2000/43 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

W. den Dulk

tegen

de hoofdredacteur van de Scheveningsche Courant

Bij brief van 24 maart 2000 met drie bijlagen heeft W. den Dulk te Scheveningen (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Scheveningsche Courant (verweerder). Hierop heeft R. Bellekom, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 6 april 2000.

De zaak is, buiten aanwezigheid van partijen, behandeld ter zitting van de Raad van 19 mei 2000.

DE FEITEN

Op 8 maart 2000 is in de Scheveningsche Courant een ingezonden brief van klager gepubliceerd onder de kop "Meer minnen in multiculturele samenleving". Onder de brief is, naast zijn naam, het volledige adres van klager vermeld.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat door de vermelding van zijn volledige adres zijn privacy is geschonden. Volgens klager had verweerder hem voorafgaand aan de publicatie mee moeten delen dat, indien zijn brief zou worden geplaatst, zijn adres zou worden vermeld. Ten gevolge van de handelwijze van verweerder kunnen lezers hem nu ongevraagd benaderen, aldus klager. Hij wijst er op dat hij inmiddels een ongewenste schriftelijke reactie heeft ontvangen.

Verweerder stelt dat hij, in verband met de inhoud van de brief van klager, er bewust voor heeft gekozen om ook het adres van klager te vermelden. Hij stelt dat vrijheid van meningsuiting niet werkt als meningen worden geuit zonder dat duidelijk is van wie ze afkomstig zijn en dat bij gevoelig liggende onderwerpen duidelijk moet zijn wie de afzender van een ingezonden brief is. Aangezien de achternaam van klager in Scheveningen veel voorkomt was het geen optie om alleen naam en woonplaats van klager te noemen, aldus verweerder. Volgens hem moet iemand, die zijn mening via de krant wenst te ventileren, staan voor die mening en zich niet verschuilen achter een te algemene afzender.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Beslissend voor de beoordeling van de klacht is het antwoord op de vraag of klager kon verwachten dat plaatsing van zijn brief vergezeld zou gaan van vermelding van zijn adres. Uit het betoog van verweerder moet worden afgeleid dat die vermelding niet berust op een voor de lezers van de Scheveningsche Courant kenbaar beleid, inhoudende dat bij brieven over controversiƫle of gevoelig liggende onderwerpen niet alleen de naam van de inzender maar ook diens adres wordt vermeld. Het vermelden van klagers adres onder de ingezonden brief van zijn hand vormt een uitzondering op hetgeen in dit opzicht bij de Scheveningsche Courant gebruikelijk is, en de hiervoor geformuleerde vraag moet dan ook ontkennend worden beantwoord.
Door zonder toestemming van klager over te gaan tot plaatsing met vermelding van naam en adres, heeft verweerder grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
Verweerder heeft nog aangevoerd dat plaatsing zonder vermelding van adres "geen optie" zou zijn geweest omdat de naam Den Dulk in Scheveningen veel voorkomt. Hij ziet daarbij echter over het hoofd dat hij ook van plaatsing van de brief had kunnen afzien, of bijvoorbeeld had kunnen vermelden dat het volledige adres bij de redactie bekend was.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Scheveningsche Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 23 juni 2000 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, mw. mr. V. Keur, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-43