2000/56 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

G.G.M. Mooijman

tegen

Noordhollands Dagblad

Bij brief van 1 april 2000 met 12 bijlagen heeft G.G.M. Mooijman (klager) een klacht ingediend tegen het Noordhollands Dagblad (verweerder). In een brief van 6 april 2000 heeft R.A.M. Brown, hoofdredacteur van verweerder op de klacht gereageerd. Bij brieven van
8 april en 11 mei 2000 hebben klager en verweerder hun standpunten nader toegelicht.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 augustus 2000, in aanwezigheid van klager en S. de Jong, editiechef, namens verweerder.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klager is eigenaar van een viertal garageboxen te Beverwijk, die als opslagruimte worden gebruikt. Hij heeft begin dit jaar een vergunning aangevraagd om de garages te mogen verbouwen en de tussenliggende binnenruimte te overkappen. Begin maart 2000 is de bouwaanvraag behandeld door de gemeenteraad van Beverwijk. Verweerder heeft in maart 2000, onder meer in een commentaar van 10 maart en berichten van 9 en 24 maart (deels met foto's), in Stad en Streek aandacht besteed aan de kwestie. In deze berichten is onder meer melding gemaakt van vermeende overlast voor de buurt en wordt een van de omwonenden,
J. Stad, daarover uitgebreid aan het woord gelaten. Het commentaar werpt onder meer de vraag op waarom de situatie jarenlang is gedoogd en waarom politici het nu ineens voor de omwonenden opnemen.

Klager heeft op 25 maart 2000 telefonisch contact gehad met De Jong. Deze heeft hem geadviseerd een ingezonden brief te schrijven. Klager heeft daarop een ingezonden brief met als kop "Wie speelt hier een spelletje?" bij verweerder ingeleverd. Bij de ingezonden brief heeft hij een foto gevoegd.

In Stad en Streek van 31 maart 2000 is de ingezonden brief van klager geplaatst onder de kop "Garageboxen". De brief, die circa 350 woorden beslaat, is door verweerder herschreven. De foto is niet geplaatst. Toen klager nadien de foto bij de redactie kwam ophalen, was de foto kwijt. Hij heeft deze niet teruggekregen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat sprake is van onjuiste en eenzijdige berichtgeving. Er is geen sprake van overlast en al zeker niet van door hem veroorzaakte overlast. De distributie van het Noordhollands Dagblad geschiedt vanuit een van de garageboxen. Dat had hij willen aantonen met de door hem gemaakte foto. Klager vindt het wel erg toevallig dat de foto is kwijtgeraakt. Met de overkapping wil hij juist overlast zoveel mogelijk voorkomen. Verweerder heeft echter alleen oor voor het verhaal van omwonende Stad. Als onjuiste en eenzijdige berichtgeving maar vaak genoeg wordt herhaald, gaat men deze geloven met alle (politieke) gevolgen van dien. Om die reden wilde klager zijn verhaal doen in de ingezonden brief. Deze is ten onrechte herschreven en verdraaid en ook is de door klager aangeleverde kop gewijzigd. Klager mocht er volgens hem van uitgaan dat de brief ongewijzigd zou worden geplaatst.

Verweerder stelt dat klager voorafgaand aan de publicaties is gebeld, maar toen niet op de kwestie wilde reageren. Daardoor is alleen de mening van omwonenden vermeld. Toen klager nadien belde dat hij daarmee toch niet gelukkig was, heeft De Jong daar begrip voor getoond en klager meegedeeld dat hij een ingezonden brief kon schrijven. Er is slechts toegezegd dat een ingezonden brief zou worden geplaatst en dat daarbij eenmalig de gebruikelijke limiet van 250 woorden zou kunnen worden overschreden, maar niet dat de ingezonden brief van klager ongewijzigd zou worden geplaatst. Bij ingezonden brieven geldt het beleid dat de kop slechts één woord is. Ook worden bij ingezonden brieven nooit foto's geplaatst, hetgeen klager direct, reeds voordat zijn brief werd gepubliceerd, is meegedeeld. Verweerder heeft zijn excuses gemaakt voor het kwijtraken van de foto en heeft klager aangeboden een nieuwe afdruk te laten maken. Verweerder meent dat de essentie van de ingezonden brief van klager overeind is gebleven en dat het herschrijven van de brief de leesbaarheid ten goede is gekomen. Wel was het volgens verweerder zorgvuldig geweest als de gewijzigde brief nog aan klager was voorgelegd voordat deze werd gepubliceerd. Klager heeft verweerder echter niet kunnen uitleggen waar zijn ingezonden brief onjuist is geïnterpreteerd en wat hij in de uiteindelijk geplaatste brief mist.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Nu verweerder klager de gelegenheid heeft geboden zijn standpunt over de kwestie uiteen te zetten in de vorm van een ingezonden brief, is geen sprake van eenzijdige berichtgeving. Verweerder heeft de ingezonden brief van klager weliswaar herschreven, maar de inhoud en essentie van de uiteindelijk gepubliceerde brief komen overeen met de door klager aangeleverde tekst. Verweerder heeft aldus niet onzorgvuldig gehandeld.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder aan deze uitspraak aandacht te besteden in het Noordhollands Dagblad.

Aldus vastgesteld door de Raad op 12 oktober 2000 door mr. D. Allewijn, voorzitter, H. van Gessel, mw. mr. V. Keur, mw. drs. J.W.M. Kok, drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 2000-56