2000/10 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Stichting Overleg Raamexploitanten Den Haag

tegen

de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad

Bij brief van 27 september 1999 met 1 bijlage heeft de heer A.P.H. de Jong, namens de Stichting Overleg Raamexploitanten te Den Haag (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad (betrokkene).
Hierop heeft P.J.F. de Jonge, adjunct-hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 21 oktober 1999.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 december 1999 in aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Het Algemeen Dagblad publiceerde op 23 september een artikel onder de kop 'Prostituee moet weer straat op', Haagse raamexploitanten tegen uitspraak vroege sluitingstijd. Het artikel opent met de volgende passage:
Haagse hoeren gaan weer aan het tippelen en brengen de binnenstad zo terug in de tijd. Dat voorspellen Haagse pooiers, nu de president van de rechtbank heeft bepaald dat raamprostituees doordeweeks hun nering om één uur 's nachts moeten sluiten. Op zaterdag en zondag mogen de dames van lichte zeden een half uur langer hun beroep uitoefenen.
In het artikel wordt een woordvoerder van de Stichting Overleg Raamexploitanten aan het woord gelaten, die de bezwaren aangeeft die deze stichting tegen de uitspraak van de rechtbankpresident heeft.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster heeft bezwaren tegen gebruik van de term 'pooiers'. Raamexploitanten zijn geen pooiers, zij verhuren bedrijfsruimte aan prostituees. Zij bieden de huursters geen diensten aan en hebben niets met hun werk en verdiensten te maken. De prostituees regelen alles zelf en zijn zelfstandig ondernemer, aldus klaagster. Toen De Jong over de publicatie contact zocht met de redactie van het Algemeen Dagblad zou hij op hooghartige wijze te woord zijn gestaan.

Betrokkene betwist dat De Jong dan wel zijn in het artikel geciteerde collega in het artikel als 'pooier' zijn aangeduid. Deze benaming had betrekking op de mensen die de verslaggever in de wijk had gesproken. Overigens meent betrokkene dat de term pooier, waaronder volgens Van Dale is te verstaan: "iemand die leeft van de verdiensten van een prostituee, waarvoor hij als haar beschermer optreedt", in de geest van de tijd ook zeker wat breder mag worden opgevat.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Strikt genomen is iemand die slechts "ramen" verhuurt aan prostituees, en dus niet direct meedeelt in haar inkomsten, geen pooier. Dat betekent echter nog niet dat betrokkene een journalistieke norm zou hebben overschreden door die benaming te gebruiken ten aanzien van raamexploitanten. Dezen leven weliswaar niet direct maar, via de door hen van de prostituees bedongen huur, toch onmiskenbaar evenzeer als de pooier in de klassieke betekenis van dat woord van de opbrengst van prostitutie. In het artikel verklaart de daarin aan het woord gelaten vertegenwoordiger van klaagster zelf al 40 jaar in de prostitutie te zitten. In deze context is het begrijpelijk dat de grens tussen de begrippen pooier en raamexploitant vervaagt. De grenzen van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is, zijn in dit geval niet overschreden.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Algemeen Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 25 januari 2000 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, prof. mr. E.C.M. Jurgens, M.J. Kes, mw. drs. B.L.W. Tillema en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 2000-10