2001/21 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

dr. J. Kamsteeg

tegen

de hoofdredacteur van HP/De Tijd

Bij brief van 29 november 2000 met twee bijlagen heeft dr. J. Kamsteeg te Weert (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van HP/De Tijd (wederpartij). Bij brief van 20 december 2000 heeft H. Steenhuis, hoofdredacteur a.i., laten weten niet inhoudelijk op de klacht te zullen reageren.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 april 2001. Klager is daar verschenen, vergezeld van drs. T. de Graaf. Verweerder is niet verschenen.

DE FEITEN

In de week van 17 juli 2000 is in HP/De Tijd een artikel verschenen van de hand van A. Leclaire onder de kop "Een onbekende vrouwenziekte." Het artikel is geschreven naar aanleiding van de publicatie van het boek "Hebt u HPU? De ontdekking van een vrouwenziekte." van drs. Toine de Graaf en drs. Hanneke van Rossum. Klager, die zijn medewerking heeft verleend aan de totstandkoming van het boek, is voor het artikel geïnterviewd en heeft het artikel voorafgaand aan de publicatie ter inzage ontvangen. De intro van het artikel luidt:
"Vage klachten als vermoeidheid en buikpijn zitten niet tussen de oren. De biochemicus John Kamsteeg ontdekte een nieuwe stofwisselingsziekte. Eindelijk erkenning voor al die vrouwen die van het kastje naar de muur zijn gestuurd?"
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage:
"Maar een eerste peiling onder internisten en endocrinologen die de drukproeven toegestuurd kregen, levert een reactie op die het bondigst kan worden omschreven als 'lulkoek'. De specialisten willen niet met naam betrokken worden in een discussie over een 'ontdekking in het alternatieve circuit'. Ze zijn al druk genoeg; straks zitten ze in een televisieprogramma. In de tussentijd behandelen ze liever 'echte stofwisselingspatiënten. Maar er worden termen gebruikt die in de medische naslagwerken onvindbaar zijn, er worden uitspraken gedaan waarvan de wetenschappelijke onderbouwing volstrekt ontbreekt, bovendien zouden er regelrechte fouten in staan. 'Boterzacht', 'Gratis opmerkingen', 'onzinnig geheel'. Kamsteeg geeft toe dat het onderzoek 'in een vroegtijdig stadium naar buiten wordt gebracht' - "Met alle risico's van dien." Kamsteeg: "De theorie is nog niet op alle fronten bewezen. Er moet meer onderzoek komen." Dat is de reden dat hij de theorie nu al publiceert."

DE STANDPUNTEN VAN KLAGER

Klager stelt dat in het artikel gebruik is gemaakt van anonieme bronnen, te weten niet met name genoemde internisten en endocrinologen. Aangezien de uitspraken van deze bronnen voor klager bijzonder grievend zijn, had verweerder klager in de gelegenheid moeten stellen op die uitspraken te reageren. Leclaire heeft in het interview met klager ook niet gemeld dat zij artsen had geconsulteerd. Nadat klager het artikel ter inzage had ontvangen heeft hij Leclaire verzocht de anonieme artsen met naam en functie te vermelden dan wel niet te citeren. Leclaire heeft dit verzoek echter naast zich neergelegd. Het gebruik van de anonieme bronnen is in dit geval ongerechtvaardigd, aldus klager. Volgens hem zijn er voldoende kritische artsen en andere beroepsbeoefenaren die vrijuit hun mening over HPU willen verkondigen.
Voorts stelt klager dat aan de anonieme reacties meer gewicht is toegekend dan ze in feite hadden. Hij wijst in dit verband op een brief van 24 juli 2000 van toenmalig hoofdredacteur B. Vuijsje aan de auteurs van het boek. In deze brief schrijft Vuijsje onder meer: "Onze verslaggeefster Annemiek Leclaire heeft het medische relaas op een paar pagina's na in zijn geheel naar de betreffende medisch specialisten gestuurd. Een van hen heeft de verhandeling in zijn geheel gelezen, de twee anderen hebben hem doorgekeken."
Klager betoogt dat door de handelwijze van verweerder schade is toegebracht aan zijn goede naam alsmede aan de goede naam van het instituut waaraan hij is verbonden (het Klinisch Ecologisch Allergie Centrum in Weert).

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het artikel waartegen de klacht zich richt, is geschreven naar aanleiding van de verschijning van het boek "Hebt u HPU? De ontdekking van een vrouwenziekte." Dit met medewerking van klager totstandgekomen boek gaat over HPU, een stofwisselingsziekte die klager stelt ontdekt te hebben. Het artikel behelst in hoofdzaak een kennelijk aan het boek, en daarmee in feite aan klager ontleende uiteenzetting over de oorzaken en gevolgen van HPU. Voorts bevat het artikel een aantal passages waarin klager sprekend wordt ingevoerd, alsmede de onder de feiten aangehaalde passsage waarin de door klager geclaimde "ontdekking in het alternatieve circuit" kort gezegd als onzinnig wordt afgedaan.
Klager stelt zich in de eerste plaats op het standpunt dat hem ten onrechte de mogelijkheid is onthouden om in het artikel op die kritiek te reageren. De Raad deelt dit standpunt niet. Klager mag dan wel niet de gelegenheid zijn geboden direct op die kritiek te reageren, hem is in het artikel wel voldoende ruimte gelaten om, voor zover nodig, zijn "ontdekking in het alternatieve circuit", nader toe te lichten. Die toelichting maakt in samenhang met de aan het boek ontleende uiteenzettingen over HPU, die de hoofdmoot van het artikel vormen, aan de lezer reeds voldoende duidelijk dat klager kritiek uit de hoek van de reguliere geneeskunde waarvan het artikel melding maakt ongefundeerd achtte. Van schending van het beginsel van hoor en wederhoor is dus geen sprake.
Anders dan klager meent, levert het niet vermelden van namen van de medische specialisten wier kritische geluiden in het artikel zijn vermeld niet een schending op van enige regel van behoorlijke journalistiek. Dit leidt ertoe dat ook het tweede onderdeel van de klacht ongegrond zal worden verklaard.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt de wederpartij deze beslissing integraal of in samenvatting in HP/De Tijd te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 5 juli 2001 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mw. C.E.J.M. Joosten, mw. mr. V. Keur, mw. J.A. Koerts en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2001-21