2000/33 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.C.L. Koene en C.N.Th. van Valderen

tegen

de hoofdredacteur van Leidse Post Noord

Bij brieven van 6 december 1999 met 1 bijlage heeft mr. J. Verweij, advocaat te Voorschoten, namens J.C.L. Koene te Leiden en C.N.Th. van Valderen te Voorschoten (klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het huis-aan-huisblad Leidse Post Noord (betrokkene).
Hierop heeft P.J. Vos, adjunct-directeur van Uitgeverij Van Groenigen B.V., uitgever van het blad, gereageerd in een brief van 10 januari 2000.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 maart 2000. Klagers verschenen met hun advocaat en namens betrokkene verscheen de heer Vos.

DE FEITEN

Het Inloophuis in Leiden biedt een sociale ontmoetingsplaats aan mensen met een psychiatrische achtergrond. Klagers waren op 13 augustus 1999 aanwezig in het Inloophuis toen een fotograaf enkele foto's maakte van de ontmoetingsruimte. Eén van de foto's werd gepubliceerd in Leidse Post Noord bij een artikel over het Inloophuis. Op deze foto zijn onder meer vijf mensen te zien die aan een tafel een spelletje spelen. Klagers behoorden tot die vijf mensen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Volgens klagers heeft de leiding van het Inloophuis de aanwezigen laten weten dat de fotograaf foto's zou gaan maken. Degenen die daar bezwaar tegen hadden zouden niet op de foto komen.
Klagers stellen dat zij uitdrukkelijk aan de fotograaf hebben laten weten dat zij niet gefotografeerd wensten te worden. Doordat toch een foto is gemaakt en gepubliceerd waarop zij herkenbaar in beeld zijn, wordt volgens klagers inbreuk gemaakt op hun privacy.

Betrokkene stelt dat de fotograaf aan de leiding van het inloophuis om toestemming voor het maken van foto's heeft gevraagd en dat hij die toestemming heeft gekregen. Tegen de bezoekers zou zijn gezegd dat ze zich konden verwijderen als ze niet op de foto wilden. Een aantal mensen heeft zich toen elders in de ruimte opgesteld. Klagers zijn blijven zitten. Overigens meent betrokkene dat klagers volstrekt niet herkenbaar zijn op de gepubliceerde foto.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Vooropgesteld wordt dat een fotograaf die met het oog op publicatie foto's wil maken in een besloten ruimte als waarvan hier sprake is, zich ervan dient te vergewissen dat de op die foto's mogelijk te herkennen aanwezigen met publicatie daarvan instemmen. Volgens klagers hebben zij nadrukkelijk te kennen gegeven dat zij niet gefotografeerd wensten te worden. Betrokkene's lezing van de gang van zaken is daarentegen dat klagers, nadat gezegd was dat een foto gemaakt zou worden voor de Leidse Post Noord en dat degenen die niet op de foto wilden zich even konden verwijderen, zijn blijven zitten. Dit laatste heeft de fotograaf - zoals uitgaande van deze lezing ook te begrijpen valt - opgevat als instemming. De Raad kan niet vaststellen welke lezing de juiste is. Wel kan echter worden vastgesteld dat klagers, anders dan zij kennelijk menen, op de foto zijn afgebeeld op een wijze die herkenning normaal gesproken uitsluit, zodat redelijkerwijs niet gezegd kan worden dat zij door de publicatie daarvan in een belang zijn geschaad.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Leidse Post Noord te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 4 mei 2000 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mw. mr. V. Keur, mr. M.M.P.M. Kreyns, mw. drs. B.L.W. Tillema en J.M.P.J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 2000-33