2001/22 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Ch. L. Geerts (R.J.J. Nijhuis Holding BV)

tegen

B. Middelburg en de hoofdredacteur van Het Parool

Bij brief van 14 februari 2001 met een bijlage heeft Ch.L. Geerts te Wijdewormer (klager) een klacht ingediend tegen B. Middelburg en de hoofdredacteur van Het Parool (verweerders). Hierop heeft Middelburg gereageerd in een brief van 22 maart 2001 met zes bijlagen. Klager heeft de klacht nader toegelicht bij faxbericht van 27 april 2001, waarop Middelburg nog diezelfde dag en eveneens per fax heeft geantwoord.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 mei 2001. Namens klager is daar H. Knoop en aan de zijde van verweerders Middelburg verschenen.

DE FEITEN

In Het Parool van 5 februari 2001 is een artikel verschenen van de hand van Middelburg onder de kop "Bankier voor moeilijke zaken". De introductie van het artikel luidt:
"De Amsterdamse ambtenaar Van E., die als directeur optreedt voor criminele witwasmaatschappijtjes, blijkt op de Wallen ook priv├ę te handelen in onroerend goed. Hij wordt daarbij gefinancierd door R.J.J. Nijhuis Holding, een besloten vennootschap van seksbaas 'Dikke Charles' Geerts."
Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
"Geerts bouwde in de jaren zeventig en tachtig zijn bv Scala Agenturen uit tot een van de grootste pornoconcerns ter wereld. (...) Scala werd begin jaren negentig door de gemeente de toegang geweigerd tot het bedrijvenpark Teleport in West, onder meer vanwege zakelijke banden met de organisatie van maffia-baas Klaas Bruinsma. In de jaren 1992-1993 werd Geerts door het IRT Noord-Holland/Utrecht gezien als een kopstuk van de Delta-organisatie. Samen met Cok en toenmalig advocaat John Engelsma betaalde Geerts midden jaren negentig in het kader van een schikking circa twaalf miljoen gulden aan justitie (de 'Delta-deal'), om te voorkomen dat het openbaar ministerie een strafzaak tegen de drie zou doorzetten wegens omvangrijke belastingfraude en valsheid in geschrifte bij een witwasoperatie."
en
"De afgelopen jaren, na de verkoop van zijn pornogroothandel, manifesteert Geerts zich weer als grote onroerendgoedeigenaar op en rond de Wallen. Hij verwerft daarbij niet alleen onroerend goed, maar fungeert ook als een soort 'bank' voor andere (seks) ondernemers die bij regulieren banken niet terecht kunnen. Vanwege dergelijke leningen deed justitie eind 1997 een inval bij Nijhuis Holding van Geerts. Die inval werd gedaan in de strafzaak tegen onder anderen Bertus C. en Citon C., twee seksexploitanten op de Wallen die verdacht werden van hasjhandel. Aanleiding tot de inval was dat Geerts Bertus C. en Citon C. via Nijhuis hypothecaire leningen had verstrekt en ook met beiden deelnam in een andere bv ."

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat de passage over de weigering van toegang tot het bedrijvenpark Teleport onjuiste informatie bevat. Tussen Scala en Bruinsma hebben nooit banden bestaan, hetgeen aan verweerders bekend is, aldus klager. Bovendien is de vermelding dat hij als een kopstuk van de Delta-organisatie werd gezien, slechts een deel van de waarheid. Uit de IRT-enquete is gebleken dat geen Delta-organisatie heeft bestaan. Klager heeft een schriftelijke verklaring van de officier van justitie ontvangen, dat hij van enig strafbaar feit wordt verdacht, noch anderszins onderwerp is van een strafrechtelijk onderzoek. Verweerders zijn van deze verklaring op de hoogte en het verzwijgen ervan is dan ook in strijd met journalistiek fatsoen. Dat hij tezamen met Engelsma en Cok in het kader van een dispuut met de fiscus een schikking heeft getroffen kan, zo stelt klager, niet worden uitgelegd als bewijs van crimineel handelen. Deze schikking had overigens niet te maken met zijn vermeende betrokkenheid bij de Delta-organisatie.
Verder stelt hij dat met de zin "Vanwege dergelijke leningen deed justitie eind 1997 een inval bij Nijhuis Holding van Geerts." de indruk wordt gewekt dat aan de door klager verstrekte leningen strafrechtelijk iets schort en dat mede om die reden de inval is gedaan. In werkelijkheid ging het om strafrechtelijk onderzoek tegen derden. Anders dan wordt gesuggereerd, zijn de hypothecaire leningen zelf geen voorwerp van justitieel onderzoek.
Klager betoogt dat hij door deze onjuiste en suggestieve berichtgeving ernstige schade lijdt.

