2000/34 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de Stichting Nationale Postcode Loterij

tegen

W. Oosterbeek en de hoofdredacteur van KRO Studio

Bij brief van 29 november 1999 met 7 bijlagen heeft mr. R.M. Schutte, advocaat te Den Haag, namens de Stichting Nationale Postcode Loterij (klaagster) een klacht ingediend tegen W. Oosterbeek en de hoofdredacteur van KRO-magazine Studio (betrokkenen).
Hierop heeft M. Henst, hoofdredacteur van Studio, gereageerd in een brief van 23 december 1999, met 1 bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 maart 2000, in aanwezigheid van partijen. Namens klaagster verschenen de heer B. Poelmann en mr. Schutte. Beide betrokkenen waren in persoon aanwezig.

DE FEITEN

Studio, het wekelijks programmablad van de KRO, publiceerde naar aanleiding van de overgang van de Nationale Postcode Loterij Show van RTL 4 naar de TROS in nummer 40 van 1999 een artikel met de kop 'De Nationale Postcode Loterij, weldoeners, slimme zakenlui of beide'. Het artikel, van de hand van W. Oosterbeek, werd op de voorpagina aangekondigd met: 'De echte winnaars van de Postcode Loterij, hoe slimme zakenlui rijk worden van een spelletje' en in de inhoudsopgave met 'de ondoorzichtige geldstromen van de Postcode Loterij'. De Loterij werd in het artikel aangeduid als een 'geldshow', die 'het geld dat overblijft' voor goede doelen zou bestemmen. De Loterij zou een 'op zijn minst omstreden verleden' hebben, in verband waarmee regelmatig berichten verschenen 'over riante vergoedingen, ondoorzichtige geldstromen en vreemdsoortige belangenverstrengelingen. Tot op de dag van vandaag klaagt het College van Toezicht op de Kansspelen (...) over de niet-adequate financiële verantwoording van de Postcode Loterij'.
Volgens het artikel bestond er een contract tussen de Postcode Loterij en het bedrijf Novamedia B.V., waaraan de bestuursleden van de Postcode Loterij via Novamedia 1,2 miljoen per persoon zouden verdienen voor directievoering. De beide eigenaren van Novamedia maakten deel uit van het bestuur van de Postcode Loterij. De andere twee bestuursleden verrichtten op freelance basis werkzaamheden voor Novamedia. Uit een onderzoek van W. Etty, uitgevoerd in opdracht van de Staatssecretaris van Justitie, zou zijn gebleken dat de vier bestuursleden van de Postcode Loterij 'de schijn van misbruik hebben gewekt door het samenvallen van meerdere functies en belangen in leidinggevende posities'. Het bedrijf Inter Press Service, waarvan Boudewijn Poelmann nog altijd directeur zou zijn, kreeg volgens het artikel tot aan het faillissement in 1995 miljoenen van de Stichting Doen. 'Dat geld kreeg Doen weer van de Postcode Loterij. De Postcode Loterij wordt gerund door Novamedia van Boudewijn Poelmann'.
Vóór publicatie van het artikel had geen contact plaatsgevonden tussen Oosterbeek en de Postcode Loterij. Naar aanleiding van het artikel verzocht de Postcode Loterij om een ingezonden brief in Studio te publiceren, waarin een aantal onjuistheden in het artikel werden rechtgezet. Hoofdredacteur Henst wilde aan dit verzoek niet voldoen. Na een briefwisseling tussen mr. Schutte en Henst, toonde laatstgenoemde zich bereid het artikel op een enkel punt te rectificeren. Dit was voor de Postcode Loterij onvoldoende, waarop zij zich tot de Raad wendde.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Volgens klaagster bevat het artikel tal van onjuistheden en onjuiste suggesties, die te wijten zijn aan onvoldoende feitelijk onderzoek door Oosterbeek, dan wel aan het achterwege laten van hoor en wederhoor. Het klaagschrift en de bijlagen bevatten een opsomming van de voor de reputatie van klaagster meest schadelijke feitelijke onjuistheden. Er is geen sprake van 'ondoorzichtige geldstromen' en ook niet van 'geld dat overblijft'. Het College van Toezicht op de Kansspelen heeft over de financiële verantwoording van de Loterij geen opmerkingen. Er is slechts discussie over wat wel en wat niet wordt gepubliceerd in verband met concurrentieoverwegingen. De bedragen die Novamedia ontvangt van de Loterij worden besteed aan de salarissen van achttien full-time en vier parttime medewerkers, die bij de directievoering en het maken van concepten en strategieën betrokken zijn. Uit het rapport van Etty is selectief geciteerd. De in het artikel aangehaalde conclusie wordt in het rapport direct gevolgd door de zin: 'Ook al is van werkelijk misbruik geen sprake geweest...'. Het bedrijf Inter Press Service is nooit failliet gegaan en Poelmann is daar al sinds 1992 geen directeur meer.
Behalve over onjuistheden en het achterwege blijven van hoor en wederhoor klaagt de Postcode Loterij over de wijze waarop de hoofdredacteur op de ingezonden brief heeft gereageerd.

