2000/19 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.M.A. Willemsen

tegen

W. Köhler (NRC Handelsblad)

Bij brief van 18 september 1999 met acht bijlagen heeft A.M.A. Willemsen te Bilthoven (klaagster) een klacht ingediend tegen W. Köhler, redacteur bij het NRC Handelsblad, (betrokkene). Hierop heeft F.E. Jensma, hoofdredacteur, namens betrokkene gereageerd in een brief van 15 oktober 1999. Klaagster heeft haar klacht aangevuld bij brief van 22 november 1999 met een bijlage, waarop Jensma heeft gereageerd in een brief van 1 december 1999.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 december 1999 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 14 mei 1999 is in het NRC Handelsblad een artikel van de hand van betrokkene verschenen, waarin onder meer het door klaagster geschreven boek "Hersenkneuzing. Mijn leven met contusio cerebri." wordt besproken en wordt vergeleken met het boek "K. Omdat ook lafaards kanker kunnen krijgen."
In het artikel komen de volgende passages voor: "Allereerst de bromfietser. De 'verkeerscrimineel' noemt ze hem, in de tweede regel van haar boek.", "Ook de neurologen van het Academisch Ziekenhuis Utrecht krijgen het hard te verduren." en "Willemsen is echter zo overtuigd van het tekort aan zorg dat ze voor de Stichting Contusio Cerebri Fonds die ze inmiddels heeft opgericht, als embleem een op zijn rug liggend schaap (het verwentelde schaap) heeft genomen. (...) Het is een waanbeeld. En de deskundigen die in- en uitleidingen bij haar boek schreven hadden haar daar wel op mogen wijzen. Ze zegt dat het haar allemaal niet is verteld, maar of dat waar is kan zij niet zeker weten en wij dus ook niet. Het resultaat is een boek vol rancune."

Naar aanleiding van het artikel heeft M.M.A. Prop, voorzitter van de Stichting Contusio Cerebri Fonds (CCFonds), op 11 juni 1999 een ingezonden brief gestuurd aan de redactie van het NRC Handelsblad. Bij brief van 21 juli 1999 is aan Prop meegedeeld dat zijn brief vanwege de lengte niet wordt geplaatst en is een inhoudelijke reactie van betrokkene bijgevoegd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat betrokkene appels met peren heeft vergeleken door in zijn recensie zowel haar boek als het boek "K. Omdat ook lafaards kanker kunnen krijgen." te bespreken. Kanker wordt niet veroorzaakt door extern (verkeers)geweld en bovendien zijn de boeken door de Nederlandse Uniforme Genre-Indeling gerangschikt in verschillende genres, aldus klaagster.
Zij betoogt verder dat in haar boek geen (plaats)namen van instanties zijn genoemd. Betrokkene heeft de plaatsnaam "Utrecht" vermeld ter nadere aanduiding van het ziekenhuis. Voorts is de naam van klaagster een aantal malen verkeerd gespeld, waarbij zij wijst op zowel het artikel als de brief van betrokkene aan Prop. Hierdoor heeft betrokkene, volgens klaagster, haar privacy geschonden.
De uitlating "En de deskundigen die in- en uitleidingen bij haar boek schreven hadden haar daar wel op mogen wijzen." acht klaagster grievend jegens hen. Bovendien heeft betrokkene, aldus klaagster, de belangen van het CCFonds geschaad door het symbool van deze stichting, "het verwentelde schaap", als "waanbeeld" te beschimpen. Zij betoogt dat het CCFonds niet als derde kan worden aangemerkt nu deze stichting in haar boek voorkomt. De stichting is volgens klaagster onlosmakelijk met haar boek verbonden.
Betrokkene heeft voorts het begrip "waanidee" gebruikt in de context van iemand met traumatisch hersenletsel. Dat acht klaagster grievend, omdat de associatie die het woord "waanbeeld" oproept is: "niet helemaal fris in je hoofd zijn, rijp voor de psychiatrie".
Verder heeft betrokkene, volgens klaagster, haar verstandelijke vermogens in twijfel getrokken door de zin "Ze zegt dat het haar allemaal niet is verteld, maar of dat waar is kan zij niet zeker weten, en wij dus ook niet." en de zinsnede "gebrek aan ziekte inzicht" in de brief van betrokkene aan Prop. In haar patiëntendossier is over dit laatste echter niets vermeld.
Klaagster stelt dat betrokkene zich aldus onnodig grievend jegens haar heeft uitgelaten en tevens de juistheid van haar feitelijke informatie heeft ondergraven.
Zij wijst in dat verband ook nog op de in de recensie gebruikte zinnen "Allereerst de bromfietser. De 'verkeerscrimineel' noemt ze hem, in de tweede regel van haar boek.", "Ook de neurologen van het Academisch Ziekenhuis Utrecht krijgen het hard te verduren." en "Het resultaat is een boek vol rancune." Bovendien wordt gesuggereerd dat klaagster - in tegenstelling tot de schrijver van het andere gerecenseerde boek - artsen afvalt. Verder heeft betrokkene in zijn brief aan Prop onder meer geschreven dat hij klaagster verwijt dat zij "beweringen doet" en "gebrek aan feitenkennis" heeft.
Betrokkene is de recensie bovendien begonnen met een alinea over de schadevergoeding van klaagster, waarbij hij volgens klaagster ten onrechte suggereert dat een verband bestaat tussen schadevergoeding en het proces van genezing.
Klaagster stelt verder dat betrokkene censuur heeft toegepast door een inhoudelijk debat over haar boek tegen te houden, nu de ingezonden brief van Krop niet is geplaatst en betrokkene in zijn boekbespreking het woord "hersenkneuzing" noch de term "contusio cerebri" heeft vermeld.
Ten slotte stelt klaagster dat haar materiele en immateriële belangen zijn geschaad, doordat betrokkene het boek in een kwaad daglicht heeft gesteld. Betrokkene heeft volgens klaagster ten onrechte het accent gelegd op zaken die in een veranderingsproces verkeren en de positieve ontwikkelingen, zoals de oprichting van het CCFonds en de inbreng van neuropsychologische diagnostiek, verzwegen.

