2001/16 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

De Vereniging van Arbeiders uit Turkije in Arnhem (ATID), De Federatie van Turkse Arbeiders Verenigingen (HTIF), A. Uzala en L. Ulucan

tegen

M. Koolhoven en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Bij brief van 15 november 2000 met zes bijlagen heeft mr. A.M.P.M. Adank, advocaat te Utrecht, namens de Vereniging van Arbeiders uit Turkije in Arnhem (ATID), de Federatie van Turkse Arbeiders Verenigingen (HTIF), A. Uzala en L. Ulucan (hierna gezamenlijk te noemen: klagers) een klacht ingediend tegen M. Koolhoven en de hoofdredacteur van De Telegraaf (verweerders). Hierop heeft M. Koolhoven gereageerd in een brief van 9 januari 2001.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 maart 2001. Aan de zijde van klagers zijn daar verschenen mr. Adank, mr. D. Gürses, I. Yaman (namens ATID), M. Altun (namens HTIF) en A. Uzala, vergezeld van mevrouw N. Islam, tolk. Verweerders zijn niet verschenen.

DE FEITEN

Op 30 september 2000 is in De Telegraaf een artikel van de hand van M. Koolhoven verschenen onder de kop "Moussa K. infiltreerde voor BVD in Turkse extremistische organisaties. Subsidiegeld gebruikt voor wapens." De intro van het artikel luidt:
"Nederland is mateloos populair. Dit jaar komen er naar schatting 130.000 vreemdelingen naar ons land. Onder hen veel asielzoekers afkomstig uit landen waar het er minder vredig aan toe gaat dan in ons groene polderland. Turkije bijvoorbeeld, waar in het zuiden een bloedige strijd gaande is tussen Turkse soldaten en het guerrillaleger van de PKK. De strijd in Turkije vindt plaats vanuit vele delen van West-Europa, waaronder Nederland. Tijdens zijn proces voor de Turkse rechtbank verklaarde PKK-leider Öcelan dat de Koerdische beweging in Nederland woningen heeft gehuurd voor trainingen van jonge strijders. Moussa K* (33) infiltreerde zes jaar lang - van 1993 tot 1999 - voor de Binnenlandse Veiligheidsdienst en de Duitse zusterdienst Bundesnachrichtendienst (BND) in de top van het Europese verzet tegen de Turkse staat. Hij verbreekt nu het stilzwijgen. Om andere informanten te waarschuwen hoe het werk voor inlichtingendiensten je leven verwoest en om Nederland de ogen te openen: "We ontvingen ƒ 1,5 miljoen subsidie per jaar. Eerst werden de vaste lasten betaald, de rest ging naar Turkije voor raketwerpers, M 16's en andere wapens." Vandaag deel 1: Nederlands subsidiegeld voor munitie, wapens en satelliettelefoons van Turkse guerrilla's."
Blijkens de verklaring voor het verwijzingsteken, aan het eind van het artikel, is de naam Moussa K. gefingeerd. Bij het artikel is een aantal foto's geplaatst. Volgens een foto-onderschrift heeft Moussa K. bericht dat het Kleefseplein in Arnhem een bolwerk van Turkse extremisten is. Voorts zijn in het artikel ATID, HTIF, Ulucan en Uzala genoemd. Aan het slot van het artikel is onder het kopje "Reacties" enig commentaar opgenomen, dat onder meer de volgende passages bevat:
"In een schriftelijke verklaring laat de BVD weten: ,,Het is de BVD bekend dat de Turkse Kommunistische Partij/Marxisten-Leninisten zich eind jaren tachtig georganiseerd heeft in de vorm van Europese federaties. De Nederlandse federatie, de Federatie van Turkse Arbeiders in Nederland (HTIF), bestond uit een viertal regionale verenigingen. Begin jaren negentig heeft de TKP/ML aan omvang en betekenis ingeboet. De TKP/ML speelt momenteel in het arsenaal aan Turks linkse organisaties in West-Europa nauwelijks een rol.(...)""
en
"Reactie Turkse arbeidersbewegingen ATID en HTIF: Ismaïl Jammadan, 2e voorzitter van de ATID, en Mustafa Aijranci, woordvoerder van de HTIF, ontkennen dat er formele banden bestaan tussen hun organisaties en verboden Turkse (terreur) organisaties. ATID zegt wel de strijd tegen 'fascisme en racisme van de Turkse staat' te ondersteunen."
Het artikel eindigt als volgt:
"De door Moussa aan onze krant verstrekte namen en details over personen, organisaties en adressen zijn voor zover mogelijk door deze krant op juistheid gecheckt."
In De Telegraaf van 7 oktober 2000 is een vervolgartikel verschenen. Het slot van dit artikel luidt:
"Naar aanleiding van onze berichtgeving van vorige week hecht Mustafa Ayranci, woordvoerder van de Turkse Arbeidersvereniging in Nederland (HTIB), er aan te benadrukken dat zijn organisatie niets te maken heeft met de Turkse Arbeiders Federatie (HTIF)."
De klacht betreft het artikel van 30 september 2000.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat in het artikel ten onrechte de indruk is gewekt dat zij extreem-links georiënteerd zijn, banden hebben (gehad) met de TKP/ML en betrokken zijn bij terroristische activiteiten. Voorts is onjuist dat de ATID en de HTIF ƒ 1,5 miljoen subsidie per jaar ontvingen en die subsidie besteedden voor wapens van Turkse guerrilla's. De HTIF ontvangt in het geheel geen subsidie en de ATID een bedrag van ongeveer ƒ 4.500,--, aldus klagers.
Zij menen dat verweerders geen behoorlijk onderzoek hebben verricht en dat het beginsel van hoor en wederhoor onvoldoende is toegepast. Klagers wijzen erop dat een reactie is gevraagd van M. Ayranci, die niet namens de HTIF maar namens de HTIB sprak. Verder heeft Koolhoven met I. Yaman - en niet I. Jammadan, zoals in het artikel is vermeld - voornamelijk gesproken over doelstellingen en culturele activiteiten van de ATID. Pas aan het eind van het gesprek heeft Koolhoven gevraagd of de ATID banden heeft met de TKP/ML. Hierop heeft Yaman meegedeeld dat voor zover hem bekend de TKP/ML alleen in Turkije bestaat en de ATID de oppositie in Turkije steunt. Dit betekent echter niet dat de ATID de strijd tegen "fascisme en racisme van de Turkse staat" ondersteunt. Overigens stellen klagers dat de anonieme bron Moussa K. bij hen niet bekend is en zij betwisten dat de BVD een schriftelijke verklaring aan verweerders heeft gegeven.
Ten slotte betogen klagers dat zij door de publicatie in hun eer en goede naam worden geschaad. Zij dreigen het mikpunt te worden van Turkse en Nederlandse extreem rechtse groeperingen, en vrezen voor represailles. De HTIF lijdt tevens financiële schade, nu naar aanleiding van de berichtgeving minder mensen een door haar georganiseerd cultureel feest hebben bezocht.

