2000/45 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Arriva Personenvervoer Nederland B.V.

tegen

J. Alberts, K. Berkhout en de hoofdredacteur van het NRC Handelsblad

Bij brief van 1 februari 2000 met twaalf bijlagen heeft mr. J.H.F. Schultz van Haegen, advocaat te Den Haag, namens Arriva Personenvervoer Nederland B.V. te Heerenveen (klaagster) een klacht ingediend tegen J. Alberts, K. Berkhout en de hoofdredacteur van het NRC Handelsblad (verweerders). Hierop heeft mr. F.E. Jensma, hoofdredacteur, mede namens Alberts en Berkhout gereageerd in een brief van 22 februari 2000 met twaalf bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 mei 2000. Namens klaagster zijn mr. Schultz van Haegen en C.D. Arends, algemeen directeur, verschenen. Mr. Schultz van Haegen heeft de klacht toegelicht aan de hand van een pleitnota. Aan de zijde van verweerders zijn Berkhout en W. Oosterbaan, adjunct-hoofdredacteur, verschenen.

Op verzoek van verweerders en met instemming van klaagster heeft de behandeling plaatsgevonden door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 22 januari 2000 zijn in het NRC Handelsblad twee artikelen van de hand van Alberts en Berkhout verschenen over de privatisering van busbedrijven in Noord-Nederland. Het voorpagina-artikel, met de kop "In noord-Nederland, Privatiseren busbedrijven mislukking", verwijst naar het tweede artikel met de kop "Marktwerking is 'volstrekt mislukt'. De overrompeling van een busbedrijf". In het eerste artikel wordt klaagster reeds genoemd. Het vervolgartikel bevat de volgende voor de klacht relevante passages:
a) "Het Groningse GVB is een buitenkans voor de Amerikanen, die hopen op een springplank voor verdere veroveringen. Het ligt zoals een betrokkene zegt als een rijpe appel te wachten op een koper omdat het sinds mei van dat jaar geen gemeentelijke dienst meer is maar een aparte vennootschap. En vooral ook omdat onderhandelingen over een fusie met het Groningse Gado, onderdeel van het streekvervoerconglomeraat VSN, thans Connexxion, een dag eerder zijn geklapt. Arends en de zijnen praatten dan ook flink in op de GVB-directeuren Van Beek en Overbeek. Dat ze niet in zee moeten gaan met die 'klootzakken van VSN', Vancom kan ze daarbij helpen."
b) "En de prijs? Gemeentesecretaris Bosma heeft de cursussen gemeentefinanciën I en II met succes afgerond en voelt zich capabel genoeg om de waarde van het bedrijf zelf in te schatten. ,,Een goudgerande onderneming", noemt Bosma het GVB van toen, voor de best mogelijke prijs verkocht. Uiteindelijk wordt de som bepaald op 11,2 miljoen gulden, een transactie die begin 1998 in bijzijn van minister Jorritsma wordt beklonken. Maar dat bedrag komt in een merkwaardig daglicht te staan als blijkt dat in dezelfde maand nog een andere transactie plaatsvindt: Ondanks de nauwe banden met hun oude vaderland, verkopen Van der Aa, Huizenga en later ook Arends hun aandelen in Vancom Nederland aan het Britse Bedrijf Arriva. Opbrengst van Vancom Nederland (dat niet veel meer dan het GVB en een kantoortje in Utrecht omvat): ongeveer 50 miljoen gulden, een winst dus ten opzichte van de GVB-deal van bijna 40 miljoen. Heeft de gemeente Groningen het eigen bedrijf dus niet veel te goedkoop verkocht aan een paar handige jongens?"
c) "'Dun bezette lijnen worden soms totaal niet gereden als het materieel nodig is voor meer lucratieve evenementen zoals TT, Rolling Stones en dergelijke.'"
d) "Maar het private karakter van de vervoerder speelt volgens Wippoo van Rover wel een rol: ,,Arriva krijgt subsidie. Daarvan gaat 20 procent naar de aandeelhouders in Engeland. Wat overblijft wordt voor het bedrijf gebruikt.""
Het artikel bevat tevens een illustratiekader met de kop "Monopolie van Arriva in het Noordelijk streekvervoer". In dit kader zijn de activiteiten van Arriva weergegeven, waaronder autoverhuur en leasing.

