2000/17 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

L. Koelman

tegen

de hoofdredacteur van Vrij Nederland

Bij brieven van 20 september 1999 met een bijlage en van 1 oktober 1999 met twee bijlagen heeft L. Koelman (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Vrij Nederland (betrokkene). Hierop heeft O. Garschagen, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 14 oktober 1999. Klager heeft zijn klacht aangevuld bij brief van 22 oktober 1999 met twee bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 december 1999 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 28 augustus 1999 is in Vrij Nederland een artikel verschenen in de rubriek Laag Water onder de kop "Handstand met dure scherven". In het artikel wordt verwezen naar een brief die minister Van Boxtel heeft gekregen van een 'door stress getergde bibliothecaris' naar aanleiding van (een publicatie over) een handstand van Van Boxtel. De bibliothecaris zou - zo meldt het artikel - op zijn werk hebben geprobeerd een handstand te maken, maar daarbij zijn evenwicht hebben verloren, hetgeen veel schade opleverde. Het artikel bevat tevens citaten uit de reactie van Van Boxtel.
Bij e-mail van 6 september 1999 heeft klager zijn bezwaren tegen het artikel aan betrokkene kenbaar gemaakt.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De in het artikel bedoelde brief is geschreven door klager. Hij stelt dat betrokkene delen uit de brief zonder bronvermelding en zonder toestemming heeft overgenomen van de internetsite van klager.
Voorts wordt in het artikel volgens hem ten onrechte de indruk gewekt dat het relaas van de bibliothecaris op waarheid berust. De brief maakt echter onderdeel uit van een aantal 'brandbrieven' die klager heeft geschreven aan Nederlanders die 'in het nieuws waren'. Deze brieven heeft klager op zijn internetsite gepubliceerd. Door de wijze van gebruik van de brief door betrokkene komt de strekking niet meer overeen met de werkelijkheid, aldus klager. Hij wijst er nog op dat hij van Van Boxtel een handgeschreven reactie heeft ontvangen, die ook op zijn internetsite is te lezen.

Betrokkene stelt dat hij niet bekend was met het bestaan van klager noch met zijn internetsite. Hij heeft de brief en de reactie daarop gekregen van een medewerker van Van Boxtel. Volgens betrokkene wisten Van Boxtel, zijn medewerker en de journalist van Vrij Nederland niet dat de brief een verzonnen 'brandbrief' van klager betrof. Van het overnemen van een tekst zonder toestemming is, aldus betrokkene, geen sprake geweest.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De stelling van klager dat betrokkene zonder toestemming delen uit de brief heeft overgenomen van klagers internetsite, is door betrokkene gemotiveerd weersproken. Voorts kan uit de door klager overgelegde stukken niet worden afgeleid dat betrokkene op geen andere wijze aan de gebruikte informatie heeft kunnen komen dan via de internetsite van klager.
Aldus kan de Raad niet vaststellen dat betrokkene het artikel aan klagers internetsite heeft ontleend. Reeds om die reden bestaat geen grond om te oordelen dat betrokkene de informatie op een journalistiek ontoelaatbare wijze heeft gebruikt.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Vrij Nederland te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 11 februari 2000 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, H. van Gessel, mw. mr. V. Keur en mr. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-17