2000/58 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.J. Gouka

tegen

De Gooi- en Eemlander en J.H. van Zenderen

Bij brief van 15 mei 2000 met 5 bijlagen heeft A.J. Gouka (klager) een klacht ingediend tegen De Gooi- en Eemlander en J.H. van Zenderen (verweerders). In een brief van 6 juni 2000 met twee bijlagen heeft Van Zenderen op de klacht gereageerd. Bij brief van 13 juli 2000 heeft klager drie aanvullende stukken aan de Raad gezonden.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 augustus 2000, in aanwezigheid van klager, die ter zitting nog een tweetal stukken heeft overgelegd. Verweerders zijn niet verschenen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Van Zenderen heeft in de Gooi- en Eemlander van 29 april 2000 een hoofdredactioneel commentaar geschreven over gemeentelijke heffingen. In dit commentaar, gepubliceerd onder de kop "lastendruk", is onder meer de volgende passage opgenomen:

"(...) Met de nodige tam-tam heeft Den Haag de laatste jaren de burgers verblijd met lastenreducties. Maar lokale bestuurders hebben met gretige grijpvingers veel van die voordeeltjes weer ingepikt. Nagenoeg alle gemeentelijke heffingen zijn schrikbarend gestegen, soms zelfs enkele keren 'over de kop gegaan'. En aan die plaatselijke inhaligheid lijkt voorlopig geen einde te komen. (...)"

Op 9 januari 1997 had Van Zenderen ook al een hoofdredactioneel commentaar over gemeentelijke heffingen geschreven, eveneens onder de kop "lastendruk". Zowel klager, wethouder van financiƫn van de gemeente Bussum, alsook een beleidsambtenaar van genoemde gemeente heeft toen een ingezonden brief aan de Gooi- en Eemlander gestuurd. Zij hebben ieder daarin uiteengezet waarom het commentaar van Van Zenderen naar hun mening niet correct was. De ingezonden brief van de beleidsambtenaar is in de krant geplaatst.

In reactie op het hoofdredactioneel commentaar van 29 april 2000 heeft klager op 1 mei 2000 opnieuw een ingezonden brief aan verweerders gezonden. In reactie daarop heeft Van Zenderen bij brief van 3 mei 2000 aan klager beschreven hoe zijn naschrift bij de ingezonden brief zou luiden en klager gevraagd of deze, gegeven de inhoud van het naschrift, zijn brief nog steeds gepubliceerd wilde zien.

Naar aanleiding van de brief van 3 mei heeft op 4 mei 2000 een telefoongesprek tussen klager en Van Zenderen plaatsgevonden. De ingezonden brief van klager is nadien niet geplaatst.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager is van mening dat de berichtgeving onjuist en onzorgvuldig is. Als Van Zenderen de moeite had genomen zijn gegevens te checken bij bijvoorbeeld het Centrum voor Onderzoek Lagere Overheden, zoals door klager gesuggereerd, had hij geweten dat de uitgangspunten voor zijn hoofdredactioneel commentaar onjuist zijn. Klager heeft dat al in 1997 aan Van Zenderen laten weten. Desondanks heeft laatstgenoemde klakkeloos zijn eerdere mening opnieuw in de krant opgenomen. Dit leidt volgens klager ten onrechte tot maatschappelijke onrust, waar de gemeente Bussum - bijvoorbeeld door een toename van het aantal bezwaarschriften - hinder van ondervindt. Klager meent dat in het telefoongesprek van 4 mei 2000 tussen partijen is afgesproken dat de ingezonden brief - met het door verweerders gewenste naschrift - alsnog geplaatst zou worden, hetgeen ten onrechte achterwege is gebleven.

Verweerders stellen dat het gewraakte commentaar maatschappelijk relevant is nu zowel de Consumentenbond als de Vereniging Eigen Huis de gemeenten aanspreekt op de toenemende stijging van de lokale woonlasten. Zij wijzen erop dat geen sprake is van berichtgeving maar van een door de hoofdredacteur ondertekend commentaar. Verweerders menen dat de maatschappelijke onrust over dit onderwerp niet gevolg is van dit commentaar, maar van de onmiskenbare tariefsverhogingen en de verschillende tarieven die de gemeenten hanteren. Volgens hen is in het telefoongesprek van 4 mei 2000 afgesproken, hetgeen in een brief van 15 mei 2000 aan klager is bevestigd, dat het standpunt van klager zal worden weergegeven in de vorm van een interview, gekoppeld aan de actualiteit. Zodra de gemeente Bussum rond is met de nieuwe tarieflijst voor de OZB kan klager voor het interview contact opnemen met de redactie in Bussum.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De inhoud van het gewraakte commentaar valt onder de vrijheid van meningsuiting. Hoewel in de tekst hier en daar schromelijke overdrijvingen lijken te zijn opgenomen, kan dit in het kader van een commentaar als hier aan de orde niet als onzorgvuldige berichtgeving worden beschouwd. Daarbij komt dat verweerders zich bereid hebben getoond ook de mening van klager weer te geven. Daargelaten wat in het telefoongesprek van 4 mei 2000 tussen partijen is afgesproken, hetgeen de Raad niet kan vaststellen, lijkt een interview met klager gekoppeld aan de actualiteit een goede oplossing voor een zorgvuldige afhandeling van deze kwestie. Klager heeft zelf ook ter zitting laten weten publicatie van een dergelijk interview op prijs te stellen.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders aan deze uitspraak aandacht te besteden in De Gooi- en Eemlander.

Aldus vastgesteld door de Raad op 12 oktober 2000 door mr. D. Allewijn, voorzitter, H. van Gessel, mw. mr. V. Keur, mw. drs. J.W.M. Kok, drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 2000-58