2000/46 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R. Korper

tegen

H.K. Afman en de hoofdredacteur van Nieuwe Revu

Bij brief van 12 januari 2000 met tien bijlagen heeft R. Korper te Amsterdam een klacht ingediend tegen H.K. Afman en de hoofdredacteur van Nieuwe Revu (verweerders). Hierop heeft Afman gereageerd in een brief van 29 februari 2000 met tien bijlagen. W. Spijkers, hoofdredacteur a.i., heeft zich bij brief van 2 maart 2000 bij het verweer van Afman aangesloten. Korper heeft zijn klacht nog nader toegelicht in een brief van 5 juni 2000 met twee bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 juni 2000 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

In Nieuwe Revu van 13 oktober 1999 is een artikel van de hand van Afman verschenen onder de kop "De foute kringen rond senator Bob van Schijndel." Hierin wordt klager, voorzitter van de stichting World Gay Center, met naam genoemd. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
"In 1995 neemt penningmeester Arthur Tukkers de groothandel over van Rob Korper. En in 1996 doet de politie een inval in het pand waarbij tientallen videobanden met kinderporno in beslag worden genomen. (...) In maart van dit jaar stonden Arthur Tukkers en Rob Korper voor de rechtbank. Beide heren kregen 240 uur dienstverlening opgelegd met aftrek van veertig uur voorarrest. Het OM heeft inmiddels hoger beroep aangetekend." en
"Daarnaast beweert de voormalige prostitué dat er in diezelfde club porno-opnames met minderjarige jongens zijn gemaakt, waarvoor stichtingsvoorzitter Rob Korper de regie deed."

Bij brief van 8 november 1999 heeft klager zijn bezwaren tegen het artikel aan verweerders kenbaar gemaakt.
Hierop heeft Afman gereageerd in een brief van 23 november 1999. Afman schrijft hij onder meer: "Ter illustratie: in week 40 heb ik telefonisch contact met u gezocht. Ik vertelde u dat ik in het kader van een artikel voor Nieuwe Revu over de nevenfunctie van Bob van Schijndel (bij het WGC), ook enkele vragen aan u wilde stellen. M.a.w.: ik heb tijdig voor publicatie getracht wederhoor toe te passen. Daar zag u echter vanaf. Terwijl ik het belang hiervan aan u probeerde uit te leggen, verbrak u de verbinding."
Klager heeft daarop gereageerd bij brief van 6 december 1999. De eerste zin van deze brief luidt: "Ik heb er geen behoefte aan te antwoorden op suggesties en onwaarheden die de heer Afman door de telefoon zegt."

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat verweerders zonder zijn toestemming zijn volledige naam hebben vermeld in een negatieve context, terwijl het hoger beroep in de strafzaak tegen klager nog niet is afgerond. Door deze vermelding is zijn privacy geschonden.
Verder stelt hij dat in het artikel ten onrechte wordt gesuggereerd dat hij zich bezighoudt met het regisseren van kinderporno, zonder dat daarvoor bewijs is aangevoerd. Volgens hem zijn verweerders verantwoordelijk voor de uitspraken van de ter zake anoniem opgevoerde bron. Klager merkt op dat in zijn strafzaak ter zake van handel in kinderpornomateriaal nog in hoger beroep uitspraak zal worden gedaan. Op één video die in deze strafzaak een rol speelt, is een jongen te zien die had verklaard 18 jaar te zijn, maar in werkelijkheid 14 jaar was. In deze zaak draait het er om dat de leeftijd van jongens moeilijk is vast te stellen, aldus klager.
Hij stelt voorts dat het artikel een aantal onjuistheden bevat, zoals de vermelding dat hij meerdere BV's op zijn naam heeft staan, terwijl het één BV met verschillende handelsnamen betreft. Voorts wordt ten onrechte vermeld dat hij onder de naam 'Eros Guide' een gids uitgeeft met adressen en advertenties die verwijzen naar het homoprostitutie-circuit. Volgens klager gaat het om een Eros katern bij de 'Man To Man Guide'.
Ten slotte stelt klager dat verweerders ten onrechte geen wederhoor hebben toegepast.

