2000/55 deels-gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.M. Kröner

tegen

het ANP en R. Bas, S. Kuypers en P. Elberse

Bij brief van 30 maart 2000 met 11 bijlagen heeft mr. A. Bierenbroodspot namens A.M. Kröner (klager) een klacht ingediend tegen het ANP, R. Bas, S. Kuypers en P. Elberse (verweerders). In een brief van 16 mei 2000 met daarbij een verklaring van Bas, Kuypers en Elberse heeft R. de Spa, hoofdredacteur van het ANP op de klacht gereageerd. Bij brieven van 22 juni en 17 augustus 2000 heeft mr. Bierenbroodspot nog vier aanvullende stukken aan de Raad toegezonden. Door verweerders is nog kort gereageerd in een brief van 28 juni 2000.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 augustus 2000. Klager is verschenen tezamen met zijn broer E.A. Kröner en bijgestaan door zijn raadslieden mr. Bierenbroodspot en mr. G.J. Kemper. Namens verweerders zijn verschenen de heren De Spa, Bas en Kuypers. Mr. Bierenbroodspot en mr. Kemper hebben ieder pleitnotities overgelegd. Verweerders hebben dat eveneens gedaan, vergezeld van 12 - deels reeds bekende - bijlagen. Mr. Bierenbroodspot en mr. Kemper hebben na lezing van de bijlagen meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen overlegging daarvan ter zitting.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Op 30 september en 7 oktober 1999 hebben verweerders een viertal ANP-berichten doen uitgaan met betrekking tot een omstreden nevenfunctie van Eerste Kamerlid B. van Schijndel. In die berichtgeving is uiteengezet dat Van Schijndel tezamen met onder anderen twee veroordeelde kinderpornohandelaren bestuurder was van de Stichting World Gay Center te Amsterdam. Klager is eveneens medebestuurslid van genoemde stichting.

In de ANP-berichten is onder meer vermeld:

"(...) Twee van de medebestuurders werden dit jaar veroordeeld voor de handel in kinderporno. Een ander is volgens ingewijden nauw betrokken bij het maken van dit materiaal. (...)
Ook het reilen en zeilen van een ander bestuurlid van de stichting World Gay Center, A.K. (Kröner), is omstreden. Hij wordt door verscheidene ingewijdenen in verband gebracht met het maken van kinderporno. K. zou in Amsterdam enkele jongensbordelen leiden. Hij is onder meer eigenaar van het café 'Cuckoos Nest' waar volgens een voormalige prostitué en verschillende andere bronnen eind jaren tachtig pornofilms zijn opgenomen met minderjarige jongens. (...)"

De ANP-berichten hebben in ieder geval geleid tot publicaties over dit onderwerp in Het Parool, Dagblad Flevoland, Enkhuizer Courant, BN/De Stem en de Barneveldse Courant. In de meeste kranten, maar niet alle, is klager slechts met zijn initialen aangeduid. Wel is in vrijwel alle kranten vermeld dat hij eigenaar is van café 'Cuckoos Nest'.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij (mede)eigenaar is van café 'Cuckoos Nest', van twee homobordelen en het maandblad 'Gay and Night' en dat al deze activiteiten zijn gericht op een volwassen homopubliek. Hij stelt niets te maken te hebben met kinderprostitutie of het maken van kinderporno. Klager wijst erop dat eind jaren '80 een politieonderzoek heeft plaatsgevonden naar de activiteiten van twee Amerikanen die het destijds gesloten café 'Cuckoos Nest' hadden gehuurd voor filmopnames. De bedrijven van klager worden wel vaker als filmlocatie gehuurd. Klager had met hun werk niets te maken en bovendien heeft het onderzoek niet geleid tot de constatering dat in de 'Cuckoos Nest' kinderporno was vervaardigd. Klager stelt voorts dat de beschuldigingen in de ANP-berichten niet zijn gecontroleerd en er geen wederhoor is toegepast. Volgens hem zijn de beschuldigingen onwaar, grievend en onzorgvuldig en hebben deze zakelijke en persoonlijke schade teweeggebracht. Naarmate de beschuldigingen ernstiger zijn neemt ook de noodzaak tot wederhoor en objectief onderzoek toe. Klager kan zich moeilijk verweren tegen anonieme beschuldigingen, maar meent dat deze grotendeels afkomstig zijn van iemand met wie een vete bestaat en die hem wil schaden. Verweerders zijn ook na de publicatie niet bereid gebleken tot wederhoor en rectificatie.

