1999/6 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Stichting Visie

tegen

B. Scholtens en De Volkskrant;
E. Smulders en De Journalist

Bij klaagschrift van 21 augustus 1998 met zes bijlagen heeft de stichting Visie (klaagster) een klacht ingediend tegen zowel B. Scholtens en De Volkskrant alsook tegen E. Smulders en De Journalist. Stichting Visie heeft hier op 12 september 1998 nog een nader memo aan toegevoegd. B. Scholtens en De Volkskrant hebben op de klacht gereageerd bij brief van 28 september 1998. E. Smulders heeft op de klacht gereageerd in een brief van 23 september 1998 met vijf bijlagen. P. Hagen, hoofdredacteur van De Journalist, heeft gereageerd in een brief van 9 oktober 1998.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 december 1998. Betrokkenen zijn allen verschenen. Klaagster is niet verschenen, maar heeft wel een nadere schriftelijke uiteenzetting aan de Raad doen overleggen, die voorafgaand aan de zitting door de Raad is gelezen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Op 28 maart 1998 heeft het NOS-Journaal aandacht besteed aan een Zweeds onderzoek naar de ontlasting van 15 personen die ten tijde van de Bijlmerramp ter plaatse waren geweest. In hun ontlasting waren verhoogde concentraties uranium aangetroffen, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat bij de ramp veel meer verarmd uranium was vrijgekomen dan totnogtoe werd aangenomen. Op 1 april 1998 verscheen in De Volkskrant een artikel van de hand van B. Scholtens, waarin twee wetenschappers worden geciteerd die de uraniumconcentratie in de ontlasting normaal en geenszins zorgwekkend achten. Ook is in het artikel beschreven dat de opdrachtgever voor het Zweedse onderzoek, klaagster, de resultaten uit de controlegroep heeft gemanipuleerd. Klaagster heeft op dit artikel op geen enkele wijze gereageerd.

In De Journalist van 3 juli 1998 is onder de kop "Er wordt meer met cijfers gerommeld dan wij denken" een artikel van E. Smulders, co├Ârdinator postdoctorale opleiding journalistiek, verschenen. In dit artikel worden journalisten ervoor gewaarschuwd dat zij zich niet te snel moeten laten imponeren door getallen, maar deze kritisch moeten natrekken en in het juiste perspectief moeten plaatsen. In het artikel wordt de berichtgeving door het NOS-Journaal over het Zweedse onderzoek als voorbeeld aangehaald en bekritiseerd. Daarbij wordt ook B. Scholtens geciteerd, die erop wijst dat het NOS-Journaal ten onrechte zich had blind gestaard op getallen zonder deze na te trekken en zonodig aan deskundigen voor te leggen.

Klaagster heeft bij brief van 7 augustus 1998 Scholtens aangesproken op de naar haar mening onjuiste berichtgeving. Zij heeft Scholtens in concept een klaagschrift aan de Raad toegezonden met het verzoek om een persoonlijk onderhoud. Scholtens heeft in een zeer korte brief van 13 augustus 1998 dit verzoek afgewezen. Nadien heeft klaagster zich ook tot de hoofdredacteuren van de Volkskrant en De Journalist gewend. De Volkskrant heeft klaagster laten weten geen reden te zien voor een gesprek met haar. De Journalist heeft op 24 juli 1998 een ingezonden brief van klaagster geplaatst, waarin klaagster haar mening uiteen heeft gezet. Op 14 augustus 1998 is voorts nog een door klaagster ingezonden cijfermatige correctie op haar eerdere ingezonden brief gepubliceerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt zich op het standpunt dat B. Scholtens opzettelijk haar naam heeft beschadigd in het artikel van 1 april 1998 in de Volkskrant en door hetgeen uit zijn mond is opgetekend in het artikel van 3 juli 1998 in De Journalist. In het Volkskrant-artikel heeft Scholtens volgens klaagster de opmerking van een van haar medewerkers "Ik ben geen betaald wetenschapper" veranderd in "Ik ben geen wetenschapper". Verder vindt de stichting zijn taalgebruik denigrerend.
Het artikel van Smulders geeft naar de mening van klaagster blijk van laakbare onzorgvuldigheid, nu zij niet in de gelegenheid is geweest haar mening op de kwestie te geven. Nu de artikelen zijn gepubliceerd onder verantwoordelijkheid van de Volkskrant en De Journalist richt de klacht zich mede tegen hen. Het handelen van alle betrokkenen is volgens klager in strijd met de journalistieke en maatschappelijke zorgvuldigheid.