Volgens betrokkenen valt het aantal feitelijke onjuistheden reuze mee. Het was volgens hen weinig efficiënt om de Postcode Loterij en Novamedia te benaderen, omdat een groot deel van het artikel onomstreden feiten bevat uit de periode 1989-1992. Daarvoor noemen betrokkenen meerdere bronnen. Die zijn niet allemaal in het artikel genoemd, omdat dit de leesbaarheid niet zou bevorderen. Voor de periode daarna is de informatie gebaseerd op research van de redactie van het programma Reporter. Het artikel heeft bovendien een samenvattend karakter,zodat hoor en wederhoor niet nodig is, aldus betrokkenen. Klaagster geeft ten onrechte een negatieve interpretatie aan de aanduiding 'ondoorzichtige geldstromen'. Betrokkenen staan nog steeds achter hun conclusie die luidt dat de verwevenheid van de Nationale Postcode Loterij en Stichting Doen via Novamedia met de commercie nog gewoon blijkt te bestaan. Novamedia werkt voor charitatieve instellingen als de Postcode Loterij en Stichting Doen, terwijl er tegelijkertijd commerciële activiteiten worden ondernomen met personen en bedrijven die geld ontvangen van de Postcode Loterij of Stichting Doen. De ingezonden brief van klaagster was in feite een rectificatie en werd onder andere om die reden niet gepubliceerd. Wel hebben betrokkenen aangeboden om een onjuistheid te rectificeren.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht betreft het achterwege laten van wederhoor, publicatie van feitelijke onjuistheden, en de wijze waarop is gereageerd op de ingezonden brief.
Indien een artikel een samenvatting, met bronvermelding, behelst van al eerder gepubliceerde berichten, behoeft, tenzij die eerdere berichten door latere zijn achterhaald, in beginsel geen wederhoor te worden toegepast. In het onderhavige geval gaat het echter om een artikel dat weliswaar grotendeels op eerder gepubliceerd materiaal is gebaseerd, maar waarin op essentiële onderdelen van (behoorlijke) bronvermelding geen sprake is. De lezer krijgt daardoor deels niet geringe beschuldigingen (kort samengevat: ondoorzichtige geldstromen en vreemdsoortige belangenverstrengelingen) aan het adres van (de bestuurders van) de Postcode Loterij voorgeschoteld, die als feiten worden gepresenteerd, maar die niet berusten op werkelijk eigen onderzoek van de betrokken journalist, Oosterbeek, zelf. Van een samenvatting als hiervoor bedoeld is dan ook geen sprake: in het artikel worden de verdachtmakingen en beschuldigingen aan het adres van de Postcode Loterij, althans een aanzienlijk deel daarvan, in feite voor eigen rekening genomen. Daarmee ontstond de verplichting tot het toepassen van wederhoor, welke verplichting Oosterbeek heeft genegeerd.
Ook de klacht dat sprake is van feitelijke onjuistheden is gefundeerd. Anders dan in het artikel gesteld wordt, klaagt het College van Toezicht op de Kansspelen niet over de niet-adequate financiële verantwoording van de Postcode Loterij. Oosterbeek heeft verklaard zich hier te baseren op het jaarverslag 1998 van dit College. In dat jaarverslag valt niet anders te lezen dan dat de verslaggeving voldoet aan de eisen die in de aan de Postcode Loterij verleende vergunning worden gesteld (de eisen van Boek 2 BW). Dat het College, zoals uit het jaarverslag blijkt, nadere eisen zou willen stellen aan die verslaggeving is uiteraard geheel iets anders dan dat geklaagd zou worden over niet-adequate financiële verantwoording. Het enkele feit voorts dat Novamedia B.V. voor haar directievoering een bepaald percentage van de opbrengst van de Postcode Loterij ontvangt, rechtvaardigt niet de conclusie dat het daarmee gemoeide bedrag geheel ten goede komt aan de vier oprichters van de Postcode Loterij. Voor die conclusie zou mogelijk aanleiding hebben bestaan indien Novamedia geen andere (salaris)kosten zou maken dan ten behoeve van die vier, maar dat is, zoals de Postcode Loterij onbestreden heeft gesteld, niet het geval. Raadpleging van het Handelsregister had Oosterbeek kunnen leren dat Poelmann sedert 1 september 1992 geen directeur meer is van IPS Nederland B.V. en dat die vennootschap niet gefailleerd is, maar vanaf eind 1995 in staat van liquidatie verkeert.
Dit alles in aanmerking genomen, zou het op de weg van Studio hebben gelegen aan de Postcode Loterij de gelegenheid te bieden tot wederwoord, zoals destijds door haar advocaat is gevraagd.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Studio te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 4 mei 2000 door mr. J.B. Fleers, voorzitter,
mw. mr. V. Keur, mr. M.M.P.M. Kreyns, mw. drs. B.L.W. Tillema en J.M.P.J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 2000-34