2000/63 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

E. de Visser (de Volkskrant)

Bij brief van 29 april 2000 met vier bijlagen heeft X te Zeist (klaagster) een klacht ingediend tegen E. de Visser (verweerster). Hierop heeft E. de Visser gereageerd in een brief van 8 juni met vier bijlagen. Xheeft haar klacht nog nader toegelicht in een brief met een bijlage, die is ontvangen op 1 september 2000.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 september 2000 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 29 januari 2000 is in de Volkskrant een artikel van de hand van verweerster verschenen met de kop "Website geeft uitgebreid informatie voor perfecte zelfmoord." De eerste twee alinea's van het artikel luiden:
"In het 'gastenboek' van 'Thisbes zelfdestructiepagina' op Internet staan verschillende afscheidsbrieven. 'Ik denk al langer na over zelfmoord en nu heb ik dé methode gevonden. Dank u.' En: 'Precies de informatie die ik zocht. Als u dit leest, heb ik waarschijnlijk al beslist. De recent opgezette Internet-site wil 'serieuze' informatie verschaffen over zelfmoord. De initiatiefnemer van de Nederlandse website schrijft dat het niet de bedoeling is iemand tot zelfmoord aan te zetten. Daarom is op de site ook informatie verkrijgbaar over bijvoorbeeld de vereniging van nabestaanden na zelfdoding. Zijn motivatie: als je het doet, doe het dan goed. 'Dat je niet je hele leven in een rolstoel, blind en doof en verlamd, hoeft door te brengen, omdat je dacht dat je wel doodging van een medicijnkastjescombinatie.'"
In het artikel wordt verwezen naar een Brits onderzoek en worden de psychiater J. Neeleman, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, en E. Arensman, verbonden aan de vakgroep klinische- en gezondheidspsychologie van de Universiteit Leiden, aan het woord gelaten. Laatstgenoemde wordt in de laatste alinea van het artikel geciteerd als volgt:
"Arensman heeft ondanks de 'goede bedoelingen' van de initiatiefnemer ernstige bedenkingen. 'Dit gaat veel te ver. De grens tussen advies en instructie wordt overschreden. De politiek moet iets ondernemen tegen dit gevaar. Als dat niet strafrechtelijk kan, dan moet dat maar op ethische gronden.'"

Een dag voor de publicatie van het artikel heeft verweerster per e-mail aan klaagster het volgende bericht verzonden: "Ik ben bezig met een artikel over zelfmoord en internet, naar aanleiding van een Brits onderzoek. Zou u contact met mij willen nemen?" De reactie van klaagster van diezelfde dag luidt: "Bij deze. Ik ben benieuwd over welk Brits onderzoek u het hebt, en wat de resultaten daarvan zijn." Hierop heeft verweerster, eveneens diezelfde dag, aan klaagster het volgende meegedeeld: "Brits onderzoek toont aan dat internetsites over zelfmoord het aantal zelfdodingen beïnvloeden (artikel in het British Medical Journal). Ik stuitte op uw pagina, vandaar mijn vraag. Ik was op zoek naar uw beweegredenen om zo'n site op te zetten maar die heb ik uiteindelijk zelf op uw site gevonden."

Klaagster heeft haar bezwaren tegen het artikel kenbaar gemaakt aan de Ombudsman van de Volkskrant. Deze heeft daar op 5 februari 2000 in zijn column onder meer als volgt op gereageerd:
"Kritische aandacht voor dit soort websites is gerechtvaardigd. De onjuistheden hebben echter bij de lezers de indruk gewekt dat de verslaggeefster geen serieuze poging heeft ondernomen om de webplek zorgvuldig te bekijken, een indruk die, vrees ik, moeilijk valt weg te nemen. De 'fouten' zouden vrijwel zeker zijn voorkomen als de verslaggeefster naar aloud - dus pré-Internet - journalistiek gebruik gewoon rechtstreeks contact had opgenomen met de maakster van de webplek."