In een faxbericht van 24 januari 2000 heeft klaagster haar bezwaren tegen de publicatie van het vervolgartikel aan Jensma kenbaar gemaakt en verzocht om in een gesprek vast te stellen of en op welke wijze de tekortkomingen zouden kunnen worden rechtgezet.
Op 25 januari 2000 is in het NRC Handelsblad een artikel verschenen, eveneens van de hand van Alberts en Berkhout, met de kop "Bestuurskundige Sylvester promoveert op privatiseringen, 'Overheden geven te veel weg'". In dit artikel wordt klaagster opnieuw genoemd.
Bij faxbericht van 26 januari 2000 aan Jensma heeft klaagster haar bezwaren tegen de publicatie van 22 januari 2000 herhaald en om rectificatie verzocht. B. Donker, adjunct-hoofdredacteur, heeft namens Jensma op de door klaagster geuite bezwaren gereageerd bij faxbericht van eveneens 26 januari 2000. Vervolgens heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen Arends en Donker, waarin Donker het verzoek tot rectificatie heeft afgewezen.
In NRC Handelsblad van 27 januari 2000 is in de rubriek "Brieven" een ingezonden brief van de in passage d. genoemde Wippoo opgenomen, luidende onder meer:
"In het artikel 'De overrompeling van een busbedrijf' (NRC Handelsblad, 22 januari), word ik als vertegenwoordiger van reisorganisator Rover, als volgt geciteerd: ,,Arriva krijgt subsidie. Daarvan gaat 20 procent naar de aandeelhouders in Engeland. Wat overblijft wordt voor het bedrijf gebruikt." Zoals het er staat is dat niet juist. (...) Het getal van 20% is ooit genoemd als wensbaar rendement in relatie tot de overnamesom van 150 miljoen, niet in relatie tot de subsidie."
Op 1 februari 2000 is in NRC Handelsblad in de rubriek "Correcties en aanvullingen" de volgende tekst opgenomen:
"In het artikel De overrompeling van een busbedrijf (in de krant van zaterdag 22 januari, pagina 15 en 16) staat dat voor de overname van Vancom Nederland door Arriva ruim 50 miljoen gulden is betaald. Gerekend naar de koersen van 1998 had dat moeten zijn ruim 40 miljoen. Dit betekent dat de winst ten opzichte van de GVB-overeenkomst niet ongeveer 40 maar ongeveer 30 miljoen bedroeg."