Verweerders betogen allereerst dat klager niet betwist dat hij de desbetreffende hypothecaire lening heeft verstrekt en dat hij doelwit is geweest in het Delta-onderzoek van het IRT Noord-Holland/Utrecht. Volgens verweerders is uit diverse bronnen gebleken dat dwarsverbanden bestaan tussen het toenmalige bedrijf van klager - het Nijco-concern, waarvan Scala een dochteronderneming was - en de Bruinsma-clan. Zij wijzen vervolgens op een getuigenverklaring van iemand werkzaam bij de gemeente Amsterdam dat Scala ten onrechte had voorgewend te handelen in stripboeken en video's voor kinderen en dat dat aanleiding vormde om Scala te weren van het bedrijvenpark Teleport West. Dit laat onverlet dat de connectie met Bruinsma in de onderzoekingen en overwegingen van de gemeente een belangrijke rol speelde, aldus verweerders. Zij stellen verder dat klager ten onrechte suggereert dat hij na stopzetting van het Delta-onderzoek geheel zou zijn vrijgepleit en dat die affaire voor hem geen enkel strafrechtelijk gevolg heeft gehad. Het Delta-onderzoek is niet gestaakt, omdat er niets aan de hand was, maar omdat de gehanteerde opsporingsmethoden niet toelaatbaar werden geacht. Bovendien heeft de FIOD het onderzoek tegen onder anderen klager en Engelsma voortgezet, hetgeen leidde tot gerechtelijke vooronderzoeken tegen klager, Engelsma en Cok, tot invallen en tot de zogeheten 'Delta-deal' met justitie. Dat uit de IRT-enquete zou zijn gebleken dat er geen Delta-organisatie heeft bestaan, zoals klager stelt, is uit geen enkel rapport af te leiden en is ook niet juist.
Voorts is in het artikel duidelijk aangegeven dat de inval bij Nijhuis de strafzaak tegen anderen dan klager betrof. Klager is niet als verdachte genoemd.
Verweerders wijzen er ten slotte nog op dat het artikel deel uitmaakt van een artikelenreeks over een witwasoperatie rond een Amsterdamse ambtenaar, en daarvan niet los kan worden gezien. Deze publicaties dienen een groot maatschappelijk belang, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht betreft allereerst de passage over Scala en het bedrijvenpark Teleport. Verweerders hebben ter zake verwezen naar het door hen overgelegde proces-verbaal van een voorlopig getuigenverhoor van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam, van 15 juni 1992. Blijkens dit proces-verbaal verklaarde een beleidsmedewerker bij de gemeente Amsterdam onder meer:
"Toen ik in gesprek was met Van Gelder heb ik een brief gezien van april 1990, afkomstig van Scala, gericht aan het grondbedrijf. Daarin was vermeld dat Scala zich bezighield met het vervaardigen van stripboeken, stripverhalen voor kinderen en video's."
en
"Vorig jaar in de zomer kwam [-----] op mijn kamer. Zij vroeg mij: "die zaak van Scala. Is daar de naam Bruinsma gevallen?" Ik heb daarop geantwoord: "ja". Daarna verliet zij mijn kamer. Hierbij wil ik opmerken, dat ik haar vraag destijds een bevestigend antwoord heb gegeven om de volgende reden. In september 1990 was op het grondbedrijf de naam van Bruinsma gevallen. Dat moet zijn geweest bij iemand die bij de zaak Scala betrokken was. Het zou Van Gelder kunnen zijn, maar ook iemand anders. Toen op grondzaken de naam van Bruinsma viel, werd Bruinsma genoemd als zijnde iemand die bij Scala met geld betrokken zou zijn."
en
"Op een vraag of Bruinsma ook onderwerp van mijn onderzoek was, antwoord ik als volgt. Het grondbedrijf had een titel nodig voor weigering van gronduitgifte aan Scala in het Teleport project. Omdat ik zelf niet wist of pornohandel een voldoende juridische basis was om het bedrijf te weigeren, heb ik daarover mr Werner geraadpleegd. Mr Werner zei dat dit voldoende juridische basis voor een weigering was, omdat Scala bij haar aanvraag had verzwegen wat haar werkelijke product was. Om die reden heeft mijn onderzoek zich slechts daarop gericht. Op de vraag of ik bij het grondbedrijf heb geïnformeerd wie haar verteld zou hebben dat Bruinsma met Scala te maken had, antwoord ik, dat de aannemer dat zou hebben verteld."

De Raad begrijpt de verklaring aldus, dat Bruinsma bij het onderzoek naar Scala een rol heeft gespeeld, maar dat de mogelijke banden tussen Scala en Bruinsma kennelijk niet verder zijn onderzocht, omdat het feit dat Scala had verzwegen dat zij zich bezighield met het distribueren van pornografie voldoende basis bood om het bedrijf te weren van het bedrijvenpark Teleport. Voor de vermelding dat Scala de toegang tot Teleport is geweigerd "...onder meer vanwege zakelijke banden met de organisatie van maffia-baas Klaas Bruinsma..." bestaat, nu daarvan overigens evenmin is gebleken, derhalve onvoldoende feitelijke grondslag.

Voorts overweegt de Raad dat klager niet betwist betrokken te zijn geweest bij het Delta-onderzoek. In het artikel is niet vermeld dat klager in dit onderzoek als verdachte is aangemerkt, zodat eventueel voor klager ontlastende informatie eveneens achterwege kon blijven.
Voor zover de klacht betrekking heeft op de passage over de inval bij Nijhuis, kan deze evenmin slagen. Ook in dit verband is klager niet als verdachte genoemd en is duidelijk vermeld dat deze inval was verricht in het kader van een onderzoek in de strafzaak tegen anderen dan klager.

BESLISSING

Voor zover de klacht betrekking heeft op de vermelding dat Scala de toegang tot het bedrijvenpark Teleport is geweigerd "...onder meer vanwege zakelijke banden met de organisatie van maffia-baas Klaas Bruinsma..." is deze gegrond, voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 10 juli 2001 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. mr. V. Keur, drs. P. Sijpersma, en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 2001-22