2000/18 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A. Wams

tegen

de hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden

Bij brief van 3 augustus 1999 met een bijlage heeft A. Wams te Groningen (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden (betrokkene). Hierop heeft G.J. Laan, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 24 september 1999 met een bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 december 1999 in aanwezigheid van klager, die zijn klacht heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Betrokkene is daar niet verschenen. Naar aanleiding van hetgeen klager ter zitting heeft aangevoerd, heeft de Raad in een brief van 16 december 1999 aan betrokkene enkele vragen gesteld. Hierop heeft betrokkene bij begeleidend schrijven van 10 januari 2000 een reactie van H. Hendriks aan de Raad doen toekomen.

DE FEITEN

Op 18 juni 1999 is in de rubriek "De Passie" van het Nieuwsblad van het Noorden een artikel van de hand van H. Hendriks verschenen onder de kop "'Je staat versteld van wat mensen weggooien'".
Het artikel is geschreven als een citaat van klager, waarin hij onder meer vertelt over zijn activiteiten als 'morgenster'.

Na de publicatie heeft klager bezwaren tegen het artikel schriftelijk aan betrokkene kenbaar gemaakt. Hierop heeft betrokkene gereageerd in een brief van 19 juli 1999 en aan klager meegedeeld dat hij geen aanleiding zag om tot rectificatie over te gaan.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel diverse onjuistheden bevat. Zo is volgens hem ten onrechte vermeld dat klager voor analist leerde, dat hij een beetje pech met zijn gezondheid heeft gehad en dat hij zich bijna fulltime als 'morgenster' bezighoudt. Daarnaast komen in het artikel een aantal termen voor met een volgens hem negatieve betekenis zoals "besognes", " bij langs snuffelen" en "langs struinen". Klager betoogt dat zulke termen niet worden gebruikt als iemand over zichzelf spreekt en dat hij deze termen niet heeft gebezigd. Voorts is, aldus klager, in strijd met de daarover gemaakte afspraak, in het artikel zijn politieke voorkeur vermeld.
Volgens klager is in het artikel ten onrechte een negatief beeld over hem geschetst, hetgeen te meer klemt nu het artikel in de ik-vorm is geschreven en in zijn geheel is aangehaald.
Voorts stelt klager dat hij aan Hendriks heeft verzocht om het artikel voorafgaand aan de publicatie te mogen inzien, maar dat dit verzoek door Hendriks is afgewezen. Hij heeft ten slotte uitdrukkelijk aan Hendriks verzocht datgene te publiceren wat hij daadwerkelijk heeft gezegd, aldus klager. Hem was bekend dat Hendriks (ook) eigen bewoordingen zou gebruiken. Desgevraagd deelt klager nog mee, dat het interview niet op band is opgenomen en dat zijn uitspraken volgens hem door Hendriks ook niet letterlijk zijn opgeschreven.

Betrokkene stelt dat hij naar aanleiding van een door klager geplaatste advertentie telefonisch aan klager heeft verzocht mee te werken aan de rubriek "De Passie". In dit gesprek heeft hij klager meegedeeld dat het zijn bedoeling was om een positieve benadering te geven van de passie van klager en dat het interview achteraf zou worden gecomprimeerd tot een monoloog. Voor de aanvang van het interview heeft hij klager, zo stelt hij, nogmaals op de formule en werkwijze gewezen. Daarbij heeft hij verteld dat inzage vooraf in een artikel voor de rubriek "De Passie" niet gebruikelijk is, zulks om discussies over de inhoud van het artikel te voorkomen, aldus betrokkene. Hij stelt dat klager zich met een en ander akkoord heeft verklaard.
Voorts stelt betrokkene dat, voor zover het artikel feitelijke onjuistheden bevat, deze door klager zijn meegedeeld en dat klager daarvan wellicht achteraf spijt heeft gekregen. Het artikel is, volgens betrokkene, volledig het verhaal van klager.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht heeft ten eerste betrekking op de inhoud van het artikel. Partijen verschillen erover van mening of het artikel een juiste weergave bevat van hetgeen klager tijdens het interview heeft verteld. Bovendien is geen vastlegging van het interview beschikbaar. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat klager uitspraken in de mond zijn gelegd die hij niet heeft gedaan.
Het tweede onderdeel van de klacht betreft de werkwijze van betrokkene. Indien een artikel wordt gepubliceerd in de vorm van een citaat is grote zorgvuldigheid vereist ten aanzien van de juistheid van de inhoud daarvan. Bovendien is bij artikelen waarin de geïnterviewde heel persoonlijk ten tonele wordt gevoerd van belang dat de geïnterviewde zich kan vinden in de weergave van hetgeen hij heeft verteld. Weliswaar kan het verlenen van inzage vooraf in een dergelijk geval in het algemeen niet als vereiste worden gesteld, maar zulks verdient zeker de voorkeur. Alhoewel de Raad er begrip voor heeft dat klager met het artikel niet gelukkig is, kan de weigering hem inzage vooraf te verlenen echter niet leiden tot gegrondheid van de klacht. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen dat klager zijn medewerking aan het interview heeft voortgezet, nadat Hendriks hem had meegedeeld dat hij geen inzage vooraf zou krijgen.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Nieuwsblad van het Noorden te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 25 februari 2000 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, H. van Gessel, mw. mr. V. Keur en mr. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-18