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De uitspraak van Wippoo in het artikel van 22 januari 2000 (passage d.) is onjuist. Deze uitspraak wekt de suggestie dat klaagster van de overheid verkregen subsidie in een keer doorbetaalt aan haar Engelse aandeelhouder, en derhalve alsof zij gemeenschapsgelden zou misbruiken, aldus klaagster. Zij stelt dat zij nooit enige overheidssubsidie direct dan wel indirect aan de Engelse aandeelhouder heeft betaald. Volgens klaagster hebben Alberts en Berkhout onzorgvuldig gehandeld door de (beweerdelijk) door Wippoo verstrekte informatie over te nemen zonder de juistheid ervan bij haar te verifiëren Aan haar had de mogelijkheid tot weerwoord geboden moeten worden, zeker omdat het om een ernstig verwijt aan haar adres gaat, aldus klaagster. Bovendien heeft Wippoo in een brief van 27 januari 2000 aan klaagster bevestigd dat hij de aangehaalde uitspraak niet heeft gedaan.
Voorts stelt klaagster dat ten onrechte in het artikel (passage b.) wordt gesuggereerd dat door een snelle doorverkoop van het GVB door Vancom aan Arriva grote winsten ten nadele van de overheid zijn gemaakt. De in het artikel vervatte informatie is feitelijk onjuist, onvolledig en daardoor misleidend, aldus klaagster. Zij wijst er op dat de verkoop van 85% van de aandelen GVB heeft plaatsgehad in maart 1995. Vanaf dat moment is Vancom het management gaan voeren en is de onderneming gedreven voor rekening en risico van Vancom, aldus klaagster. Begin januari 1998 is de resterende 15% van de aandelen aan Vancom verkocht, terwijl de levering van alle aandelen op 6 januari 1998 heeft plaatsgevonden. Volgens klaagster, die ter zitting benadrukt dat de koopovereenkomst in 1995 onder een aantal ontbindende voorwaarden is gesloten, is het GVB derhalve niet na een maand maar na bijna drie jaar na de verkoop aan Vancom aan haar verkocht. Verder omvatte de onderneming van Vancom meer dan alleen het GVB en "een kantoortje in Utrecht.", zodat het niet onbegrijpelijk is dat de door klaagster te betalen koopprijs hoger lag dan de prijs die Vancom voor het GVB heeft betaald. De koopprijs bedroeg bovendien niet "ongeveer 50 miljoen" maar ruim 30 miljoen gulden. De rectificatie van 1 februari 2000 is onvolledig en onjuist, aldus klaagster. Zij stelt dat de winst ten opzichte van de GVB-overeenkomst niet een simpele aftreksom is van de overnamesom van GVB en de overnamesom van Vancom. Verweerders weigeren ten onrechte om daarmee in de herformulering rekening te houden. In dit verband moet echter wel worden erkend dat Arends in het met hem op 7 december 1999 gehouden interview de vraag over de hoogte van de koopprijs niet heeft willen beantwoorden en dat met de verkoop van Vancom aan klaagster winst is gemaakt.
Klaagster stelt verder dat in het artikel ten onrechte wordt gesuggereerd dat zij niet rendabele lijnen laat uitvallen voor lucratieve evenementen (passage c.), dat bij de onderhandelingen met het GVB aan de zijde van klaagster betrokken personen ten onrechte ervan worden beschuldigd mensen van VSN "klootzakken" te hebben genoemd (passage a.) en dat in het illustratiekader ten onrechte is vermeld dat zij actief is op het gebied van autoverhuur en leasing.
De feitelijke onjuistheden hebben volgens klaagster geleid tot kwalijke suggesties aan haar adres. Deze hadden eenvoudig vermeden kunnen worden, indien verweerders bij haar navraag hadden gedaan. Verweerders hebben ten onrechte geen wederhoor toegepast. Bovendien zijn zij de afspraken over inzage vooraf niet nagekomen. In plaats van het gehele artikel zijn slechts de uitspraken van Arends aan hem voorgelegd. Verweerders hebben daarbij onzorgvuldig gehandeld, onder meer door de fax met deze uitspraken te versturen op vrijdag 21 januari 2000 om 15.37 uur met het verzoek dezelfde dag voor 15.00 uur te reageren.
Een en ander heeft volgens klaagster tot gevolg gehad dat zij op negatieve wijze in de publiciteit is komen te staan.

