2000/60 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van NieuwsTV (Nieuwe Media Combinatie)

Bij brief van 4 mei 2000 met vier bijlagen heeft X te Utrecht (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van NieuwsTV (verweerder). Hierop heeft J. Stam, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 5 juni 2000.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 september 2000. X is daar verschenen vergezeld van zijn gemachtigde Y, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Verweerder is eveneens verschenen.

DE FEITEN

In de periode van 6 maart 18.00 uur tot 7 maart 18.00 uur 2000 is op de kabelkrant NieuwsTV-editie Utrecht diverse malen een bericht verschenen met de kop "Corpslid voor rechter na bezit XTC-pillen." In dit bericht, waarin verslag wordt gedaan van een strafrechtelijke procedure tegen klager, wordt klager aangeduid als "M. ten B.". Tevens worden zijn leeftijd en woonplaats vermeld alsmede dat hij rechten studeert. Het bericht houdt ook de aan klager opgelegde straf in: een voorwaardelijke gevangenisstraf van acht weken en een boete van NLG 900,--.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat, door de wijze waarop hij in het bericht is aangeduid, zijn privacy is geschonden. Volgens klager is hij door vrienden en kennissen in het artikel herkend en daarop aangesproken. Het bericht bevat een aantal irrelevante persoonlijke omstandigheden die zijn herkenbaarheid vergroten, aldus klager. Verweerder had de zeer persoonlijke beschrijving gemakkelijk en zonder afbreuk te doen aan de nieuwswaarde van het bericht kunnen vervangen door een algemene beschrijving, waardoor klager onherkenbaar was gebleven. Klager wijst er in dit verband op dat hij vanwege zijn werk in de horeca en zijn lidmaatschap van een studentenvereniging (naams)bekendheid heeft.
Voorts stelt klager dat het bericht onjuistheden bevat en onvolledig is. Ten onrechte is vermeld dat hij XTC-pillen zou hebben willen verkopen aan vrienden, en hiervoor is hij ook niet veroordeeld. Verweerder heeft bovendien nagelaten te vermelden dat klager in hoger beroep zou gaan.
De wijze van berichtgeving is tendentieus en verweerder is voorbij gegaan aan de belangen van klager. Een afweging van belangen had ertoe moeten leiden dat het bericht in deze vorm niet geplaatst zou zijn.

Volgens verweerder is klager als verdachte zoals gebruikelijk aangeduid met initialen, leeftijd en woonplaats. Ook de aanduiding van een functie is volgens de journalistieke normen toegestaan, aldus verweerder. Aangezien de officier van justitie en de rechter klager op zijn voorbeeldfunctie als rechtenstudent en corpslid hebben aangesproken, bestond in het onderhavige geval een goede reden deze beide hoedanigheden van klager te vermelden.
Verweerder stelt voorts dat van een journalistiek medium niet kan worden verwacht dat de informatieverstrekking zodanig wordt beperkt dat het voor relaties van klager, die beschikken over enige aanvullende wetenschap over hem, onmogelijk is om klager in het bericht te herkennen. Voor andere lezers is klager in het bericht niet herkenbaar, aldus verweerder.
Hij wijst er op dat in het bericht duidelijk is vermeld dat klager is veroordeeld voor het bezit van de XTC-pillen en niet voor dealen. In de hoeveelheid pillen zag justitie een aanwijzing voor dealen, en deze zogenoemde 'dealerindicatie' leverde een hogere straf op. Volgens verweerder was ten tijde van het bericht nog niet bekend dat klager in hoger beroep zou gaan en bestaat er overigens geen verplichting om te melden dat hoger beroep is aangetekend.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht richt zich met name tegen de wijze waarop klager in het bericht is aangeduid. De vermelding van initialen, leeftijd en woonplaats van verdachten en veroordeelden is gebruikelijk en niet onzorgvuldig. Het is derhalve de vraag of de toevoegingen over de studie van klager en zijn corpslidmaatschap ontoelaatbaar zijn. Klager heeft ter zitting erkend dat deze elementen door de rechter zijn betrokken in zijn overweging en een rol hebben gespeeld bij de bepaling van de strafmaat. De vermelding van deze persoonlijke gegevens van klager is in dit geval dan ook relevant. Met verweerder is de Raad van oordeel, dat klager niet door iedere willekeurige lezer in het bericht kan worden herkend maar slechts door personen uit zijn directe omgeving. Klagers stelling dat verweerder een zodanige algemene beschrijving van hem had behoren te geven dat geen enkel verband tussen klager en het bericht had kunnen worden gelegd, kan niet als juist worden aanvaard. Het voor klager mogelijk ongewenste effect dat hij door bekenden op zijn handelen wordt aangesproken moet primair worden gezien als een consequentie van dat handelen en niet als een gevolg van het gewraakte bericht.
Ook voor het overige kan niet worden geconcludeerd dat sprake is van onzorgvuldige berichtgeving. Uit de kop en inhoud van het bericht blijkt duidelijk dat klager niet is veroordeeld wegens (een poging tot) verkoop van de XTC-pillen maar wegens het bezit daarvan. Voorts brengt geen regel van journalistieke zorgvuldigheid mee, dat indien in een bericht over een strafzitting de opgelegde straf wordt genoemd tevens moet worden vermeld dat hoger beroep kan worden ingesteld. Dat dit laatste in de regel het geval is, mag als algemeen bekend worden verondersteld.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van NieuwsTV.

Aldus vastgesteld door de Raad op 24 oktober 2000 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, M.J. Kes, mw. C.D. Smolders en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-60