1999/60 ongegrond niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Stichting Platform Mondiaal Kleurrijk Voetbal "2000"

tegen

SALTO Omroep Amsterdam en de redactie van Stichting Damsko

Bij brief van 7 maart 1999 met vijf bijlagen heeft de Stichting Platform Mondiaal Kleurrijk Voetbal "2000" (klaagster) een klacht ingediend tegen SALTO Omroep Amsterdam en de redactie van Stichting Damsko (betrokkenen). In een brief van 21 april 1999 heeft Salto op de klacht gereageerd. Bij faxbrief van 3 mei 1999 met twee bijlagen heeft klaagster haar klacht aangevuld. Bij brief van 15 juli 1999 met vijf bijlagen heeft I.L. Bottse, hoofdredacteur van Damsko, op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 juli 1999. Namens klaagster is haar voorzitter R.R. de Miranda verschenen. Betrokkene Salto is niet verschenen; namens betrokkene Damsko zijn verschenen I.L. Bottse en L. Hellings. Klaagster heeft ter zitting op verzoek van de Raad haar statuten overgelegd en heeft de klacht toegelicht aan de hand van pleitnotities met vier bijlagen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Op 7 juni 1989 is een vliegtuig van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM) neergestort op vliegveld Zanderij te Suriname, met aan boord onder meer een groep Surinaamse voetballers. In verband met het feit dat de vliegramp tien jaar geleden had plaatsgevonden is het plan opgevat op of omstreeks 7 juni 1999 een voetbalwedstrijd te doen plaatsvinden ter herdenking van de ramp. Over de verantwoordelijkheid voor de organisatie van deze wedstrijd is vervolgens grote onenigheid ontstaan tussen verschillende Surinaamse organisaties in Nederland, in het bijzonder tussen klaagster en de Stichting Voetbalsport Suriname (SVS), ook wel "Suriprofs" genoemd.

In Het Parool van 20 februari 1999 is onder de kop "De macabere herdenking van de SLM-ramp" een artikel verschenen waarin De Miranda namens klaagster aan het woord is gelaten. In het artikel wordt ingegaan op de controverse tussen klaagster en SVS, waarbij De Miranda onder meer als volgt wordt geciteerd:
"Waar hun zielen ook mogen huizen: wat moeten de 176 slachtoffers hiervan denken? We willen een spirituele tiende herdenking van de SLM-ramp, maar het is een demonische cocktail geworden van lijkenpikkerij en opgeblazen ego's. Het is macaber".

In de uitzending van 21 februari 1999 van radio Damsko is aandacht besteed aan het geschil tussen de Surinaamse organisaties. Bottse heeft sportcommentator Lesley Hellings in de gelegenheid gesteld hierover uitgebreid zijn mening te geven, waarbij Hellings veel kritiek heeft geuit op klaagster en haar voorzitter.
Damsko heeft in het door haar uitgegeven tijdschrift "Obsession", in het nummer van april/mei 1999, een artikel van de hand van Lesley Hellings gepubliceerd. Dit artikel, dat onder de kop "GĂȘnante acties rond herdenking vliegramp 7 juni" is geplaatst in de rubriek "Maatschappij", is een taalkundig gecorrigeerde versie van de tekst van het radioprogramma.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt zich op het standpunt dat Bottse het interview met Hellings op een zeer eenzijdige en partijdige wijze heeft afgenomen. Bottse heeft volgens klaagster een aantal door Hellings genoemde feiten, waarvan hij wist dat deze onjuist waren, ten onrechte niet weersproken of gecorrigeerd, heeft "leading questions" gesteld en heeft ten onrechte geen gelegenheid geboden tot wederhoor. Klaagster stelt in dit verband dat Bottse en Hellings beiden belanghebbende zijn bij "het andere kamp" en dat door deze verslaggeving bij de luisteraar een verkeerd en misleidend beeld van de werkelijkheid is ontstaan. Datzelfde geldt volgens klaagster waar het het artikel in Obsession betreft. Voorts meent klaagster dat Salto correctief jegens Damsko had moeten optreden.

