1999/61 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

F.I. Piternella en A.F.M. de Kok

tegen

J. Reijnders en BN/De Stem

Bij brief van 25 maart 1999 met één bijlage heeft F.I. Piternella mede namens A.F.M. de Kok (klagers) een klacht ingediend tegen J. Reijnders en BN/De Stem (betrokkenen). Bij brief van 26 april 1999 heeft Piternella nog een tweetal nadere publicaties aan de Raad toegezonden. Bij brief van 29 april 1999 heeft B. Rogmans, hoofdredacteur van BN/De Stem, op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 juli 1999. Klagers zijn verschenen, waarbij De Kok heeft bevestigd dat de klacht als mede namens hem ingediend kon worden beschouwd. Klagers hebben voorts tezamen bevestigd dat de nader toegezonden publicaties geen deel uitmaken van de klacht. Namens betrokkenen is verschenen J. Reijnders. Hij heeft ter zitting het nog nader te noemen vlugschrift overgelegd.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht gaat de Raad uit van de volgende feiten.

In BN/De Stem van 18 maart 1999 is onder de kop "Advocaat vecht voor eerherstel" een artikel van de hand van Reijnders gepubliceerd. In dit artikel wordt beschreven dat "de gewezen Dongense advocaat mr. Filemon Piternella, die een jaar gevangenisstraf heeft gehad", wil dat de Hoge Raad zijn strafvonnis herziet en dat hij opnieuw als advocaat wordt beëdigd. Aanleiding voor het artikel was een door De Kok namens Piternella gevoerde procedure tegen zeven leden van de Raad van Toezicht van de plaatselijke Orde van Advocaten, die zich tegen hernieuwde beëdiging van Piternella verzetten. De vordering te oordelen dat deze advocaten persoonlijk onrechtmatig jegens Piternella hebben gehandeld, is door de rechtbank Breda afgewezen. In het artikel wordt geciteerd uit een door De Kok in de advocatenkamer op de rechtbank verspreid vlugschrift, waarin is ingegaan op de achtergronden van de uit 1987 daterende veroordeling van Piternella.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers zijn van mening dat betrokkenen niet de volledige naam van Piternella hadden mogen vermelden, maar zich in de berichtgeving hadden moeten beperken tot het gebruik van initialen. De privacy van Piternella is volgens klagers geschonden en met zijn belangen is onvoldoende rekening gehouden. Klagers wijzen in dit verband mede erop dat in het artikel feiten zijn vermeld waarvoor Piternella niet is vervolgd. Ook menen klagers dat betrokkenen hadden moeten begrijpen dat het vlugschrift alleen voor advocaten was bestemd en dat dit vlugschrift niet voor de publicatie mocht worden gebruikt zonder toestemming van De Kok. Betrokkenen hadden volgens klagers voorafgaand aan de publicatie contact met hen moeten opnemen.

Betrokkenen stellen dat bij BN/De Stem een interne code geldt dat initialen worden vermeld waar het verdachten in strafzaken betreft. Indien sprake zou zijn van ernstige schending van de privacy worden namen noch initialen genoemd en in alle andere gevallen de volledige naam. In het verleden is al vaker over de strafzaak tegen onder meer Piternella geschreven, waarbij hij aanvankelijk is aangeduid als F.P., later als Filemon P. en vanaf zijn veroordeling met zijn volledige naam. Hij heeft daar nooit eerder tegen geprotesteerd. De naamsvermelding is volgens betrokkenen relevant, nu Piternella in de volle openbaarheid fungeert als juridisch medewerker van De Kok en hij een civiele procedure heeft aangespannen tegen leden van de plaatselijke Raad van Toezicht. Het strafrechtelijk verleden van Piternella is volgens betrokkenen van belang voor de berichtgeving over de civiele procedure, hetgeen geïllustreerd wordt door het feit dat het strafrechtelijk verleden ook een rol speelt in het vonnis. Betrokkenen stellen voor de berichtgeving vooral gebruik te hebben gemaakt van het vonnis en van het archief van BN/De Stem, aangevuld met opmerkingen uit het al enige tijd in het bezit van Reijnders zijnde vlugschrift van De Kok. Het vlugschrift is onder een grote groep advocaten verspreid; uit niets blijkt volgens betrokkenen dat het een vertrouwelijk stuk zou zijn. Voor wederhoor was volgens hen geen aanleiding, nu de voor de zaak relevante zienswijzen van klagers door de rechtbank in de overwegingen van het vonnis waren vermeld en als zodanig betrouwbare bouwstenen vormden voor het artikel.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Piternella heeft een civiele procedure aangespannen die verband houdt met zijn pogingen opnieuw te worden toegelaten tot de advocatuur. Gelet op de aard van dit métier - een ambt met een zekere publieke dienstverlening - en gegeven de pogingen van Piternella hiertoe weer te worden toegelaten, is in het kader van de gewraakte berichtgeving vermelding van zijn volledige naam relevant.

Het vlugschrift, door De Kok onder advocaten verspreid, is geen vertrouwelijk stuk. Er is in het algemeen geen regel of norm die voorschrijft dat aan de auteur c.q. verspreider van een dergelijk vlugschrift wederhoor zou moeten worden verleend of toestemming zou moeten worden gevraagd om uit de tekst te citeren of deze te parafraseren. Ook overigens was wederhoor hier niet noodzakelijk, nu de standpunten van klagers - kennelijk afkomstig uit het vonnis en het vlugschrift - in het artikel voldoende naar voren zijn gekomen.

Voor zover klagers betrokkenen verwijten dat in het gewraakte artikel feiten zijn vermeld waarvoor Piternella niet is vervolgd, zijn deze afkomstig uit dit vlugschrift. Van schending van de privacy van Piternella is geen sprake, temeer niet nu bij de weergave van bedoelde feiten in het artikel is vermeld dat Piternella "indertijd de meest onwaarschijnlijke bekentenissen aflegde".

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen aan deze uitspraak aandacht te besteden in BN/De Stem.

Aldus vastgesteld door de Raad op 14 september 1999 door mr. D. Allewijn, voorzitter,
mr. V. Keur, J.A. Koerts, drs. P. Sijpersma en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 1999-61