Scholtens wijst erop dat met betrekking tot zijn uitspraken in De Journalist niet zijn journalistieke handelen in het geding is. Ten aanzien van het artikel van 1 april 1998 in de Volkskrant merkt Scholtens op dat klaagster destijds in het geheel niet op het artikel heeft gereageerd, zodat de thans daartegen gerichte klacht vragen oproept. Ten aanzien van de inhoud van het artikel stelt Scholtens drie wetenschappers te hebben geraadpleegd die het aangetroffen uraniumgehalte heel normaal vonden. Zijn taalgebruik is volgens Scholtens ingegeven geweest door de zijns inziens merkwaardige wijze waarop de resultaten uit de controlegroep zijn beïnvloed. De opmerking "Ik ben geen wetenschapper" is volgens Scholtens in zijn aantekeningen van het telefoongesprek met de betreffende persoon terug te vinden. Voor een gesprek met klaagster zag hij geen aanleiding.
De Volkskrant heeft zich bij het verweer van Scholtens aangesloten.

Smulders stelt dat zijn artikel niet gaat over klaagster en haar onderzoek, maar over cijfers en hoe journalisten daarmee om (zouden moeten) gaan. Het is geschreven als een bespiegelend en leerzaam bedoeld artikel. Het voorbeeld over de publiciteit rondom het onderzoek in opdracht van klaagster illustreert de spanning tussen nieuwswaarde en de interpretatie van complexe resultaten van wetenschappelijk onderzoek en laat zien hoe (wetenschaps)-journalisten elkaar kunnen corrigeren. Bij het schrijven van dit voorbeeld heeft Smulders naar zijn zeggen gebruik gemaakt van vijf artikelen uit de Volkskrant van verschillende redacteuren, waaronder dat van Scholtens. In het artikel in De Journalist is - ook in de opmerkingen van Scholtens - niets toegevoegd aan de eerdere informatie. In de drie tussenliggende maanden heeft klaagster op geen enkele manier te kennen gegeven het niet eens te zijn met de berichtgeving uit de Volkskrant, zodat Smulders geen reden zag de betreffende publiciteit niet als voorbeeld te kunnen gebruiken in zijn artikel. Tot slot meent Smulders dat klaagster met haar ingezonden brief en de daarop volgende correctie voldoende gelegenheid heeft gehad om recht te zetten wat zij wilde.
De reactie van De Journalist sluit in grote lijnen bij het verweer van Smulders aan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Ten aanzien van Scholtens kan de klacht alleen worden beoordeeld waar het het artikel uit de Volkskrant betreft. Dat hij in het artikel in De Journalist is geciteerd, heeft niet te gelden als journalistiek handelen van Scholtens. Wat het Volkskrant-artikel betreft is de klacht weliswaar uitzonderlijk laat ingediend, maar dat neemt niet weg dat de Raad hierover nog kan oordelen.

De Raad kan niet treden in de meningsverschillen tussen klager en Scholtens omtrent de resultaten van het onderzoek en de waarde die daaraan moet worden gehecht. Het artikel van Scholtens is echter gebaseerd op verschillende bronnen, waarvan twee in het artikel zijn vermeld. Er is geen reden waarom Scholtens dit niet zo had kunnen schrijven.
Ten aanzien van de opmerking "Ik ben geen (betaald) wetenschapper" staan de meningen tegenover elkaar en niet is gebleken of de opmerking feitelijk juist of onjuist is. Echter, ook indien de opmerking niet juist geciteerd is, is het citaat weliswaar onnauwkeurig, maar zou dit nog geen gegrondheid van de klacht opleveren.
Een andere toon in het artikel had voor de hand gelegen, maar de gebruikte toon is niet dusdanig dat deze de grenzen van wat journalistiek aanvaardbaar is, overschrijdt.

Met betrekking tot de klacht tegen Smulders is van belang dat niet gebleken is dat klaagster op enigerlei wijze op het drie maanden eerder in de Volkskrant verschenen artikel heeft gereageerd. Smulders kon dan ook redelijkerwijs ervan uitgaan dat hij het betreffende voorbeeld kon gebruiken in zijn artikel. Voorts heeft klaagster door publicatie van haar ingezonden brief de gelegenheid gekregen haar visie te geven op het artikel en de achtergronden daarvan.

Gelet op het voorgaande meent de Raad dat Scholtens noch Smulders de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Datzelfde geldt dientengevolge de Volkskrant en De Journalist.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen aan deze uitspraak aandacht te besteden in De Volkskrant en De Journalist.

Aldus vastgesteld door de Raad op 25 januari 1999, door prof. mr. W.D.H. Asser, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, mr. G. Dullens, mevrouw A.G. Scherphuis en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 1999-06