststellen. De onderdelen b. en c. van de klacht zijn dus ongegrond.

 

 

BESLISSING

Onderdeel a. van de klacht is gegrond, voor het overige is de klacht ongegrond.

 

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Drentse Courant te (doen) publiceren.

 

 

 

 

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 augustus 2001 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, T.G.G. Bouwman, drs. G.H.J.M. Bueters, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en mw. drs. B.L.W. Tillema en leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitspraak 2001-28