Verweerders stellen voorop dat zij sinds het voorjaar van 1999 bezig zijn met de verslaglegging van de liberalisering van de nutssectoren en de privatisering van de nutsbedrijven, waarbij steeds de centrale vraag is geweest: Hoe wordt de kwaliteit van de publieke voorziening gewaarborgd? Bovendien is onderzocht in hoeverre de overheid in het verkoopproces oog heeft gehouden voor de publieke belangen. Deze vraag stond ook centraal in het gewraakte artikel, aldus verweerders.
Zij stellen dat de uitspraak over de subsidie is opgetekend uit de mond van Wippoo en dat deze de beleving weergeeft van de reizigersorganisatie Rover. Het gaat hierbij om de relatie tussen winstmaximalisatie en verschraling van het openbaar vervoer, een probleem dat ook is voorgelegd aan Arends tijdens het met hem op 7 december 1999 gehouden gesprek. Zijn antwoord is in dezelfde passage opgenomen. Verweerders stellen dat nergens in het artikel wordt gesproken over een ernstig verwijt van misbruik van gemeenschapsgelden en dat de betreffende passage ook niet als zodanig is bedoeld. Weliswaar heeft Wippoo in zijn brief aan klaagster over de uitspraak gezegd "Zoals het hier staat is dat niet juist", maar hij heeft nooit ontkend dat hij de gewraakte uitspraak heeft gedaan. Verweerders wijzen er op dat de ingezonden brief van Wippoo daags na ontvangst integraal is afgedrukt.
Wat betreft de passage over de verkoop van het GVB aan Vancom stellen verweerders, dat in 1995 nog geen sprake was van een daadwerkelijke verkoop en dat de verkoop op termijn met grote onzekerheden was omgeven. Zij verwijzen daarbij naar het raadsvoorstel, dat voorafgaand aan de "samenwerkings-overeenkomst" tussen het GVB en Vancom is aanvaard door de gemeenteraad, en naar een door Andersson Elffers Felix op 30 september 1996 gepresenteerd onderzoeksrapport over het GVB. Volgens verweerders is de definitieve overeenstemming over de verkoop bereikt op 1 december 1997 en is die overeenstemming, waarbij de prijs werd bepaald op 11,2 miljoen gulden, op 1 januari 1998 schriftelijk vastgelegd, hetgeen destijds in vier landelijke dagbladen is vermeld. Voor de beoordeling van de transactie achten zij niet de verkoop in 1995 relevant, maar de situatie ten tijde van de levering van alle aandelen, die volgens klaagster heeft plaatsgevonden op 6 januari 1998. Voorts stellen verweerders dat zij de eerste berichtgeving over de hoogte van de vervolgens door klaagster aan Vancom betaalde verkoopprijs op 1 februari 2000 hebben gerectificeerd en dat het in de rectificatie genoemde bedrag van 40 miljoen gulden overeenkomt met het bedrag dat volgens een artikel in de Volkskrant door het financiële persbureau Bloomberg is genoemd. Aan Arends is herhaaldelijk gevraagd hoeveel klaagster heeft betaald, maar hij heeft geweigerd daarop in te gaan, aldus verweerders. Zij stellen dat het hen primair ging om de vraag of de gemeente Groningen er voldoende aan heeft gedaan om de maximale prijs te krijgen.
Met betrekking tot het citaat over de dun bezette lijnen stellen verweerders, dat dit afkomstig is uit een ambtelijke notitie van de Provincie Drenthe en dat de inhoud van die notitie in het gesprek van 7 december 1999 aan Arends is voorgelegd. Volgens verweerders blijkt uit de opsomming van gespreksonderwerpen in de aantekeningen van Berkhout dat zij in dat gesprek met Arends zeer zorgvuldig te werk zijn gegaan. De zinsnede 'klootzakken van de VSN' betreft een sfeeromschrijving, die een betrokkene zo heeft geformuleerd en bij een tweede betrokkene is geverifieerd. De woorden vormen geen letterlijk citaat en staan daarom tussen enkele in plaats van dubbele aanhalingstekens, aldus verweerders. Voorts stellen zij dat de in het illustratiekader vermelde informatie afkomstig is van de website van klaagster en dat als bron niet Arriva Nederland maar Arriva is genoemd.
Volgens verweerders heeft Arends na afloop van het gesprek van 7 december 1999 verzocht hem voorafgaand aan de publicatie voor te leggen "Mijn quotes en informatie die aan mij en dit gesprek is ontleend." Hiermee hebben Alberts en Berkhout ingestemd en aan deze afspraak hebben zij zich gehouden. Nooit is afgesproken het gehele artikel voor te leggen, aldus verweerders. Zij stellen dat de fax van 21 januari 2000 pas om 15.37 uur door Arends is ontvangen, maar dat de deadline van 15.00 uur expliciet is herroepen, hetgeen wordt bevestigd door de aantekening van W. Griffioen, medewerkster van Arends, op het voorblad van het ontvangen faxbericht. Klaagster heeft die middag op geen enkele manier bezwaar gemaakt tegen de door verweerders gevolgde procedure, en de voorgelegde passages zijn conform de reactie van Arends gewijzigd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De