Betrokkene betoogt dat het schrijven van een recensie de schrijver noopt tot het formuleren van een opinie, die kritisch en scherp kan zijn. Bovendien aanvaardt de schrijver van een gepubliceerd boek, aldus betrokkene, dat daarover in het openbaar een oordeel wordt geveld.
Hij wijst er op dat in de recensie niet twee ziekten zijn behandeld, maar de boeken van twee schrijvers die ieder op verschillende wijze over hun eigen ziekte schrijven. Derhalve zijn, aldus betrokkene, geen appels met peren vergeleken.
Betrokkene heeft niet bedoeld de betrokkenheid van derden, zoals het CCFonds, te onderschatten, maar de aan hen geschreven brieven behoren volgens hem buiten het oordeel van de Raad te blijven.
Wat betreft de klacht over de toevoeging van de plaats "Utrecht" betoogt betrokkene dat een journalist tot taak heeft relevante gegevens te vermelden en dat klaagster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij hierdoor in haar privacy is geschaad. Hij erkent dat de naam van klaagster een aantal malen verkeerd is gespeld, hetgeen volgens klager regelmatig in iedere krant voorkomt en gecorrigeerd kan worden in de daarvoor bestemde rubriek. Een correctie ruim een half jaar na publicatie van de recensie acht betrokkene niet meer van belang.
Met betrekking tot zijn opmerking over de in- en uitleiders van het boek en de term "waanbeeld" stelt betrokkene duidelijk te hebben willen maken dat het beeld van het verwentelde schaap een veel te optimistische kijk geeft op de toekomst van hersentraumapatiënten: een verwenteld schaap dat op zijn poten wordt gezet hersteld geheel, terwijl hersenkneuzingpatiënten bijna nooit volledig herstellen. Aangezien dit de in- en uitleiders bekend is, hadden zij klaagster hierop moeten wijzen, waardoor het boek en de presentatie van het CCFonds hadden kunnen worden verbeterd, aldus betrokkene.
Hij wijst erop dat de term "waanidee" niet in de recensie voorkomt. Met het gebruik van het woord "waanbeeld" heeft hij bedoeld: "verkeerd, onjuist, ongegrond denkbeeld, fantasiebeeld dat men voor waar houdt".
Betrokkene stelt voorts dat hij met de zinsnede "zij kan het niet zeker weten" niet heeft geïnsinueerd dat hersenletselpatiënten 'van lotje getikt' zijn en onwaarheid spreken, maar heeft aangegeven dat zij vaak geheugenproblemen hebben. Hij wijst er op dat klaagster haar geheugenproblemen in haar boek heeft vermeld. De gewraakte zin is volgens betrokkene bedoeld om de feitelijke onderbouwing van het boek aan te vallen en niet om klaagster daarmee te grieven.
De in de brief aan Prop gebruikte zinsneden "gebrek aan ziekte inzicht", "beweringen doet" en "gebrek aan feitenkennis" acht betrokkene niet van belang omdat de Raad volgens hem niet oordeelt over die correspondentie.
Het gebruik van de term 'verkeerscrimineel' heeft hij niet heeft veroordeeld, aldus betrokkene.
Ter zake van de zinsnede over de neurologen stelt hij dat het beeld dat klaagster in haar boek oproept over diagnostiek, behandeling en herstel van een hersenkneuzingpatiënt in de recensie op feitelijke gronden is aangevallen. De zin "Het resultaat is een boek vol rancune." behelst volgens hem een feitelijke constatering.
Verder stelt hij dat in de eerste twee alinea's van de bespreking van klaagsters boek zijn een korte beschrijving van haar geval wordt gegeven. De vermelding van de omvang van schadevergoeding geeft inzicht in de gevolgen van een dergelijk ongeluk. Een verband tussen schadevergoeding en het proces van genezing heeft hij, aldus betrokkene, niet gesuggereerd.
Wat betreft de klacht over censuur stelt betrokkene dat hij niet beslist over het plaatsen van ingezonden brieven. Bovendien is een aantal ingezonden brieven wel in het NRC Handelsblad geplaatst en is, aldus betrokkene, daarmee voldoende gelegenheid tot weerwoord geboden. Hij wijst erop dat zowel de term "hersenkneuzing" als de term "contusio cerebri" in de recensie voorkomen.
In de recensie zijn geen positieve ontwikkelingen genoemd, aangezien hij andere aspecten wenste te vermelden. Betrokkene stelt voorts dat hij geen wetenschappelijke literatuur heeft gevonden, waaruit valt af te leiden dat door gebruik van neuropsychologische diagnostiek binnen revalidatietherapie de patiënt 'voorspoediger opkrabbelt'.
Betrokkene is van mening dat hij niet (onnodig) grievend is geweest en betoogt dat hij in de recensie het accent heeft gelegd op medische onjuistheden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Voorop staat dat aan een recensent een grote mate van vrijheid toekomt om zijn mening over een boek te geven en dat deze kritisch mag zijn. De recensent behoeft zich daarbij in het algemeen niet te laten weerhouden doordat mogelijk schade wordt toegebracht aan de reputatie van de auteur van het besproken werk. Beschuldigingen die in een recensie worden geuit moeten echter in voldoende mate met argumenten onderbouwd zijn en mogen niet in onnodig grievende of kwetsende bewoordingen zijn gesteld.

