2000/31 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad

Bij brief van 9 november 1999 met 5 bijlagen heeft mr. A.C.L. Varossieau, advocaat te Amsterdam, namens X (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad en L. Heerling (betrokkenen).
Hierop heeft de heer H.G.M. ten Dam, adjunct-hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 1 december 1999 met 2 bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 maart 2000 in aanwezigheid van partijen. Klager werd bijgestaan door advocaat mr. I.M. Bilderbeek.

DE FEITEN

Klager is aidspatiënt. Hij benaderde medio 1999 het Noordhollands Dagblad met het verzoek om door middel van een interview met hem aandacht te besteden aan de financiële problemen waar veel aidspatiënten mee te maken krijgen. Het Noordhollands Dagblad ging op deze uitnodiging in. Verslaggeefster L. Heerling interviewde klager op 30 juni 1999 in zijn huis. Tijdens het interview vertelde klager over zijn persoonlijke ervaringen met de gemeentelijke sociale dienst en de GG&GD. Hij staafde zijn verhaal met een rapport over de problematiek, genaamd 'H.I.V. in de knip', uitgebracht door de H.I.V.-Vereniging Nederland.
Klager gaf toestemming voor plaatsing van een foto van hem bij het interview, op voorwaarde dat hij daarop onherkenbaar zou zijn. Hij kreeg het artikel op 2 juli 1999 's ochtends ter inzage. Omdat hij het niet eens was met de strekking en inhoud van het artikel liet hij de krant weten dat hij geen toestemming gaf voor publicatie. Het interview werd toch gepubliceerd in het Noordhollands Dagblad van zaterdag 3 juli 1999 met de kop:'Aidspatiënt voelt zich niet begrepen door de GGD' en daarboven het citaat: 'De arts vindt psychische hulp niet nodig, terwijl ik er toch niet omheen kan'. Klager wordt in het artikel aangeduid als E. IJssels. Zijn echte naam staat echter wel in het onderschrift bij de foto.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager is van mening dat het interview is misbruikt om een smeuïg artikel te schrijven. Het ging hoofdzakelijk over zijn persoonlijke ervaringen, terwijl hij juist aandacht wilde voor de financiële problemen van aids-patiënten. Het artikel bevat volgens klager onjuistheden. Er wordt gesuggereerd dat hij als 'adhd-kind' in de criminaliteit belandde, uit het JOC wegliep en in een daklozencentrum terechtkwam, hetgeen onjuist is. Ook wordt de indruk gewekt dat klager homoseksueel is en aan rookverslaving lijdt, hetgeen eveneens onjuist is. Enkele voor klager essentiële feiten zijn niet vermeld, zoals de extra voeding die hij nodig heeft en zijn allergie voor huisstof waardoor het huishoudelijk werk hem extra zwaar valt. De krant heeft in strijd met daarover gemaakt afspraken bij het foto-onderschrift zijn naam vermeld, waardoor hij voor eenieder herkenbaar is als aidspatiënt. Zijn privacy is daardoor geschonden.
Klager kreeg te weinig tijd om op het artikel te reageren en onjuistheden aan te geven. Het artikel had niet zo'n grote actualiteitswaarde dat niet met plaatsing gewacht had kunnen worden.
Klager is ook ontevreden over de wijze waarop de krant op zijn brieven heeft gereageerd

Betrokkenen menen dat klager in het artikel zeer menselijk naar voren komt, met alle problemen waarmee iemand met zijn ziekte zich geconfronteerd ziet. Het was de bedoeling dat het een persoonlijk verhaal zou worden waarbij het accent zou liggen op de financiële problemen van aidspatiënten in het algemeen. De verslaggeefster heeft het verhaal echter een andere kant uitgeleid toen bleek dat klager zijn eigen (financiële) conflicten met de Sociale Dienst en de GG&GD sterk bleef benadrukken. Zij wilde het eigen belang van klager geen centrale plaats in het artikel geven. Bovendien zou dan behoorlijk wederhoor niet mogelijk zijn geweest. Bij de Sociale Dienst en de GG&GD zou zij gestuit zijn op het beroepsgeheim. Betrokkenen bestrijden gemotiveerd dat er sprake is van suggesties en onjuistheden. De volgens klager ontbrekende informatie staat wel degelijk in het artikel vermeld. Overigens heeft klager twee uur de tijd gehad om het artikel te lezen en eventuele onjuistheden te corrigeren. Alle drie door hem aangegeven feitelijke onjuistheden zijn veranderd naar zijn zin. Later telefonisch doorgegeven opmerkingen heeft de verslaggeefster, nog daargelaten de beperkte mogelijkheden om de tekst - die op dat moment al werd verwerkt - nog aan te passen, niet als werkelijk problematisch aangemerkt. Betrokkenen stellen er zelf voor te hebben gekozen het artikel te anonimiseren. Daarover was met klager vooraf niets afgesproken. Door een fout van een redacteur is de naam van klager op één plaats blijven staan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het was de bedoeling van beide partijen dat de strekking van het interview zou uitstijgen boven het persoonlijke verhaal van klager. Dat is, zo is ter zitting toegelicht, anders uitgepakt. In een poging om aan de bezwaren van klager die hiervan het gevolg waren tegemoet te komen, is besloten het verhaal te anonimiseren. Van een uitdrukkelijke afspraak hierover is de Raad niet gebleken. Ook als betrokkenen eenzijdig besloten tot anonimisering valt hen te verwijten dat naam van klager in het foto-onderschrift is blijven staan: daarmee viel immers de door betrokkenen noodzakelijk geachte anonimisering weg.
Deze ongelukkige gang van zaken had men wellicht kunnen voorkomen door meer tijd te nemen voor de beoordeling van de door klager geuite bezwaren. Onduidelijk is gebleven waarom het interview meteen de volgende dag gepubliceerd moest worden.
Naar het oordeel van de Raad hadden betrokkenen na erkenning van de fout met het foto-onderschrift hun excuses wel wat duidelijker tot uiting kunnen brengen. Feitelijke onjuistheden als door klager genoemd, heeft de Raad niet kunnen vaststellen.

BESLISSING

De Raad acht de klacht met betrekking tot de vermelding van de naam in het foto-onderschrift gegrond, en voor het overige ongegrond.

De Raad verzoekt het Noordhollands Dagblad overeenkomstig de wens van klager deze beslissing niet te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 4 mei 2000 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mw. mr. V. Keur, mr. M.M.P.M. Kreyns, mw. drs. B.L.W. Tillema en J.M.P.J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 2000-31