2000/28 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

P.R. de Vries

tegen

de hoofdredacteur van Trouw

Bij brief van 10 november 1999 met vijf bijlagen heeft P.R. de Vries te Hilversum (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Trouw (betrokkene). Hierop heeft J. de Berg, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 1 december 1999 met een bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 februari 2000 buiten aanwezigheid van partijen. Op verzoek van klager en met instemming van betrokkene heeft de behandeling plaatsgevonden met uitsluiting van mevrouw mr. W. Sorgdrager en derhalve door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 22 oktober 1999 is in Trouw een artikel verschenen onder de kop "'OM kan best opener zijn over zaken'". Dit artikel bevat de passage "De Wijkerslooth had het over serieuze voorlichting en niet over tv-programma's die het strafrecht gebruiken om hun amusementswaarde te verhogen. Programma's van Pieter Storms en Peter R. de Vries noemde hij 'excessen'".
In een faxbericht van 22 oktober 1999 heeft klager zijn bezwaren tegen het artikel uiteen gezet. Klager heeft daarbij aanspraak gemaakt op rectificatie en verzocht om hem over de vorm en inhoud daarvan vooraf op de hoogte te stellen. Betrokkene heeft bij faxbericht van 26 oktober 1999 aan klager meegedeeld dat het artikel zal worden gecorrigeerd. Klager heeft in een reactie van diezelfde dag aan betrokkene laten weten de rechtzetting af te zullen wachten.
Vervolgens is in Trouw van 27 oktober 1999 in de rubriek 'Feilen' het volgende bericht verschenen: "In Trouw van vrijdag 22 oktober stond onder de kop 'OM kan best opener zijn over zaken' dat procureur-generaal mr. J. de Wijkerslooth op een congres over strafrecht en media tv-programma's 'als van Pieter Storms en Peter R. de Vries' aan de kaak had gesteld. In werkelijkheid noemde De Wijkerslooth Peter R. de Vries niet, maar wel 'televisiemakers Frequin en Storms'".
Ten slotte is op 26 november 1999 in Trouw onder de kop "Adviezen aan klagers" een zogenoemde 'Brief van de hoofdredactie' verschenen, waarin de volgende passage is opgenomen: "Nog onlangs is tegen Trouw een klacht ingediend. De aanleiding was een bericht over een toespraak van procureur-generaal mr. J. de Wijkerslooth. De pg belichtte de manier waarop media met misdaad omgaan. Hij zag de scheidslijn tussen informatieverstrekking en amusement vervagen. Als 'zeer extreme manifestaties' van deze 'trend' noemde hij 'de televisiemakers Frequin en Storms'. In Trouw van 22 oktober werd dit duo vervangen door 'Pieter Storms en Peter R. de Vries'. Dat nam Peter R. de Vries niet, en terecht. Hij hekelde bovendien dat Trouw De Wijkerslooths 'zeer extreme manifestaties' had vervangen door 'excessen'. Die twee zijn misschien niet helemaal synoniem, hoewel je dat bij overheidstaal nooit zeker weet, maar het verschil in betekenis leek de hoofdredactie te gering om een rectificatie te rechtvaardigen. De onterechte vermelding van 'Peter R. de Vries' was een ander geval. Die behoorde te worden rechtgezet. Dat is gebeurd, en wel op de daarvoor bestemde plaats: de rubriek 'Feilen', die in de Onderkrant stond. Peter R. de Vries was niet content. Vooral de aanvankelijke vergissing ('een verzinsel') maar ook de manier van rectificatie gaf hem reden tot een klacht bij de Raad voor de Journalistiek."

