2000/42 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van de Twentsche Courant/Tubantia

Bij brief van 2 februari 2000 met een bijlage heeft X te Enschede (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Twentsche Courant/Tubantia (verweerder). Hierop heeft F.G.M. van den Brink, lezersredacteur, namens verweerder gereageerd in een brief van 22 februari 2000 met twee bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 mei 2000. Klaagster is daar verschenen, verweerder is niet verschenen.

DE FEITEN

Op 14 januari 2000 is in de Twentsche Courant/Tubantia een artikel verschenen onder de kop "Rechter adviseert verhuizing in plaats van ontruiming". In dit artikel, waarin verslag wordt gedaan van een kort geding waarin de woningstichting Ons Huis op grond van ernstige overlast de ontruiming van klaagster vorderde, wordt klaagster aangeduid als "mevrouw De V.". Tevens worden onder meer haar leeftijd en de straat waarin zij woont vermeld, worden de strijdende partijen omschreven als "kemphanen" en wordt gezegd dat de rechter aan de woningstichting vroeg aan klaagster een "oprotpremie" mee te geven.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster acht het onjuist dat het artikel zonder haar toestemming is gepubliceerd. Verder stelt zij dat, door de wijze waarop zij in het artikel is aangeduid, haar privacy is geschonden. Volgens klaagster is zij door familieleden, kennissen en buurtbewoners in het artikel herkend en daarop aangesproken.
Bovendien komt zij door de vermelding van onjuistheden en het gebruik van de woorden "kemphanen" en "oprotpremie" in een negatief daglicht te staan, aldus klaagster.

Verweerder stelt dat een kort geding openbaar is en dat zijn redactie geen toestemming nodig heeft om daarvan verslag te doen. In zijn krant worden meestal de namen van de partijen bij een kort geding volledig vermeld, aldus verweerder. In het onderhavige geval zijn alleen de initialen van de achternaam van klaagster gebruikt, omdat het te schrijnend voor haar zou zijn geweest als haar volledige naam zou zijn genoemd. Voorts stelt verweerder dat het bij de in de publicatie vermelde klachten aan het adres van klaagster ging om een door de rechter voorgelezen lijst van klachten van de zijde van de woningstichting, waarbij de verslaggever voldoende slagen om de arm heeft gehouden met betrekking tot de juistheid.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat voor de verslaglegging van openbare rechtszittingen geen toestemming is vereist. Voorts bestaat in het algemeen geen bezwaar tegen het publiceren van de namen van partijen in civielrechtelijke procedures. In dit licht is de, niet ongebruikelijke, wijze waarop klaagster in het artikel is aangeduid niet ontoelaatbaar.
De stelling van klaagster dat in het artikel onjuistheden voorkomen, moet aldus worden begrepen, dat zij de standpunten van de woningstichting en het oordeel van de rechter niet juist acht. De Raad kan echter niet oordelen over het geschil tussen klaagster en de woningstichting.
De slotsom moet dan ook zijn dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Twentsche Courant/Tubantia te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 23 juni 2000 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, mw. mr. V. Keur, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-42