2001/17 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

mr. J.G. Galama

tegen

M.A. van Kleef, hoofdredacteur van Mr., en M. Knapen

Bij brief van 15 december 2000 met zes bijlagen heeft mr. J.H. Heerebout, advocaat te Eemnes, namens mr. J.G. Galama (klager) een klacht ingediend tegen M.A. van Kleef, hoofdredacteur van het blad Mr., en M. Knapen (verweerders). Hierop heeft Van Kleef gereageerd bij brief van 23 januari 2001 met drie bijlagen. Mr. Heerebout heeft de klacht nader toegelicht in een brief van 26 januari 2001. Vervolgens heeft Van Kleef, mede namens Knapen, gereageerd bij brief van 14 februari 2001 met acht bijlagen, waarop Mr. Heerebout heeft geantwoord in een brief van 26 februari 2001. Tenslotte zijn de wederzijdse standpunten nog verduidelijkt door verweerders bij brief van 14 maart 2001 en door Mr. Heerebout in een brief van 18 april 2001.

De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 mei 2001 in aanwezigheid van verweerders. Klager is daar niet verschenen.

DE FEITEN

In het blad Mr. is in oktober 2000 een artikel verschenen van de hand van Knapen onder de kop "De snelle wereld van het instant advies". Het bevat onder meer de gestelde resultaten van een test, weergegeven onder de subkop "Mr. test. Digitale advocatenkantoren getest. De zin of onzin van instant advies.". Hierin komt de volgende passage voor:
"Oom (55) is directeur-grootaandeelhouder van een bv die drie miljoen waard is, en wil deze van de hand doen. Zoon toont geen belangstelling, dochter wel. Hoe kan deze overdracht het beste geschieden, zonder dat een van beide kinderen financieel nadeel lijdt ten opzichte van de ander? Mr. legde dit regelmatig voorkomende probleem voor aan een aantal advocatenkantoren die de mogelijkheid bieden digitaal een vraag te stellen. Undercover, wel te verstaan. Binnen twee dagen waren de meeste antwoorden binnen. Belangrijkste conclusie van een door Mr. geraadpleegde onafhankelijke deskundige: echt wijs word je er niet van. (...) Het antwoord van Galama Advocaten (Eemnes) stemt de beoordelaar ook niet vrolijk: "Ze roepen maar wat, doorspekt met veel jargon.""

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager verstrekt in beperkte vorm juridisch advies via het internet. Uitgangspunt daarbij is volgens hem dat rechtzoekenden een eerste handreiking wordt gegeven, teneinde vervolgstappen te kunnen nemen. Voor uitgebreide en gedetailleerde advisering zal in het algemeen een diepgaander onderzoek nodig zijn, aldus klager.
Hij stelt voorts dat alle vragen die via het internet zijn binnengekomen en de beantwoording daarvan worden bewaard. Het in Mr. vermelde advies heeft hij in werkelijkheid niet gegeven. Hij heeft het in zijn bestand niet aangetroffen. Klager heeft nog aan verweerders verzocht om hem de desbetreffende correspondentie te doen toekomen, maar zij hebben dat geweigerd. Klager vermoedt dat hij in het geheel niet is benaderd met het verzoek om advies en stelt dat Knapen het 'uit zijn duim heeft gezogen'. Verder stelt klager e-mails gemakkelijk zijn na te maken en geen geautoriseerde handtekening van de afzender bevatten. Verweerders hadden dan ook moeten verifiëren of het advies daadwerkelijk van klager afkomstig was en daartoe contact met hem op moeten nemen. Zij hebben dat niet gedaan.
Overigens meent klager dat sprake is van een productbeoordeling, door een anonieme deskundige, en dat het beginsel van hoor en wederhoor toegepast had moeten worden. Hij is ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld om op de berichtgeving te reageren.
Volgens klager hebben verweerders zich aldus ten onrechte over hem hebben uitgelaten en is hij door de handelwijze van verweerders ernstig geschaad; Mr. wordt door veel juristen gelezen en veel collega's hebben hem op het artikel aangesproken.

Verweerders betwisten dat het advies van klager is verzonnen. Zij wijzen op de door hen overgelegde stukken, met name het antwoord en de daaronder vermelde 'signature' van klager. Hieruit blijkt dat klager weldegelijk per e-mail advies heeft gegeven naar aanleiding van een door Knapen, onder andere naam, gestelde vraag. Bovendien valt uit de e-mail af te leiden dat het gaat om een bericht dat met behulp van spraakherkenningssoftware tot stand is gekomen. De e-mail bevat dan ook spreektaal die verweerders nooit hadden kunnen bedenken. Overigens hadden zij ook geen belang bij het verzinnen van een advies.
Voorts stellen zij dat het oordeel over het advies van klager slechts beperkt is weergegeven. Ter fundering van deze, vrij mild geformuleerde, opinie leggen zij het volledige schriftelijke oordeel van de deskundige over.
Ten slotte stellen verweerders dat geen sprake is van onweersproken beschuldigingen, maar van commentaar op uitlatingen van klager. Volgens hen is het toepassen van wederhoor bij dit journalistiek genre niet vereist.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Verweerders hebben de afdruk van twee e-mails overgelegd. De eerste e-mail bevat het in Mr. weergegeven juridische probleem en is 'ondertekend' door M. Vossen, welke naam kennelijk door Knapen is gefingeerd. Hierop wordt gereageerd in de tweede e-mail, die volgens het weergegeven e-mail adres en de ondertekening door klager is verzonden. Klager heeft voorts erkend dat hij juridische adviezen verstrekt via e-mail. De Raad overweegt dat als een advocaat voor een dergelijke vorm van advisering kiest, hij daarmee de risico's aanvaardt die aan elektronische verzending verbonden zijn. Het argument van klager, dat verweerders hadden moeten controleren of de ontvangen e-mail ook daadwerkelijk van hem afkomstig was, gaat derhalve niet op.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerders het advies hebben verzonnen en dat het advies niet afkomstig was van (het kantoor van) klager.

De gewraakte tekst betreft het commentaar op het advies, en is derhalve aan te merken als een recensie c.q. productbeoordeling. Volgens het vaste oordeel van de Raad komt aan recensenten een grote mate van vrijheid toe, niet alleen wat de vorm van de recensie betreft, maar ook en vooral ten aanzien van de inhoud. Van het geven van zijn, kritische, mening over het werk waarop de recensie betrekking heeft behoeft de recensent zich in het algemeen niet te laten weerhouden door de mogelijkheid dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan de reputatie van de maker van het werk. Voor het oordeel dat dat in dit geval anders was, bestaat geen grond. Bovendien is het beginsel van hoor en wederhoor, behoudens bijzondere omstandigheden, bij recensies niet aan de orde. (vgl. onder meer: Braam tegen Van Maanen, RvdJ 2000/62 en X tegen De Visser, RvdJ 2000/63). Het negatieve commentaar van de deskundige is klager mogelijk niet welgevallig. Dat neemt niet weg dat het een persoonlijk oordeel betreft, hetgeen ook duidelijk aan de lezer kenbaar is gemaakt. Verder is niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan klager in dit geval toch gelegenheid tot wederhoor had moeten krijgen.

Op grond van deze overwegingen is de Raad van oordeel dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid meebrengen door over klager te berichten, zoals zij hebben gedaan.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Mr. te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 5 juli 2001 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. mr. V. Keur, drs. P. Sijpersma, en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 2001-17