2000/48 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Y. Üstüner

tegen

de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad
de hoofdredacteur van De Telegraaf

Bij brief van 17 maart 2000 met vier bijlagen heeft mr. N. Türkkol, advocaat te Amsterdam, namens Y. Üstüner te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad en de hoofdredacteur van De Telegraaf (verweerders). Hierop heeft J.J.L. Verweij, adjunct-hoofdredacteur van De Telegraaf, gereageerd in een brief van 11 april 2000 met twee bijlagen. J.M. van der Hart, algemeen hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad, heeft op de klacht gereageerd bij brief van 25 april 2000 met vier bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 juni 2000. Klager en zijn advocaat zijn daar verschenen. Namens de hoofdredacteur van De Telegraaf is E. Nordholt, verslaggever Redactie Nieuwsdienst verschenen. De hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad is niet verschenen. Ter zitting heeft mr. Türkkol nog een afschrift van een brief van voornoemde Nordholt van 21 maart 2000 overgelegd.

DE FEITEN

Klager houdt zich bezig met werving, selectie en training in diversiteit en geeft in dit verband sinds geruime tijd trainingen en adviezen aan politiekorpsen. Naar aanleiding van een in Noord-Brabant verschenen rapport over selectiemethoden bij de politie heeft hij contact opgenomen met J. van Sambeeck, redacteur bij het Eindhovens Dagblad. In het daarop volgende interview heeft klager zijn mening over dit onderwerp gegeven.
Vervolgens is op 9 maart 2000 in het Eindhovens Dagblad en op de website van De Gelderlander een artikel van de hand van Van Sambeeck verschenen met de kop "Kritiek Turkse politietrainer: 'Selectie agenten deugt niet'". Het artikel opent met de volgende passage: "De werving van allochtone agenten in Nederland deugt niet. Veel allochtone politiemensen worden aangenomen terwijl zij niet geschikt zijn. De selectie-eisen zijn verouderd en niet toegesneden op werken in een multi-culturele samenleving. Deze kritiek komt van Yasar Üstüner, die voor diverse politiekorpsen werving, selectie en training verzorgt."
In het artikel wordt klager onder meer geciteerd als volgt: "Veel allochtonen komen nu dankzij positieve discriminatie bij de politie. Er zijn mensen onder die in het land van herkomst nauwelijks in staat zouden zijn om een portiersfunctie uit te oefenen."
Het Eindhovens Dagblad publiceerde op 10 maart 2000 een vervolgartikel met de kop "Woordvoerders politiekorpsen en selectie-instituut: 'Geen voorrang allochtonen meer'". Dit artikel bevat de volgende passage: "Üstüner benadrukt dat er op dit moment geen sprake meer is van positieve discriminatie bij de selectie van allochtone agenten."
Na de publicatie van het artikel van 9 maart 2000 op de website van De Gelderlander heeft Nordholt telefonisch contact gehad met klager. Dit heeft geresulteerd in een artikel in De Telegraaf van 10 maart 2000 van de hand van Nordholt met de kop "Ophef na uitspraak politietrainer. 'Werving allochtone agenten schiet door'". De opening van dit artikel luidt: "De werving en selectie van allochtone agenten in ons land deugt niet. Een groot deel van de politiemensen van buitenlandse komaf wordt aangenomen terwijl ze niet voor het vak geschikt zijn. Dat stelt Yasar Üstüner, die voor diverse politiekorpsen in ons land de selectie en training verzorgt van allochtone politiemensen."
Het artikel bevat onder meer het volgende aan klager toegeschreven citaat: "Er worden in dit land allochtonen bij de politie aangesteld die in het land waar ze oorspronkelijk vandaan komen nauwelijks in staat zouden zijn om een portiersfunctie uit te oefenen."
Op 13 maart 2000 heeft klager onder andere aan verweerders een open brief gestuurd, waarin hij schrijft dat hij in verschillende dagbladen verkeerd is geciteerd. Bij brieven van 17 maart 2000 heeft mr. Türkkol de bezwaren van klager tegen de publicaties aan verweerders bekend gemaakt en verzocht om rectificatie. Bij brieven van 21 maart 2000 is namens verweerders afwijzend op dit verzoek gereageerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat de inhoud van de artikelen niet overeenkomt met hetgeen hij tijdens de voorafgaande gesprekken heeft gezegd. Hierbij doelt hij met name op het citaat over de portiersfunctie. Zowel in het interview met Van Sambeeck als in het telefoongesprek met Nordholt heeft hij opgemerkt dat deze uitspraak betrekking heeft op het verleden. Aangezien sindsdien een grote uitstroom van allochtone politieagenten heeft plaatsgevonden, is het niet juist om te suggereren dat de huidige allochtone politiemensen niet capabel zouden zijn, aldus klager. De artikelen wekken derhalve ten onrechte de indruk dat klager van mening is dat op dit moment ongeschikte allochtone politieagenten in dienst worden genomen en dat allochtonen die momenteel bij de politie werkzaam zijn, niet capabel zijn. Bovendien heeft Van Sambeeck, ondanks het verzoek om dat niet te doen, de term 'positieve discriminatie' gebruikt. Klager gelooft niet in deze term en vindt dat discriminatie altijd een derde benadeelt. Een en ander heeft volgens klager onder meer tot gevolg dat zijn positie als trainer en adviseur van politiekorpsen wordt ondermijnd.
Ten slotte stelt hij dat verweerders afspraken over inzage vooraf niet zijn nagekomen. Klager erkent dat, op het verzoek om hem de tekst vooraf te laten inzien, Nordholt heeft meegedeeld dat "het bij ons niet de gewoonte is", maar hij heeft dat niet als een afwijzing van zijn verzoek opgevat.