in passage d. geciteerde woorden van Wippoo wekken onmiskenbaar de suggestie dat klaagster zich zou hebben schuldig gemaakt aan misbruik van overheidsgelden, in die zin dat zij aan haar verstrekte subsidies al dan niet rechtstreeks zou hebben doorgesluisd naar haar aandeelhouders. Dit levert een beschuldiging van ernstige aard op. Bij de publicatie van een dergelijke beschuldiging dient, zoals de Raad al bij herhaling heeft geoordeeld, een journalist met bijzondere zorgvuldigheid te werk te gaan. Die zorgvuldigheid is hier niet in acht genomen. Wippoo mag dan een representant zijn van de reizigersorganisatie Rover, die hoedanigheid maakt hem nog niet tot een zegsman op wiens uitlatingen een journalist zonder meer mag afgaan als het gaat om de financiële handel en wandel van een bepaalde vervoersonderneming. Verweerders hadden hetzij klaagster in de gelegenheid dienen te stellen commentaar te leveren op de gewraakte uitlating, hetzij die uitlating ter verificatie moeten voorleggen aan iemand bij wie zij specifieke kennis omtrent de financiën van klaagster aanwezig mochten achten. Het een noch het ander is gebeurd, zodat geconcludeerd moet worden dat de op passage d. betrekking hebbende klacht gegrond is.
De strekking van passage b. is geen andere dan dat tussen de prijs die de gemeente Groningen eind 1997/begin 1998 heeft ontvangen voor het GVB en de prijs die Vancom zeer kort nadien vervolgens heeft ontvangen van klaagster een zo aanzienlijk, onverklaard verschil bestaat, dat de vraag rijst of de gemeente Groningen wel voldoende heeft gedaan om de hoogst mogelijke opbrengst voor het GVB te realiseren. Voor het opwerpen van die vraag bestond naar het oordeel van de Raad, gelet alleen al op de nagenoeg onmiddellijke - naar Arends ter zitting heeft erkend: voor hem en zijn medeaandeelhouders in Vancom hoe dan ook winstgevende - "doorverkoop" aan klaagster nadat de transactie tussen de gemeente Groningen en Vancom begin 1998 was voltooid, alle aanleiding. Anders dan klaagster betoogt kan hieraan niet afdoen dat Vancom al sedert 1995 de feitelijke leiding over het GVB had en evenmin dat de door klaagster betaalde prijs niet 40 miljoen gulden bedroeg zoals verweerders in hun rectificatie hebben gemeld, maar ruim 30 miljoen gulden zoals klaagster beweert. Feit blijft immers dat verweerders ook indien deze beide elementen in de beoordeling worden betrokken meer dan voldoende aanleiding hadden om op de door hen gekozen wijze vraagtekens te plaatsen bij de handelwijze van de gemeente Groningen met betrekking tot de verkoop van het GVB. Al aangenomen dat klaagster voldoende belang heeft bij het op passage b. betrekking hebbende onderdeel van de klacht, moet de slotsom dan ook zijn dat dit onderdeel ongegrond is.
Blijkens de door verweerders overgelegde stukken komt passage c. over dun bezette lijnen voor in een ambtelijke notitie van 28 november 1999 gericht aan de Drentse gedeputeerde S. Swierstra, die deze notitie aan verweerders heeft verstrekt. Verweerders stellen gemotiveerd dat de inhoud van de notitie op 7 december 1999 aan Arends is voorgelegd, hetgeen door hem wordt betwist. Bij deze stand van zaken kan slechts worden geoordeeld dat het op passage c. gerichte onderdeel van de klacht ongegrond is.
In het geheel van het artikel bezien betreffen de klachten over de zinsnede 'klootzakken van de VSN' (passage a.) en de vermelding in het illustratiekader dat klaagster zich ook zou bezighouden met autoverhuur en leasing onbeduidende details. Zelfs indien de stellingen van klaagster in zoverre feitelijk juist zouden zijn, dan nog kan dat niet leiden tot het oordeel dat verweerders ontoelaatbaar hebben gehandeld.
De klacht heeft verder betrekking op de tussen partijen gemaakte afspraak over inzage vooraf. De Raad stelt voorop dat het de voorkeur verdient om in voorkomende gevallen daaromtrent duidelijke afspraken te maken. In dit geval verschillen partijen erover van mening of is afgesproken dat vooraf enkel de uitlatingen van Arends aan hem zouden worden voorgelegd, dan wel het gehele artikel. De Raad kan niet vaststellen wat op dit punt is afgesproken, zodat de klacht op dit onderdeel niet kan slagen. Wat betreft de aan Arends geboden mogelijkheid om te reageren op de fax van 21 januari 2000 kan, gezien hetgeen partijen hebben aangevoerd, evenmin worden geconcludeerd dat verweerders onzorgvuldig hebben gehandeld.

BESLISSING

Verklaart de klacht voor zover deze betrekking heeft op passage d. gegrond, en voor het overige ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het NRC Handelsblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 29 juni 2000 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-45