1999/73 gegrond

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

 

X

tegen

B.M. Groenendijk (Algemeen Dagblad)

Bij brief van 18 juni 1999 heeft X een klacht ingediend tegen B.M. Groenendijk, journalist bij het Algemeen Dagblad (betrokkene). Hierop heeft de heer Groenendijk gereageerd in een brief van 9 juli 1999 met 1 bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 5 november 1999 zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

 

DE FEITEN

Klaagster heeft medio 1999 contact gezocht met het Algemeen Dagblad, vanwege haar betrokkenheid bij een op handen zijnde strafzaak tegen een broeder uit het klooster in Bavel, die terecht zou staan wegens verkrachting van psychiatrische patiënten. In een gesprek met journalist Groenendijk, dat bij haar thuis plaatsvond, heeft zij uitgebreid verteld over haar ervaringen met de verdachte, tegen wie zij aangifte wegens seksueel geweld had gedaan.
Het Algemeen Dagblad publiceerde op 12 juni 1999 over de zaak. Het artikel met de kop 'Missionaris bekent verkrachting van psychiatrische patiëntes' handelt voor een groot deel over klaagster. Zij komt daarin niet zelf aan het woord. Wel wordt de advocaat van de verdachte geciteerd, die stelt dat klaagster zo assertief is, dat ze zeker niet tegen haar zin seks heeft. In de laatste alinea van het stuk wordt klaagster als volgt omschreven:
X (geanonimiseerd RvdJ) probeert een nieuw leven op te bouwen, maar dat is volgens buurtgenoten, die haar dagelijks proberen te helpen, gedoemd te mislukken. De buren vrezen dat er in haar woning brand uitbreekt, omdat zij veel kaarsen brandt. Haar huis is een chaos, mede door een hondje dat overal zijn behoefte doet. Ze klaagt iedereen aan, zelfs mensen van Slachtofferhulp, en valt iedereen telefonisch lastig, ook de officier van justitie die de zaak tegen broeder Gerard behandelt. Een advocaat aan wie ze haar onoverzichtelijke, handgeschreven dossiers toestuurt, zendt alles retour.
Klaagster heeft daags na de publicatie contact opgenomen met Groenendijk en hem van haar bezwaren tegen de inhoud op de hoogte gesteld. Haar verzoek om rectificatie werd niet gehonoreerd.

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Volgens klaagster bevat het artikel onjuistheden, onder meer met betrekking tot haar leeftijd en de achtergrond van de verdachte. Het artikel zou bovendien onnodig grievend zijn jegens haar. Zij heeft uitgebreid met de journalist gesproken en hem alle informatie verschaft die hij wilde hebben. Groenendijk is daar volgens klaagster onzorgvuldig mee omgesprongen. Van haar achtergrondinformatie is niets terug te vinden in het artikel. Zij maakt bezwaar tegen het noemen van haar volledige naam.

Groenendijk heeft uitgebreid contact met klaagster gehad. Haar verhaal gaf hem voldoende reden voor nader onderzoek naar de praktijken van de verdachte geestelijke. Hij heeft contact gezocht met justitie en met de advocaat van de verdachte. Het artikel bevat zijn bevindingen. Mogelijke onjuistheden in het stuk hadden niet voldoende gewicht om tot rectificatie daarvan over te gaan. Klaagster heeft volgens Groenendijk niet gevraagd om anonimiteit, zij heeft zelf contact gezocht met de krant.

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Hoewel er een uitgebreid contact was tussen Groenendijk en klaagster en hij haar zelfs thuis heeft bezocht, blijkt uit het artikel niet dat hij haar persoonlijk heeft gesproken. Ofschoon het artikel naar Groenendijk heeft gesteld betrekking heeft op het nieuwswaardige feit van een geestelijke, die psychiatrische patiënten heeft verkracht, wordt klaagster daarin negatief beschreven. Enkele passages, met name de bovengeciteerde, zijn jegens haar onnodig grievend. Naamsvermelding was daarbij niet nodig geweest en had, vanuit het oogpunt van bescherming van haar persoonlijke levenssfeer, in dit geval beter achterwege kunnen blijven. Nu Groenendijk ervoor gekozen heeft het artikel ook voor een groot deel over klaagster te laten gaan, had ook van haar kant van het verhaal iets terug te vinden moeten zijn.
Alles overwegend is de Raad van oordeel dat Groenendijk de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

 

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Algemeen Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 30 november 1999 door mr. D. Allewijn, voorzitter, H. van Gessel, M.J. Kes, mw. mr. W. Sorgdrager en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-73