De klacht betreft vier hoofdpunten. Allereerst stelt klaagster zich op het standpunt dat zij in haar privacy is geschaad. Met de toevoeging "Utrecht" is echter niet de privacy van klaagster in het geding. De slordigheden in de naamsvermelding van klaagster bieden voorts onvoldoende grond voor het oordeel dat hiermee de privacy van klaagster is geschonden.

Het tweede onderdeel van de klacht betreft de toonzetting van de recensie. Klaagster is van mening dat de recensie onnodig grievend is en dat betrokkene ten onrechte de juistheid van de door haar aangedragen informatie heeft ondergraven. De Raad acht de gebezigde schrijfstijl in het kader van een recensie niet onaanvaardbaar. Voorts is gebleken dat de standpunten van partijen met betrekking tot de feitelijke medische aspecten van het boek alsmede de kritiek daarop tegenover elkaar staan. Over de juistheid van die standpunten kan de Raad geen oordeel uitspreken. Gegeven de hierboven genoemde uitgangspunten, concludeert de Raad dan ook dat betrokkene niet is getreden buiten de grenzen van hetgeen journalistiek toelaatbaar is.

De klacht dat censuur is toegepast, kan evenmin slagen. De beslissing over het al dan niet plaatsen van een reactie op een artikel behoort in beginsel tot de vrijheid van de redactie, onverminderd het recht van een belanghebbende om feitelijke onjuistheden recht te laten zetten. De Raad heeft hiervoor al overwogen dat zij niet heeft kunnen vaststellen dat, afgezien van de slordige naamsvermelding van klaagster, feitelijke onjuistheden in de recensie zijn vermeld.

Klaagster heeft ten slotte betoogd dat haar materiele en immateriële belangen zijn geschaad. Zij voert daartoe aan dat betrokkene ten onrechte bepaalde accenten heeft gelegd en andere aspecten niet heeft genoemd. Aangezien zulks behoort tot de vrijheid van de recensent, is ook dit onderdeel van de klacht ongegrond.

Voor zover wordt geklaagd over schending van de privacy van derden dan wel grievende uitlatingen jegens anderen dan klaagster, is klaagster in haar klacht niet ontvankelijk, aangezien geen sprake is van een eigen belang van klaagster.

Betrokkene kan overigens niet worden gevolgd in zijn standpunt dat de Raad niet oordeelt over zijn correspondentie in deze kwestie. Deze correspondentie is een handelen van betrokkene in de uitoefening van zijn beroep en valt dan ook onder het begrip "journalistieke gedraging". Gelet op het bovenstaande en in aanmerking genomen dat de correspondentie niet is gepubliceerd, leidt hetgeen daarin is vermeld echter niet tot gegrondheid van de klacht.

BESLISSING

De klacht is, voor zover ontvankelijk, ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het NRC Handelsblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 2 maart 2000 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, H. van Gessel, mw. mr. V. Keur en mr. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-19