2000/14 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Marlstone Recordings B.V. en B.L.C. Knubben-Kraft

tegen

M. van Laarhoven en de hoofdredacteur van het Limburgs Dagblad

Bij brief van 12 augustus 1999 met vijf bijlagen heeft mr. L.H.J.C. Hendriks, advocaat te Maastricht, namens Marlstone Recordings B.V. en B.L.C. Knubben-Kraft (klagers) een klacht ingediend tegen M. van Laarhoven en de hoofdredacteur van het Limburgs Dagblad (betrokkenen). Hierop heeft P. Stiekema, adjunct-hoofdredacteur, namens betrokkenen gereageerd in een brief van 14 oktober 1999 met tien bijlagen.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 november 1999 zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

DE FEITEN

Op 5 augustus 1999 (in de klacht staat abusievelijk 4 augustus 1999) is in het Limburgs Dagblad een artikel van de hand van Van Laarhoven verschenen onder de kop "Schintaler/Kraft: neue Liebe". Het artikel gaat over een op 4 augustus 1999 (in de klacht staat abusievelijk 3 augustus 1999) tussen Marlstone Recordings B.V. en B.V. De Schintaler gevoerd kort geding betreffende een optiebepaling in een platencontract tussen de platenmaatschappij Marlstone Recordings B.V. en de muziekgroep de Schintaler.
Knubben-Kraft is (mede-)directrice van Marlstone Recordings B.V. Voorts is zij in Limburg bekend als zangeres onder de naam Beppie Kraft.
Klagers hebben na de publicatie hun bezwaren tegen het artikel kenbaar gemaakt en om rectificatie verzocht. J.W. Goessens, hoofdredacteur, heeft dat verzoek bij brief van 6 augustus 1999 afgewezen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers betogen dat betrokkenen ten onrechte de rechtszaak tussen Marlstone Recordings B.V. en B.V. De Schintaler hebben betrokken op (Beppie) Knubben-Kraft. Klagers wijzen er op dat in het artikel herhaaldelijk de naam "Beppie Kraft" of "Kraft" voorkomt waar het Marlstone Recordings B.V. betreft.
Voorts is Knubben-Kraft in het artikel aangeduid als "de inmiddels losgewrikte nagel aan hun (de Schintaler) artistieke doodskist". Deze aanduiding acht Knubben-Kraft bijzonder grievend, te meer omdat kort voor de publicatie haar vader is begraven.
Klagers stellen verder dat door de kop "Schintaler zochten en vonden uitweg" boven het tweede gedeelte van het artikel ten onrechte wordt gesuggereerd dat de Schintaler zich van hun contract met Marlstone Recordings B.V. hebben kunnen ontdoen. Weliswaar wordt bij lezing van het volledige artikel duidelijk dat de Schintaler geen "uitweg" hebben gevonden, doch dit rechtvaardigt niet de onjuiste kop, aldus klagers.
Ten slotte betogen klagers dat in het artikel veel nadruk is gelegd op verwijten aan het adres van klagers en dat nuances ten gunste van Marlstone Recordings B.V. ontbreken. Klagers wijzen op de passage in het artikel waarin wordt vermeld dat "beide partijen elkaar voor rotte vis hebben uitgemaakt". Door deze passage wordt ten onrechte de indruk gewekt dat Marlstone Recordings B.V. de confrontatie met de Schintaler heeft gezocht, terwijl Marlstone Recordings B.V. bewust niet heeft meegedaan aan 'modder smijten'. De toonzetting van het artikel is derhalve, volgens klagers, tendentieus althans nodeloos negatief voor Marlstone Recordings B.V.

Betrokkenen stellen dat in Limburg Beppie Kraft en Marlstone Recordings B.V. vrijwel worden vereenzelvigd, waarbij zij wijzen op een aantal eerder verschenen artikelen in het Limburgs Dagblad. Knubben-Kraft heeft hier nooit eerder tegen geprotesteerd, aldus betrokkenen.
Van Laarhoven heeft de beeldspraak "de inmiddels losgewrikte nagel aan hun artistieke doodskist" gebruikt, nadat hij eerdere publicaties over dit onderwerp had bestudeerd. Het verband dat klagers leggen met de overleden vader van Knubben-Kraft achten betrokkenen vergezocht.
Voorts bestrijden betrokkenen dat de kop boven het tweede gedeelte van het artikel misleidend is. In het artikel wordt aangegeven dat de Schintaler onder meer middels een platencontract met Telstar hebben geprobeerd onder het contract met Marlstone Recordings B.V. uit te komen.
Betrokkenen betogen dat zij de Schintaler nader hebben gekarakteriseerd omdat deze muziekgroep bij het publiek minder bekend is dan Beppie Kraft. Voor het overige hebben klagers, aldus betrokkenen, het artikel door een zeer eenzijdig gekleurde bril gelezen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad kan klagers niet volgen in hun standpunt dat zij in het artikel worden aangeduid op een wijze waardoor verwarring ontstaat omtrent hun betrokkenheid bij het geschil met de Schintaler.
De standpunten van de bij het kort geding betrokken partijen zijn in het artikel enigszins aangezet en de toonzetting van het artikel is niet geheel neutraal, doch dit is op zich zelf bij publicaties als de onderhavige - te weten rechtbankverslagen - niet ontoelaatbaar.
Mede in aanmerking genomen dat de door klagers aangehaalde passages moeten worden bezien in het geheel van het artikel, acht de Raad de wijze waarop over het kort geding is gepubliceerd uit een oogpunt van behoorlijke journalistiek niet onaanvaardbaar.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in het Limburgs Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 8 februari 2000 door mr. W.D.H. Asser, als voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, mw. C.E.J.M. Joosten en mr. B.A. Schmitz, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2000-14