2001/27 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R. Nahar

tegen

de eindredacteur van het programma 'Catherine' (TéVé Holland)

Bij brief van 24 februari 2001 met een bijlage heeft R. Nahar te Amsterdam (klaagster) een klacht ingediend tegen de eindredacteur van het programma 'Catherine' (verweerder). Hierop heeft M van Bussel, eindredacteur, gereageerd in een brief van 21 maart 2001.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 juni 2001. Klaagster is daar verschenen vergezeld van haar echtgenoot. Verweerder is niet verschenen. Ter zitting is een video-opname van de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 19 december 2000 is op RTL4 een aflevering van het programma 'Catherine' met de titel "Zus, waarom maken we ruzie?" uitgezonden (verder te noemen: de uitzending). In de uitzending wordt de zus van klaagster aan het woord gelaten.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat haar zus zich in de uitzending bijzonder kwetsend over klaagster uitlaat. Volgens klaagster had verweerder haar gelegenheid moet bieden op die uitlatingen te reageren, waarbij zij erop wijst dat de uitzending van tevoren is opgenomen. Verweerder heeft dit echter nagelaten en aldus de zus van klaagster de mogelijkheid gegeven de goede naam van klaagster te beschadigen.

Volgens verweerder was het doel van de uitzending een algemeen probleem, te weten ruzie tussen zussen, persoonlijk en herkenbaar te maken door drie verschillende verhalen te laten horen. Het was niet de bedoeling om zussen in het programma te herenigen. Een van de gasten was de zus van klaagster, die vertelde dat tussen hen beiden ruzie was ontstaan omdat klaagster 'zich te goed zou voelen'. De dochter van klaagsters zus zat in het publiek om het relaas van haar moeder te ondersteunen.
Verweerder stelt dat hij in de voorbereiding van het programma heeft geprobeerd contact te zoeken met de zussen van de gasten in de uitzending om ook hun visie te vernemen. Klaagster was echter niet te traceren. Haar zus had meegedeeld niet te weten waar klaagster woonde, behalve dat dit 'ergens in Amsterdam Noord' zou zijn. Een redacteur heeft weliswaar via internet alle personen met de achternaam van klaagster en woonachtig in Amsterdam telefonisch benaderd, maar geen van hen was familie van of kende klaagster.
Overigens wilde verweerder voorkomen dat een conflictueus programma zou ontstaan, waarin de nadruk te veel op de aard van de ruzie zou liggen en te weinig op de emoties. Daarom werden de zussen niet uitgenodigd voor de opname van de uitzending. In plaats daarvan heeft Catherine Keyl, meer dan in andere afleveringen van het programma, in de uitzending benadrukt dat slechts één kant van het verhaal werd belicht. Bovendien heeft zij samen met psychotherapeute A. Schmidt, die in de uitzending aanwezig was, voorkomen dat de 'Zwarte Piet' werd toebedeeld aan de niet aanwezige zussen. Verweerder wijst in dit verband op een aantal citaten van Catherine Keyl, waaronder: "Wacht even, ik vind dat je nu wel heel ver gaat. Want de zuster van je moeder (klaagster) is hier niet, en wat je nu zegt gaat heel ver. Dus ik ga het nou gewoon voor de zus van je moeder (klaagster) opnemen. Want jij zegt dat maar zo...." Aldus was voor de kijker volledig duidelijk dat het verhaal van klaagsters zus háár versie van de werkelijkheid was.
Ten slotte stelt verweerder het te betreuren dat het optreden van haar zus klaagster zo heeft aangegrepen. Hierover zijn na de uitzending met klaagster en haar echtgenoot goede gesprekken gevoerd. Uitgangspunt van het programma 'Catherine' is echter mensen een platform te geven voor het uiten van hun meningen en emoties. Dat die niet altijd voor iedereen even plezierig zijn, is daarbij helaas onvermijdelijk, aldus verweerder.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In de uitzending is aan de zus en de nicht van klaagster voluit de gelegenheid geboden om zeer kwetsende uitlatingen te doen aan het adres van klaagster. Jegens klaagster had zonder meer wederhoor moeten worden toegepast. Dat dit niet is gebeurd, valt verweerder, die niet aannemelijk heeft gemaakt dat in redelijkheid alles is gedaan om vóór de uitzending met klaagster in contact te treden, te verwijten. Anders dan verweerder lijkt te menen kan de wijze waarop Catherine Keyl in de uitzending "ter verdediging" van klaagster is opgetreden niet als een (passende) vorm van wederhoor worden aangemerkt.
De Raad wijst er ten overvloede nog op dat, nu het om een vooraf opgenomen uitzending gaat, verweerder er voor had kunnen kiezen de bewuste uitlatingen te schrappen.
Het achterwege laten van wederhoor leidt in dit geval tot het oordeel dat verweerder de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder te bewerkstelligen dat RTL4 aan deze beslissing aandacht besteedt door middel van een publicatie op teletekst en/of internet..

Aldus vastgesteld door de Raad op 13 juli 2001 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, T.G.G. Bouwman, drs. G.H.J.M. Bueters, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en mw. drs. B.L.W. Tillema en leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 2001-27