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat procureur-generaal mr. De Wijkerslooth tijdens het in het artikel van 22 oktober 1999 beschreven congres zijn naam niet heeft genoemd. Evenmin heeft De Wijkerslooth het woord 'excessen' in de mond genomen, aldus klager. Hij stelt dat hij contact heeft opgenomen met het kabinet van de procureur-generaal, dat de juistheid van zijn stelling heeft bevestigd. Volgens klager is in de hele toespraak van De Wijkerslooth zijn naam niet gevallen. De berichtgeving van betrokkene berust naar de mening van klager dan ook niet op een vergissing maar is een 'verzinsel' van de redacteur.
Klager stelt verder dat hij en zijn programma negatieve gevolgen ondervinden van de handelwijze van betrokkene. Daarbij wijst hij er op dat ook instanties die tot zijn specifieke 'doelgroep'/bronnen behoren, zoals politie- en justitie-instanties, hebben kennis genomen van het artikel omdat dit als 'vakliteratuur' in knipselkranten is opgenomen. In deze geledingen wordt volgens klager zwaar getild aan de uitspraken van De Wijkerslooth. Dit artikel heeft gevolgen voor de opstelling van de gesprekspartners waarmee zijn programma tot zaken moet zien te komen, aldus klager.
Hij acht de rechtzetting en de plaatsing daarvan miniem en stelt dat vrijwel een ieder de rechtzetting is ontgaan. Volgens hem zou de rechtzetting meer effect hebben gehad met een kop als "PETER R. DE VRIES" of "UITLATINGEN SUPER P.G.". Bovendien heeft Trouw, aldus klager, in algemene termen gesteld dat De Wijkerslooth programma's als dat van klager 'aan de kaak heeft gesteld' zonder aan te geven dat ten onrechte de term 'excessen' is gebruikt.
Klager betoogt dat de onjuiste en onzorgvuldige berichtgeving van 22 oktober 1999 kan worden gezien als een onrechtmatige publicatie. Hij benadrukt dat zijn klacht primair hierop is gericht en niet op de wijze van rectificeren.

Betrokkene erkent dat ten onrechte in het artikel van 22 oktober 1999 is vermeld dat De Wijkerslooth had verwezen naar programma's van klager. Hij wijst er op dat dit artikel is geplaatst op pagina 4, terwijl de rectificatie is gepubliceerd op de meer prominente pagina 3, en wel in de veelgelezen 'onderkrant'. Hierin pleegt hij onder het vaste kopje 'Feilen' door de redactie gemaakte fouten te erkennen en te herstellen, aldus betrokkene. Een kop als door klager aangegeven zou volgens hem typografisch moeilijk uitvoerbaar zijn geweest en niet stroken met de vaste, aan de lezers bekende, gewoonte de kop 'Feilen' te gebruiken.
Voorts stelt betrokkene dat de rectificatie er op neer kwam dat de programma's van klager juist niet 'aan de kaak gesteld' zijn en dat daarom geen uitleg van deze term is gegeven. Om een vergelijkbare reden is volgens hem de term 'excessen' niet herhaald. Bovendien acht betrokkene het grensgebied tussen 'exces' en 'zeer extreme manifestatie' te smal om ook op dat punt een rectificatie te rechtvaardigen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Niet ter discussie staat dat in het artikel van 22 oktober 1999 ten onrechte de naam van klager is vermeld. Klager heeft aangegeven dat zijn klacht zich primair richt tegen dit artikel. In gevallen als het onderhavige, waarin een rectificatie is gepubliceerd, moet echter worden beoordeeld of de onzorgvuldigheid is hersteld door de rectificatie. Bij deze beoordeling is van belang of sprake is van onzorgvuldigheden waardoor louter het publiek verkeerd is geïnformeerd dan wel dat tevens belangen van derden zijn geschaad.
Het is aannemelijk dat klager door het artikel van 22 oktober 1999 is benadeeld. De vermelding van de naam van klager in dit artikel is dan ook een ernstige onzorgvuldigheid. Een ruimhartiger rectificatie door betrokkene, waarbij hij had aangegeven deze kwestie te betreuren, zou daarom niet hebben misstaan. Niettemin is de Raad van oordeel dat betrokkene, alle omstandigheden in aanmerking genomen, de berichtgeving van 22 oktober 1999 nog juist in voldoende mate heeft rechtgezet.
De Raad overweegt ten slotte dat hij het gebruik maken van een vaste rubriek voor het rechtzetten van fouten positief waardeert. Hij is dan ook van oordeel dat betrokkene de rectificatie op een daartoe geëigende plaats heeft gepubliceerd.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Trouw te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 30 maart 2000 door mr. D. Allewijn, voorzitter, mr. D.T. Dalmolen, mw. C.E.J.M. Joosten en mr. B.A. Schmitz, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-28