Volgens het Eindhovens Dagblad heeft Van Sambeeck van klager begrepen dat deze zware kritiek heeft op de selectie van allochtoon politiepersoneel en van mening is dat allochtonen door de politie worden aangenomen die niet geschikt zijn voor dat werk. Klager heeft tijdens het gesprek niet laten blijken dat het zijn kritiek op de vroegere selectiemethode betrof. Bovendien is in het vervolgartikel van 10 maart 2000 vermeld dat klager "benadrukt dat er op dit moment geen sprake meer is van positieve discriminatie bij de selectie van allochtonen." Hoewel Van Sambeeck op de hoogte was van klagers bezwaar tegen het gebruik van de term 'positieve discriminatie', heeft hij deze omschrijving gebruikt omdat het een voor de lezers duidelijke en ingeburgerde term betreft.
Van een afspraak om het artikel voor publicatie te mogen inzien is geen sprake. Van Sambeeck heeft toegezegd dat hij als hij nog vragen zou hebben contact met klager zou opnemen.

Nordholt stelt, namens De Telegraaf, dat hij in het telefoongesprek met klager zijn uitspraken en met name de uitspraak over de portiersfunctie, als gepubliceerd op de website van De Gelderlander, heeft voorgelezen en klager om een reactie heeft gevraagd. Klager heeft daarop geantwoord dat hij van die uitspraak niets terug nam, zonder daaraan toe te voegen dat deze uitspraak betrekking had op het verleden. Hij ging er daarom van uit dat klager correct geciteerd was.
De Telegraaf betwist eveneens dat een afspraak over inzage vooraf zou zijn gemaakt. Volgens Nordholt heeft hij aan klager, op zijn verzoek de tekst voor publicatie aan hem te faxen, te kennen gegeven niet op dat verzoek te zullen ingaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klager heeft gesteld dat hij onjuist, althans onvolledig, is geciteerd. Hij heeft zijn klacht toegespitst op de uitspraak over de portiersfunctie. Hij erkent dat hij deze uitspraak heeft gedaan, maar stelt dat hij daaraan heeft toegevoegd dat die uitspraak betrekking heeft op in het verleden - tien tot vijftien jaar geleden - in dienst getreden allochtone politieagenten. Over de vraag of klager deze toevoeging daadwerkelijk heeft gedaan staan de standpunten van partijen lijnrecht tegenover elkaar. Er is voor de Raad geen mogelijkheid om vast te stellen dat de stellingen van een der partijen juist of onjuist zijn.
Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat aan verweerders niet kan worden verweten dat zij de uitspraken van klager hebben opgevat zoals zij hebben gedaan. De Raad heeft er begrip voor dat klager, die wellicht de reikwijdte van zijn uitspraken enigszins heeft onderschat, met de artikelen niet gelukkig is. Niettemin kan de wijze waarop de uitspraken van klager zijn weergegeven, het gebruik van de term 'positieve discriminatie' daaronder begrepen, niet leiden tot gegrondheid van de klacht.
Voorts is niet gebleken dat partijen zijn overeengekomen dat klager voorafgaand aan de publicaties de artikelen zou kunnen inzien, zodat ook dit onderdeel van de klacht ongegrond is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Eindhovens Dagblad en De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 13 juli 2000 door mr. D. Allewijn, voorzitter, H. van Gessel, mw. J.A. Koerts, mr. M.M.P.M. Kreyns en mw. mr. W. Sorgdrager, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-48