2000/6 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

T. Gossink

tegen

H. Brummelman en de hoofdredacteur van het Deventer Dagblad

Bij brief van 20 juli 1999 met twee bijlagen heeft T. Gossink (klaagster) een klacht ingediend tegen H. Brummelman en de hoofdredacteur van het Deventer Dagblad (betrokkenen). Hierop heeft J. Campman, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 29 juli 1999.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 2 november 1999 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 15 juli 1999 is in het Deventer Dagblad van de hand van H. Brummelman een artikel gepubliceerd onder de kop "Kun je dat plaatsen, Toke?" Het artikel gaat over een in Zutphen gehouden 'healing' van het 'genezend medium' Jomanda. De voornaam van klaagster, die bij deze healing aanwezig was, wordt zowel in de kop als in het artikel genoemd.
Het artikel is op diezelfde datum ook verschenen in de editie Zutphen van het Gelders Dagblad, waarvan J. Campman eveneens hoofdredacteur is.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Volgens klaagster is zij in het artikel te herkennen. Zij stelt in dat verband dat ze een bijzondere voornaam heeft die niet vaak voorkomt en dat zij naar aanleiding van het artikel is benaderd door familieleden.
Klaagster acht het een privé aangelegenheid dat ze af en toe naar een healing gaat. Zij vindt het niet correct dat een groot publiek op deze wijze kennis daarvan heeft kunnen nemen. Bovendien is het voor klaagster zeer pijnlijk dat personen, met wie zij geen contact meer heeft, dergelijke informatie over haar hebben kunnen lezen.
Ten slotte betoogt klaagster dat de mensen die Jomanda bezoeken meestal iets vervelends hebben meegemaakt en om die reden naar een healing gaan. Het is dan ook niet gepast om de namen van deze mensen te noemen.
Door de handelwijze van betrokkenen is, aldus klaagster, haar privacy geschonden.

Betrokkenen betogen dat de bijeenkomsten van Jomanda openbaar zijn en dat daarover regelmatig wordt gepubliceerd. Zij wijzen er op dat Brummelman zich bij de organisatie als journalist bekend heeft gemaakt en dat de organisatie haar medewerking aan Brummelman heeft verleend.
Volgens betrokkenen komt klaagster bovendien onherkenbaar in het artikel voor. Het probleem van klaagster is algemeen omschreven en een verdere aanduiding van klaagster - achternaam, leeftijd, woonplaats e.d. - ontbreekt. Voor zover klaagster al herkenbaar is voor de andere bij de healing aanwezigen en voor mensen in haar directe omgeving, zou dat ook het geval zijn geweest indien klaagster een meer voorkomende naam had gehad.

Betrokkenen stellen dat zij er alles aan hebben gedaan om te voorkomen dat door de publicatie belangen van derden zouden worden geschaad. Zij betreuren dat klaagster zich niettemin benadeeld voelt, maar zijn van mening dat zij zorgvuldig hebben gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad acht niet aannemelijk dat de voornaam van klaagster zo zelden voorkomt, dat de enkele vermelding ervan heeft geleid tot het herkenbaar zijn van klaagster. Derhalve kan niet worden geoordeeld dat door die enkele vermelding haar privacy is geschonden.
Alhoewel het beter zou zijn geweest indien betrokkenen voor de aanduiding van klaagster haar voornaam niet hadden gebruikt, is de Raad van oordeel dat geen grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Deventer Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 6 januari 2000 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mr. D.T. Dalmolen, mr. B.A. Schmitz, J.M.P.J. Verstegen en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-06