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster, maakster van de in het artikel besproken website, stelt dat het artikel diverse onjuistheden bevat. Zij wijst er onder meer op dat de internetsite niet recent is opgezet, maar al twee jaar bestaat en dat ten onrechte de initiatiefnemer als man is aangeduid.
Daarnaast zijn de kop en inhoud van het artikel tendentieus. Op de website wordt niet beweerd dat de perfecte zelfmoord bestaat. Verweerster heeft verder uit de tientallen berichten uit het gastenboek selectief twee berichtjes uit hun context gehaald en deze als 'afscheidsbrieven' bestempeld. In het gastenboek zijn echter ook positieve berichten te vinden, zoals "Deze site heeft in ieder geval een leven gered." Voorts is selectief gebruik gemaakt van een Brits onderzoek en is dit ten onrechte op de website van klaagster betrokken. Bovendien blijkt uit het gebruik van aanhalingstekens voor de termen 'serieuze' (informatie) en 'goede bedoelingen' dat klaagster niet serieus wordt genomen. Voor het gebruik van de aanhalingstekens bestaat geen aanleiding, behalve het versterken van de negatieve indruk die verweerster over de site wil verspreiden.
Ten slotte stelt klaagster dat verweerster heeft nagelaten wederhoor toe te passen. Aangezien het artikel niet slechts een objectieve recensie van een internetpagina is, maar tevens een oproep tot censuur en politieke actie bevat, was toepassing van wederhoor op zijn plaats geweest.

Volgens verweerster kon zij niet nagaan sinds wanneer de website bestaat. De eerste brief uit het gastenboek dateerde van november 1999. Aangezien verweerster de maker van de website niet had gesproken en zij het vermoeden had dat klaagster met een pseudoniem werkte, heeft zij er voor gekozen de maker 'onzijdig' en dus mannelijk te houden.
De aangehaalde afscheidsbrieven zijn niet uit hun context gehaald. Klaagster benadrukt de positieve reacties in het gastenboek, maar die waren ver in de minderheid. De conclusie van het Britse onderzoek luidt, dat zelfmoordsites op internet gevaarlijk zijn omdat ze patiënten kunnen weerhouden van het zoeken van psychiatrische hulp. Op de site van klaagster stond nergens het advies om eerst met een professionele hulpverlener te praten, noch waren daarop namen of telefoonnummers van psychiaters vermeld. De aanhalingstekens geven aan dat het om citaten gaat en hebben niets te maken met het niet serieus nemen van klaagster.
Met betrekking tot het achterwege laten van wederhoor stelt verweerster dat, na het verzoek aan klaagster om contact op te nemen, alle vragen waren beantwoord en dat er geen aanleiding bestond om aanvullende informatie te verzoeken. Klaagster geeft ook niet aan welke essentiële informatie in het artikel ontbreekt en wat zij nog aan haar eigen motieven, zoals die op de website stonden en in het artikel zijn weergegeven, had willen toevoegen. De visie van klaagster is voldoende over het voetlicht gebracht.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Met het maken van haar website heeft klaagster zelf de publiciteit gezocht met betrekking tot een delicaat en beladen onderwerp: (adviezen inzake methoden van) zelfmoord. Zoals klaagster ook zelf heeft opgemerkt, kan het gewraakte artikel worden gezien als een recensie van haar website. Aan recensenten komt, naar het vaste oordeel van de Raad op dit punt, zowel wat de vorm als wat de inhoud betreft, een grote mate van vrijheid toe bij het uiten van hun kritische mening. De grenzen van die vrijheid zijn hier niet overschreden. Volgens klaagster zou sprake zijn van een tendentieus, haar criminaliserend en tot politieke actie oproepend artikel, maar bij objectieve beschouwing is dat niet het geval. Klaagster lijkt uit het oog te verliezen dat over de effecten van publicaties als de hare nu eenmaal, ook onder 'deskundigen', zeer verschillend wordt gedacht.
Ook voor zover de klacht inhoudt, dat verweerster doelbewust heeft nagelaten hoor en wederhoor toe te passen teneinde de website in een zo negatief mogelijk daglicht te stellen, is deze ongegrond. Bij bespreking van een website is, net zoals dat het geval is bij boek- en toneelrecensies en dergelijke, hoor en wederhoor in beginsel geheel niet aan de orde. Dat wederhoor waarschijnlijk tot een vollediger beeld van de beweegredenen en doelstellingen van klaagster zou hebben geleid en dat verweerster dus in zoverre een journalistieke kans heeft gemist, is een andere kwestie.
Wederhoor zou er mogelijk ook toe hebben kunnen leiden dat de feitelijke onjuistheden waarover klaagster gevallen is - zoals: zij wordt in het artikel als man aangeduid, van een recent opgezette site is geen sprake, het vermelden van British Medical Journal als tijdschrift waarin een bepaald wetenschappelijk onderzoek zou zijn gepubliceerd - voorkomen zouden zijn. Die onjuistheden zijn echter van zo ondergeschikte aard dat ook in zoverre niet kan worden geoordeeld dat de klacht gegrond is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 7 november 2000 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, M.J. Kes, mw. C.D. Smolders en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-63