2000/69 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

C. Gaalmann

tegen

de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad

Bij brieven van 22 augustus 2000 met vier bijlagen en van 14 september 2000 met twee bijlagen heeft C. Gaalmann te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad (verweerder). Hierop heeft P.J.F. de Jonge, waarnemend hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 13 oktober 2000 met vier bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 november 2000. Klager is daar verschenen en werd bijgestaan door R. de Bats. Aan de zijde van verweerder zijn voornoemde De Jonge en G. den Elt, redacteur, verschenen.

DE FEITEN

Op 13 februari 1999 is in het Algemeen Dagblad een artikel van de hand van Den Elt verschenen onder de kop "De Gaalman-factor in de luchtvaart." Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
"Carel Gaalman is een besmette naam op Schiphol. De getuige die het aandurfde zijn en andermans fraude ten overstaan van het Nederlandse volk toe te geven, heeft niet alleen zichzelf of El Al, maar de hele luchtvaart in een kwaad daglicht gesteld. Welk vertrouwen kan een reiziger nog hebben in onderhoudstechnici? Gaalman voor de commissie: ,,Ik heb ook wel eens een handtekening gezet, terwijl het eigenlijk niet kon." De Gaalmannen met hun oliekannen doen er het zwijgen toe. Niemand wil in verband gebracht worden met een dergelijke collega. Wie wel spreekt, is Joop Hofland, die voor vakbond De Unie de belangen van 1000 GWK's (grondwerktuigkundigen, DK) behartigt. Hofland vertolkt het misnoegen over Gaalman: ,,Die man moeten ze onmiddellijk zijn bevoegdheden afpakken, is de teneur die onder de GWK's heerst.""

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat in het artikel klakkeloos de beledigende uitspraken van Hofland zijn weergegeven. Ten onrechte heeft verweerder hem geen wederhoor geboden. Volgens klager heeft hij anderhalf jaar na publicatie nog belang bij een uitspraak van de Raad, omdat in recente publicaties (opnieuw) aandacht is besteed aan de problematiek rond het onderhoud van vliegtuigen.

Primair stelt verweerder dat klager niet in zijn klacht ontvankelijk is, aangezien na publicatie anderhalf jaar zijn verstreken.
Subsidiair stelt hij dat de gewraakte publicatie moet worden gezien in het perspectief van de openbare verhoren die de parlementaire enquĂȘtecommissie Bijlmerramp in 1999 heeft gehouden. Het verhoor van klager baarde destijds veel opzien en zijn verklaring leidde in de luchtvaartwereld tot grote beroering. In de publicatie wordt een beeld geschetst van het werk van grondwerktuigkundigen, die door de verklaringen van klager in een bedenkelijk daglicht waren komen te staan en wordt hun reactie op die situatie gegeven. In feite ging het dus juist om een vorm van wederhoor bij die groepering naar aanleiding van de bekentenis c.q. beschuldiging van klager voor de enquĂȘtecommissie, aldus verweerder.
Den Elt heeft overigens wel pogingen gedaan met klager in contact te komen. Diens adres en telefoonnummer waren evenwel onbekend en het lukte hem niet die te achterhalen. Bovendien zijn in het artikel, naast Hofland, ook de voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers en de vice-voorzitter van het Platform Nederlandse Luchtvaart, beiden tevens gezagvoerder, aan het woord gelaten. Van het klakkeloos weergeven van uitspraken is dan ook geen sprake.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat hij zich door het verloop van anderhalf jaar na publicatie niet geschaad acht in de mogelijkheid deugdelijk verweer te voeren tegen de klacht. Aangezien voorts geen reden bestaat om aan te nemen dat klager geen belang heeft bij een oordeel van de Raad, bestaat onder die omstandigheden evenmin reden om klager niet in zijn klacht te ontvangen.

Ter zitting heeft klager benadrukt dat de klacht zich met name richt tegen het feit dat verweerder hem geen wederhoor heeft verleend. Tevens heeft klager ter zitting verklaard dat hij geen - of hoogstens anoniem - weerwoord zou hebben gegeven, indien verweerder hem daartoe voorafgaand aan de publicatie gelegenheid zou hebben geboden, zulks uit vrees om mogelijk ontslagen te worden. Met deze verklaring is echter de grond, voor zover die aanwezig zou zijn geweest, aan de klacht komen te ontvallen.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in het Algemeen Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 12 december 2000 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mr. D.T. Dalmolen, mw. C.E.J.M. Joosten, M.J. Kes en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-69