Salto heeft erop gewezen dat zij zelf geen programma's produceert, maar haar zendmachtiging ter beschikking stelt van circa 150 verschillende organisaties, waaronder stichting Damsko. Zij stelt zich op het standpunt dat de journalistieke verantwoordelijkheid op grond van haar algemene uitzendvoorwaarden bij de producenten zelf ligt.

Damsko wijst erop dat het gewraakte interview en de daarin door Hellings gedane uitlatingen een reactie waren op het artikel dat daags voordien in het Parool was verschenen. Naar haar mening heeft klaagster daarmee de discussie in de pers ontketend en mocht daarop gereageerd worden. Damsko stelt dat ten tijde van de uitzending Bottse noch Hellings formele banden hadden met SVS of Suriprofs; dergelijke banden zijn eerst kort na de publicatie van het artikel in Obsession ontstaan. Hellings sprak volgens Damsko slechts als haar vaste sportcommentator en gaf in het interview zijn eigen mening.
Damsko meent dat het niet noodzakelijk was dat in de uitzending wederhoor plaatsvond. Wel heeft zij S. Hasnoe, vice-voorzitter van klaagster, aangeboden in een latere uitzending van het programma te reageren. Deze heeft volgens Damsko tot twee keer toe verstek laten gaan, terwijl op 23 mei 1999 in de uitzending met De Miranda is gesproken en deze slechts weinig tot niets wilde zeggen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Salto produceert zelf geen programma's, maar stelt haar zendmachtiging ter beschikking voor de doorgifte van programma's van derden. Het handelen van Salto is derhalve geen journalistieke gedraging als bedoeld in de statuten van de Raad, zodat de klacht tegen haar niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Waar het de klacht tegen Damsko betreft dient voorop te staan dat klaagster met het artikel in het Parool als eerste de publiciteit heeft gezocht, althans voor haar standpunt een podium heeft gekregen. In een dergelijke situatie is acceptabel dat in een ander medium commentaar wordt gevraagd op de betreffende berichtgeving. Daarbij geldt in zijn algemeenheid dat wanneer dergelijk commentaar wordt verschaft door iemand die betrokken is bij een van de desbetreffende partijen, dit als zodanig dient te worden vermeld. Indien Hellings niet alleen de vaste sportcommentator van Damsko was, maar daarnaast formeel of informeel betrokken was bij SVS of Suriprofs, had Bottse die betrokkenheid moeten vermelden. Immers, in een serieus journalistiek programma - dat Bottse zegt te maken - is niet aanvaardbaar dat een persoon in verschillende hoedanigheden optreedt zonder dat daarover duidelijkheid wordt verschaft. Dit geldt hier temeer gegeven de eenzijdige benadering van het door Hellings gegeven commentaar.

Klaagster heeft gesteld dat Hellings ten tijde van het interview betrokken was bij "het andere kamp". Nu dit ter zitting door Hellings is ontkend en klaagster haar stelling niet nader heeft onderbouwd, heeft de Raad niet kunnen vaststellen dat Hellings ten tijde van het interview betrokken was bij een van de partijen en moet het ervoor worden gehouden dat Hellings optrad als onafhankelijk commentator. Het handelen van Bottse en de wijze waarop hij Hellings aan het woord heeft gelaten, dienen dan ook in dit licht te worden getoetst. Mede nu het interview een reactie was op het daags voordien in het Parool verschenen artikel en gegeven het feit dat klaagster in de gelegenheid is gesteld in een latere uitzending van het programma haar commentaar te geven, zijn de inhoud en de opzet van het gewraakte interview weliswaar eenzijdig, maar niet onaanvaardbaar. Ditzelfde geldt waar het het artikel in Obsession betreft.

BESLISSING

De Raad verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht tegen Salto en acht de klacht voor het overige ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene Damsko aan deze uitspraak aandacht te besteden in het door haar verzorgde radioprogramma en/of het tijdschrift Obsession.

Aldus vastgesteld door de Raad op 14 september 1999 door mr. D. Allewijn, voorzitter,
mr. V. Keur, J.A. Koerts, drs. P. Sijpersma en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 1999-60