2000/11 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J. R. Zijlstra

tegen

de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad

Bij brief van 15 juli 1999 met 1 bijlage heeft de heer J.R. Zijlstra te Harlingen (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad (betrokkene).
Hierop heeft P.J.F. de Jonge, adjunct-hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 27 augustus 1999.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 december 1999 zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

DE FEITEN

Klager is eigenaar van viswinkel en visrestaurant 'De Tjotter' in Harlingen.
Het Algemeen Dagblad publiceerde op 3 juli 1999 de resultaten van de Nationale Haringtest, die de krant dit jaar voor de zeventiende keer had gehouden. Voor deze test werd bij een groot aantal vishandels, waaronder 'De Tjotter', haring gekocht en beoordeeld. De krant oordeelde negatief over de haring van 'De Tjotter' (eindcijfer 4). De conclusie luidde:
"Die zaak staat niet zo best bekend", melden dorpelingen spontaan. Dat komt dus uit.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager heeft er bezwaar tegen dat zijn bedrijf is omschreven als een zaak die slecht bekend staat. Hij heeft geen bezwaar tegen de haringtest, maar wel tegen de opmerkingen die door de journalist zijn opgeschreven. Niet zijn haring, maar zijn bedrijf is beoordeeld Hij vindt dit suggestieve journalistiek. Zijn bedrijf is daardoor door het slijk gehaald, hetgeen een negatieve invloed op zijn omzet heeft gehad.

Betrokkene licht toe dat het Algemeen Dagblad met enige regelmaat consumententesten publiceert, met als doel de voorlichting aan consumenten. Voor de haringtest werden een deskundige en een goed bekend staand laboratorium ingeschakeld. Niet alleen de smaak van de haring is beoordeeld, maar het eindoordeel kwam mede tot stand aan de hand van parameters als hygiëne, bacteriologie en temperatuur. Het eindoordeel is in een cijfer, maar ook in woorden weergegeven. In dit geval trof het de auteur dat zijn bevindingen overeenkwamen met de meldingen van ingezetenen, hetgeen hij als een journalistieke impressie heeft genoteerd. Dat is naar de mening van betrokkene niet grievend of suggestief.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het betreft hier een consumententest, waarbij een oordeel over smaak, temperatuur, hygiëne en presentatie van haring wordt gegeven. Het eindoordeel komt tot uitdrukking in een cijfer en in een conclusie. De beoordeling van de haring wordt door klager niet ter discussie gesteld. De klacht richt zich tegen het opnemen in de conclusie van de aan dorpsgenoten toegeschreven uitlating luidende: "Die zaak staat niet zo best bekend." Deze uitlating is in overeenstemming met het negatieve oordeel dat in de Nationale Haringtest wordt geveld over de door klager verkochte haring en heeft, bezien in de context van het artikel, redelijkerwijs geen verdere strekking dan een bevestiging of herhaling in andere woorden van het oordeel over de kwaliteit van de door klager verkochte haring. Met het opnemen van de gewraakte uitlating in de conclusie van de Nationale Haringtest heeft betrokkene geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Algemeen Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 1 februari 2000 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, prof. mr. E.C.M. Jurgens, M.J. Kes. mw. drs. B.L.W. Tillema en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 2000-11