2000/57 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

G. Tax

tegen

BN/De Stem

Bij brief van 2 april 2000 met 2 bijlagen heeft G. Tax (klager) een klacht ingediend tegen BN/De Stem (verweerder). In een brief van 27 april 2000 heeft de Raad klager meegedeeld dat de inhoud van de klacht niet duidelijk was en klager verzocht om een nadere toelichting. In een brief van 9 juni 2000 met drie bijlagen heeft klager daarop gereageerd.
Bij brief van 19 juni heeft B. Rogmans, hoofdredacteur van verweerder, op de klacht gereageerd. Bij brieven van 23 juni en 11 juli 2000, laatstgenoemde met twee bijlagen, heeft klager nader gereageerd.

De zaak is buiten aanwezigheid van partijen behandeld ter zitting van de Raad van 25 augustus 2000.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Op 24 september 1997 heeft verweerder in een kort bericht aandacht besteed aan een controverse tussen klager en een wethouder van de gemeente Roosendaal. Klager heeft nog op diezelfde datum een brief aan verweerder geschreven waarin hij heeft meegedeeld dat de inhoud van het bericht onjuist was en gevraagd om correctie daarvan. Dit is niet gebeurd. Klager heeft daar na zijn brief niet nader op aangedrongen.

In september 1998 en nadien heeft klager vele malen mondelinge en schriftelijke suggesties aan verweerder gedaan met betrekking tot diverse, veelal plaatselijke onderwerpen die zijns inziens aandacht in BN/De Stem verdienden. Deze suggesties hebben niet tot publicaties over de desbetreffende onderwerpen geleid.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat verweerder "aan het handje loopt" van de gemeente Roosendaal en verwijt verweerder dat deze geen aandacht heeft geschonken aan de door hem gesuggereerde onderwerpen. Hij acht het onjuist dat verweerder bepaalt waar wel of niet over wordt geschreven.

Verweerder stelt dat klager met grote regelmaat de redactie belt c.q. heeft gebeld omdat er "iets" niet zou deugen, met het verzoek aan het desbetreffende onderwerp aandacht te besteden. Deze suggesties hebben in het verleden geleid tot onderzoek door verweerder. Omdat wel sprake bleek van beschuldigingen maar niet van bewijzen, heeft verweerder besloten met de suggesties niets te doen. Ten aanzien van het bericht van 24 september 1997 merkt verweerder nog op dat klager voorafgaand aan publicatie hierover is gebeld, maar dat klager niet bereid was tot het geven van commentaar.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht is, ook na de door de Raad gevraagde verduidelijking daarvan, onvoldoende concreet. Voor zover deze wel concreet is, te weten daar waar klager verweerder verwijt dat deze geen aandacht besteedt aan de door hem gesuggereerde onderwerpen, heeft de klacht geen betrekking op een journalistiek handelen dat door de Raad kan worden beoordeeld.

BESLISSING

De Raad acht klager niet ontvankelijk in zijn klacht.

De Raad verzoekt verweerder aan deze uitspraak aandacht te besteden in BN/De Stem.

Aldus vastgesteld door de Raad op 12 oktober 2000 door mr. D. Allewijn, voorzitter, H. van Gessel, mw. mr. V. Keur, mw. drs. J.W.M. Kok, drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 2000-57