Verweerders stellen dat de berichtgeving is gebaseerd op verklaringen van drie betrokkenen, die vanwege verschillende redenen - ambtsgeheim dan wel angst voor represailles - anoniem willen blijven. Met deze bronnen, die verschillende achtergronden hebben, is urenlang over de kwestie gesproken. De bronnen hebben alle drie verklaard dat in bordelen van klager minderjarigen werkten, alsmede dat in een aan klager toebehorende horecagelegenheid eind jaren '80 pornofilms zijn opgenomen met minderjarigen jonger dan 16 jaar. Verweerders beschikken over een band met opnames hiervan. Twee van de drie bronnen hebben verklaard zeker te weten dat klager van een en ander afwist, maar de derde bron kon dat niet met zekerheid verklaren. Verweerders hebben ervoor gekozen alleen die informatie te gebruiken die door drie bronnen onafhankelijk van elkaar bevestigd werd. Omdat klager als eigenaar van de etablissementen echter hoe dan ook verantwoordelijk is voor hetgeen zich daar afspeelt, hebben verweerders in de berichtgeving gekozen voor de bewoordingen dat hij "betrokken is bij" en "in verband wordt gebracht met" het maken van kinderporno. De bronnen zijn bij de hoofdredactie van het ANP bekend en door deze ruim voldoende bevonden. De bereidheid bestaat deze onder strikte geheimhouding aan de Raad bekend te maken en daarbij het beschikbare materiaal te tonen.
Verweerders erkennen dat klager niet om een weerwoord is gevraagd. De reden daarvoor is dat klager niet het hoofdonderwerp van de artikelen was. Hij is opgevoerd om aan te tonen in welk milieu Van Schijndel verkeerde. De reactie van klager op de aantijgingen was voor verweerders, vanuit journalistiek oogpunt, niet relevant omdat het louter om de aantijgingen ging. Dit terwijl het opnemen van een weerwoord van klager, die overigens voldoende was geanonimiseerd, de toegankelijkheid en leesbaarheid van het bericht zou kunnen benadelen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Uit hetgeen verweerders ter zitting hebben meegedeeld over het aantal en de hoedanigheid van hun bronnen, leidt de Raad de feitelijke juistheid af van het bericht dat klager door verscheidene ingewijdenen (al was het maar door die bronnen) in verband werd gebracht met het maken van kinderporno. Met andere woorden: dat het gerucht ging (meer is niet gemeld) is voldoende aannemelijk gemaakt. De Raad behoeft dan ook niet te treden in de vraag of het gerucht zelf feitelijk juist was, en gaat om die reden voorbij aan het aanbod van verweerders om het bronnenmateriaal vertrouwelijk in te zien.
Ook overigens heeft de Raad de overtuiging gekregen dat het door verweerders gedane onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest. Zij hadden voldoende aanleiding voor vermelding van de geruchten omtrent klager in de berichtgeving over Van Schijndel. Anders dan verweerders menen, impliceert het gebruik van bewoordingen als "nauw betrokken bij" en "wordt in verband gebracht met" echter dat klager volgens de geruchten wetenschap had van de betreffende activiteiten in zijn etablissementen. De berichtgeving heeft daardoor toch een zwaardere lading dan dat - naar verweerders zeggen te hebben bedoeld - klager als eigenaar van de etablissementen voor de activiteiten mede verantwoordelijk zou moeten worden gehouden.

Mede daarom geldt dat wederhoor had behoren te worden toegepast. Dat verweerders op basis van hun onderzoek tot de conclusie konden komen dat de hen toevertrouwde informatie wereldkundig kon worden gemaakt, ontslaat hen, nu het gaat om ernstig incriminerende geruchten, nog niet van de eis van hoor en wederhoor. Het feit dat klager niet het hoofdonderwerp van het artikel is doet daar niet aan af. Klager is, door vermelding van de naam van de 'Cuckoos Nest' en zijn bestuurslidmaatschap van de stichting Gay World Center, niet onherkenbaar. Dat door het opnemen van een weerwoord de leesbaarheid van het bericht zou kunnen worden aangetast kon in de gegeven omstandigheden, daargelaten de juistheid van die stelling, geen reden zijn om wederhoor achterwege te laten.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond, voor zover die er toe strekt dat verweerders ten onrechte geen wederhoor hebben toegepast en voor het overige ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders aan deze uitspraak aandacht te besteden in de berichtgeving van het ANP.

Aldus vastgesteld door de Raad op 12 oktober 2000 door mr. D. Allewijn, voorzitter, H. van Gessel, mw. mr. V. Keur, mw. drs. J.W.M. Kok, drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 2000-55