1999/7 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Ph. Schippers

tegen

H. de Vreede en Cobouw

Bij ongedateerde brief, door de Raad ontvangen op 11 september 1998, met drie bijlagen heeft Ph. Schippers (klager) een klacht ingediend tegen H. de Vreede en Cobouw (betrokkenen). I.J. Kraal, hoofdredacteur van Cobouw, heeft op de klacht gereageerd in een eveneens ongedateerde brief, door de Raad ontvangen op 29 oktober 1998.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 december 1998. Klager en betrokkenen zijn niet verschenen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

De vennootschap B&S Recycling B.V. te Joure, waarvan klager directeur-grootaandeelhouder was, is op 20 augustus 1998 in staat van faillissement verklaard. Op 28 augustus 1998 is in Cobouw een artikel van de hand van H. de Vreede verschenen, waarin onder de kop "Friesland blij met faillissement omstreden sloopbedrijf B en S" onder meer is vermeld dat het bedrijf in mei 1998 negatief in het nieuws was gekomen wegens het illegaal storten van vervuilde grond en dat het bedrijf volgens de politie meerdere malen de Wet milieubeheer en provinciale en gemeentelijke voorschiften heeft overtreden.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt zich op het standpunt dat met het artikel, in het bijzonder de kop en de aanhef, normen van kwaliteit en fatsoen zijn overschreden. Zoals de Raad de klacht begrijpt, bevat het artikel volgens klager diverse feitelijke onjuistheden en is het strijdig met de journalistieke en maatschappelijke zorgvuldigheid.

Betrokkenen hebben erop gewezen dat diverse bronnen zijn geraadpleegd en dat het bewuste bedrijf eerder in 1997 en mei 1998 op ongunstige wijze in het nieuws was gekomen. In artikelen in Cobouw is toen gemeld dat er diverse malen proces-verbaal was opgemaakt wegens het illegaal storten van vervuilde grond, aldus betrokkenen. Betrokkenen stellen dat de grenzen van hetgeen journalistiek behoort, niet zijn overschreden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Voor zover klager bedoelt te klagen over vermeende feitelijke onjuistheden in het artikel, is de klacht onvoldoende onderbouwd. Niet aangetoond of aannemelijk is geworden dat in het artikel feitelijke onjuistheden staan. Daarbij komt dat het faillissement als zodanig een openbaar gegeven is, nu faillissementen van overheidswege worden gepubliceerd in De Staatscourant.

Voor zover de raad de klacht kan beoordelen, hebben betrokkenen niet de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen aan deze uitspraak aandacht te besteden in Cobouw.

Aldus vastgesteld door de Raad op 25 januari 1999, door prof. mr. W.D.H. Asser, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, mr. G. Dullens, mevrouw A.G. Scherphuis en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 1999-07