Verweerders stellen dat zij er bewust voor hebben gekozen om de volledige naam van klager te publiceren. Zij wijzen er op dat de namen van alle bestuursleden van de stichting World Gay Center volledig zijn vermeld. Bovendien zijn al diverse publicaties over klager verschenen, waarin zijn naam in wisselende samenstellingen is afgekort. In een artikel van Het Parool van 2 juli 1999 is de naam van klager eveneens voluit genoemd.
Wat betreft de uitlating van de anonieme bron stellen verweerders dat Het Parool in de week voor publicatie van het gewraakte artikel in Nieuwe Revu over dezelfde bron heeft gepubliceerd, en dat de strekking van beide berichtgevingen dezelfde is.
Zij stellen verder dat indien verschillende handelsnamen worden gebruikt voor één bepaalde BV de rechtsvorm hetzelfde blijft, zodat al die handelsnamen als BV's moeten worden beschouwd. Met betrekking tot de 'Eros Guide' is sprake van een misverstand. In het artikel wordt met 'Eros Guide' bedoeld een los uitneembaar boekje, bijgevoegd in de 'Man To Man Guide', dat in 1993 werd uitgegeven door klager. Alhoewel ingesloten in een andere gids is weldegelijk sprake van een aparte gids of 'guide', aldus verweerders.
Voorts stellen zij dat Afman in week 40 telefonisch contact heeft gezocht met klager. In dit telefoongesprek heeft Afman aan klager verteld dat hij in het kader van een artikel voor Nieuwe Revu over de nevenfunctie van Bob van Schijndel aan klager enkele vragen wilde stellen. Tijdens de uitleg van Afman over het belang om te reageren verbrak klager de verbinding. Gelijk daarna heeft Afman opnieuw telefonisch contact gezocht met klager, maar tevergeefs. Verweerders wijzen in dit verband op de brief van Afman van 23 november 1999 en op de openingszin van de brief van klager van 6 december 1999.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat indien iemand een functie bekleedt in het bestuur van een stichting, zijn gegevens - middels het voor iedereen toegankelijke handelsregister - openbaar zijn. De volledige naam van klager is vermeld (mede) in verband met de door hem uitgeoefende openbare functie van voorzitter van de stichting World Gay Center. In dit licht is de vermelding van zijn volledige naam niet ontoelaatbaar.
Verweerders hebben ter zake van de berichtgeving over de vermeende betrokkenheid van klager bij het regisseren van kinderpornovideo's voldoende zorgvuldigheid betracht. Met de zinsnede "...beweert de voormalige prostitué..." wordt immers de uitlating voor rekening van de betreffende anonieme bron gelaten en wordt deze bewering niet als vaststaand gegeven gepresenteerd. Voorzover de klacht tevens betrekking heeft op passages over klagers betrokkenheid bij de handel in kinderpornomateriaal, is de Raad van oordeel dat deze berichtgeving voldoende wordt onderbouwd onder meer door de vermelding dat klager hiervoor in eerste aanleg is veroordeeld, waarbij mede in aanmerking is genomen hetgeen klager over zijn strafzaak heeft opgemerkt.
De klachten betreffende de handelsondernemingen van klager en de 'Eros Guide' zijn, in de context van het gehele artikel bezien, van ondergeschikt belang. Zelfs indien de stellingen van klager in zoverre feitelijk juist zouden zijn, dan nog kan dat niet leiden tot het oordeel dat verweerders onzorgvuldig hebben gehandeld.
Vaststaat dat Afman voorafgaand aan de publicatie telefonisch contact heeft gezocht met klager en dat klager niet op de vragen van Afman wenste te reageren. Aldus moet worden geconcludeerd dat verweerders wederhoor hebben willen toepassen en dat hun niet kan worden verweten dat klager van de hem daartoe geboden gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Nieuwe Revu te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 13 juli 2000 door mr. D. Allewijn, voorzitter, H. van Gessel, mw. J.A. Koerts, mr. M.M.P.M. Kreyns en mw. mr. W. Sorgdrager, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-46