Naar de mening van verweerders is van een deugdelijk journalistiek onderzoek sprake geweest. Het artikel is geschreven op basis van onthullingen van een geheime informant met de gefingeerde naam Moussa K., die in opdracht van de Politieke Inlichtingendienst en de BVD zes jaar lang is geïnfiltreerd in een aantal extreem-linkse Turkse organisaties. Verder is onder meer gebruik gemaakt van rapportages van de BVD, die de lezing van Moussa K. ondersteunen, en zijn voorafgaand aan de publicatie schriftelijke vragen gesteld aan de BVD. De antwoorden, die de BVD in een schriftelijke verklaring aan verweerders heeft doen toekomen, zijn vrijwel letterlijk in het artikel overgenomen. Er is geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de door de BVD verschafte informatie, aldus verweerders. Overigens hebben zij ook contact gehad met de Politieke Inlichtingendienst en de Bundesnachrichtendienst.
Volgens verweerders hebben zij klagers wel degelijk om commentaar gevraagd. Mogelijk is door de taalbarrière een misverstand ontstaan over de namen 'HTIB' en 'HTIF'. Uit het oogpunt van zorgvuldigheid is dit misverstand rechtgezet in het artikel van 7 oktober 2000. Dit neemt niet weg - aldus verweerders - dat het standpunt van de HTIF, dat iedere band met de TKP/ML ontbreekt, in het artikel nadrukkelijk tot uiting is gekomen.
Voorts stellen verweerders dat zij, door alle citaten tussen aanhalingstekens te plaatsen, de uitspraken van Moussa K. uitdrukkelijk niet tot de hunne hebben gemaakt. Wat betreft de suggestie dat de ATID en de HTIF ƒ 1,5 miljoen aan subsidie zouden hebben ontvangen, wijzen verweerders erop dat "We" in de zin "We ontvingen ƒ 1,5 miljoen subsidie per jaar." betrekking heeft op de TKP/ML.
Verweerders betwijfelen dat de vrees van klagers voor represailles gegrond is.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klagers hebben in verband met hun stelling dat het artikel niet op behoorlijk onderzoek berust met name aangevoerd dat Moussa K. bij hen niet bekend is en betwist dat verweerders een schriftelijke verklaring van de BVD hebben ontvangen, zoals aan het slot van het artiekel onder het kopje "Reacties" is vermeld. Deze niet nader toegelichte ontkenningen vormen voor de Raad echter geen aanleiding te twijfelen aan het bestaan van de in het artikel opgevoerde infiltrant of aan de juistheid van de mededeling van verweerders dat de door Moussa K. gegeven lezing - naar de Raad begrijpt: wat de kern daarvan betreft - wordt ondersteund door informatie afkomstig uit BVD-rapportages.
Ook de klacht naar aanleiding van de uitlating van Moussa K.: "We ontvingen ƒ 1,5 miljoen subsidie per jaar. Eerst werden de vaste lasten betaald, de rest ging naar Turkije voor raketwerpers, M 16's en andere wapens." is ongegrond. Naar uit het artikel blijkt heeft deze bewering geen betrekking op de ATID of de HTIF, zoals klagers menen, maar op de organisatie die naast de PKK in het artikel centraal staat, de TKP/ML.
De door verweerders rechtgezette verwarring tussen HTIF en HTID buiten beschouwing gelaten, is ook voor het overige niet gebleken dat het artikel feitelijke onjuistheden van betekenis bevat. Gelet op de vermelding onder het kopje "Reacties" dat zowel de ATID als de HTIF het bestaan van banden met verboden Turkse (terreur)organisaties, waarmee kennelijk bedoeld worden de PKK en TKP/ML, ontkennen, kan evenmin worden staande gehouden dat onvoldoende hoor en wederhoor is toegepast.

De Raad komt dan ook tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is door over klagers te berichten op de wijze zoals zij hebben gedaan.

BESLISSING

De klachten zijn ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 23 mei 2001 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, H. van Gessel, M.J. Kes, mw. C.D. Smolders en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2001-16