2000/70 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Het Nederlands Blok

tegen

de hoofdredacteur van de Volkskrant

Bij brief van 5 juni 2000 met zeven bijlagen heeft W.Th.E. Vreeswijk, voorzitter van Het Nederlands Blok te Utrecht (klager), namens deze politieke partij een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Volkskrant (verweerder). Hierop heeft P.I. Broertjes, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 6 juli 2000 met zeven bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 oktober 2000. Aan de zijde van klager is W.Th.E. Vreeswijk verschenen. Namens verweerder zijn V. Lebesque, redacteur en juridisch adviseur, en A. Kranenberg, redacteur, verschenen.

DE FEITEN

Op 19 april 2000 is in de Volkskrant een artikel van de hand van Kranenberg verschenen onder de kop "Trefwoord nationalisme". Het artikel bevat de zin: "De Centrumdemocraten, CP'86 en het Nederlands Blok werden verscheurd door onderlinge ruzies en strafrechtelijke veroordelingen wegens discriminatie."

Bij brief van 24 april 2000 heeft klager rectificatie verzocht. Verweerder heeft dit verzoek in een brief van 28 april 2000 afgewezen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat Het Nederlands Blok nooit strafrechtelijk is veroordeeld, zulks in tegenstelling tot de genoemde Centrumdemocraten en CP''86. Het Nederlands Blok wil dan ook niet in één adem met die partijen worden genoemd. Weliswaar is de heer D. van der Bos, voormalig lijsttrekker van Het Nederlands Blok, strafrechtelijk veroordeeld vanwege discriminerende uitlatingen, maar dat was pas nadat hij in 1995 zijn lidmaatschap had opgezegd. Deze veroordeling betrof bovendien een privé aangelegenheid waar Het Nederlands Blok niet op mag worden aangesproken.
Ten onrechte is derhalve in het gewraakte artikel de indruk gewekt dat Het Nederlands Blok ooit strafrechtelijk veroordeeld zou zijn, aldus klager.

Volgens verweerder wordt in het artikel slechts vermeld dat de genoemde drie extreemrechtse partijen werden verscheurd door onder andere strafrechtelijke veroordelingen wegens discriminatie. Het Nederlands Blok werd nimmer strafrechtelijk veroordeeld, maar wel tenminste één lid van deze partij en mogelijk meerdere. De bewering, dat Het Nederlands Blok mede door deze veroordelingen van individuele personen werd verscheurd, is juist. Verweerder wijst er op dat de heer Van der Bos werd veroordeeld wegens racistische uitlatingen, die hij deed in een artikel in de Nieuwe Dockumer Courant van 6 maart 1995. Uit publicaties over deze strafzaak blijkt dat de heer Van der Bos tijdens het plegen van het delict nog lid was van Het Nederlands Blok. De bewering impliceert bovendien niet dat de veroordelingen delicten betreffen die werden gepleegd tijdens het lidmaatschap van Het Nederlands Blok, maar kan ook slaan op veroordelingen daarvóór. Voorbeelden hiervan zijn de veroordelingen van de heren J. Morren en C. Kusters. Daarnaast wilde Kranenberg met de bewering kenbaar maken dat de genoemde partijen één 'politieke familie' vormen en dat het lidmaatschap van de ene partij voor dat van de andere wordt verruild door ruzies of strafrechtelijke veroordelingen. Ook de heer Vreeswijk was lid van de Centrumpartij en later van de Centrumdemocraten, totdat hij als lid werd geroyeerd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De bezwaren van klager richten zich tegen de zin: "De Centrumdemocraten, CP'86 en het Nederlands Blok werden verscheurd door onderlinge ruzies en strafrechtelijke veroordelingen wegens discriminatie". Volgens klager impliceert deze zin dat zijn partij, het Nederlands Blok, strafrechtelijk is veroordeeld wegens discriminatie. Terecht echter stelt verweerder, dat dat er niet staat. Er staat dat genoemde partijen werden verscheurd door onderlinge ruzies en strafrechtelijke veroordelingen wegens discriminatie. Vast staat dat leden van het Nederlands Blok, waaronder de voormalig lijsttrekker Van der Bos, vóór dan wel ten tijde van hun lidmaatschap van het Nederlands Blok, strafrechtelijk zijn veroordeeld, onder meer wegens discriminerende uitlatingen. Dat klager zich thans wenst te distantiëren van deze voormalige leden van zijn partij, onderschrijft de stelling van verweerder, dat sprake is van verscheurdheid binnen de organisatie van klager. Diens bezwaar treft op dit punt dan ook geen doel.
Evenmin acht de Raad klagers bezwaar terecht, te zijn genoemd in één adem met de Centrumdemocraten en CP'86. Dat dat klager kennelijk onwelgevallig is, betekent niet dat verweerder journalistiek onzorgvuldig gehandeld zou hebben.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 14 december 2000 door mr. D. Allewijn, voorzitter, T.G.G. Bouwman, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. J.A. Koerts en mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-70