1999/59 ongegrond niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.J.W.M. Zeeuwen en T.W.P. Geurts

tegen

Dagblad De Limburger en M. Ubags

Bij brief van 19 februari 1999 met vijf bijlagen heeft A.J.W.M. Zeeuwen mede namens T.W.P. Geurts (klagers) een klacht ingediend tegen Dagblad De Limburger en M. Ubags (betrokkenen). Bij brief van 11 maart 1999 hebben betrokkenen op de klacht gereageerd. In een brief van 27 juni 1999 met vijf bijlagen is door klagers op laatstgenoemde brief gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 juli 1999. Klager Zeeuwen is verschenen, heeft een machtiging van klager Geurts overgelegd en heeft aan de hand van handgeschreven pleitaantekeningen de klacht toegelicht. Betrokkenen zijn niet verschenen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klagers zijn beiden wethouder van de gemeente Kerkrade en lid van de partij Belangen Behartiging Kerkrade (BBK). Geurts is, na een eerdere ziekteperiode in mei/juni 1998, eind 1998 opnieuw ziek geworden. Hij heeft aanvankelijk nog enige tijd geprobeerd door te werken als wethouder en als voorzitter van de carnavalsvereniging Kerkrade-West (KVVKW). Op 9 januari 1999 heeft Geurts in dat verband nog een prinsenproclamatie van KVVKW verzorgd.
In de raadscommissievergadering van 12 januari 1999 van de gemeente Kerkrade heeft Zeeuwen voor de agendapunten uit de portefeuille van Geurts het voorzitterschap waargenomen. Hij heeft de commissie daarbij meegedeeld dat Geurts afwezig was omdat het bijwonen van de vergadering gelet op zijn gezondheidssituatie niet gewenst was.
Op 14 januari 1999 heeft M. Ubags hierover contact opgenomen met Zeeuwen. Deze heeft Ubags desgevraagd meegedeeld dat Geurts ziek was, dat het een combinatie van een persoonlijke tragedie en ziekte betrof en hem gevraagd "geen onverstandige dingen" te doen.

Op 16 januari 1999 is in Dagblad De Limburger een artikel van de hand van Ubags gepubliceerd waarin, onder de kop "Kerkraadse wethouder Geurts kan druk niet aan", onder meer is geschreven dat Geurts in de raadscommissievergadering van 12 januari 1999 afwezig was en naar verwachting van BBK voor enkele maanden uit de roulatie zou zijn.

Op 23 januari 1999 is Geurts aanwezig geweest bij een carnavalsavond in Kerkrade-West. Hij heeft niet als gewoonlijk met het bestuur op het podium gezeten, maar heeft in de zaal plaatsgenomen. Wel droeg hij zijn steek en versierselen. In Dagblad De Limburger van 26 januari 1999 zijn vervolgens opnieuw, naast elkaar, twee artikelen over hem verschenen. Het rechter artikel, met als kop "Zieke wethouder ziet carnaval als therapie", beschrijft dat Geurts in het weekend aanwezig was geweest bij de carnavalsavond. In dit artikel is onder meer vermeld:
"De Kerkraadse wethouder Th. Geurts (BBK), die met ziekteverlof is omdat hij de druk van het politieke werk niet aankan, is dit weekeinde wederom voorop gegaan tijdens een carnavalsavond in Kerkrade-west. De oppositie in Kerkrade heeft grote moeite met dat optreden".
Het linker artikel is een als opinie gepresenteerd stuk met als kop "Status aparte van een wethouder". Hierin wordt door Ubags de vraag aan de orde gesteld hoe lang een wethouder ziek mag zijn in een stad die een grote behoefte heeft aan een krachtig bestuur.
Bij deze artikelen is een foto van Geurts geplaatst welke tijdens de carnavalsavond is gemaakt en waarop hij te zien is met zijn steek en versierselen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen zich op het standpunt dat de artikelen van 26 januari 1999 suggestief en niet-objectief zijn. In het bijzonder wijzen zij daarbij op de hierboven geciteerde passage, die volgens hen onjuist is omdat Geurts niet "voorop is gegaan" en op de inhoud van het opiniërend stuk. De vraag of een zieke wethouder beter kan opstappen gaat voorbij aan de rechtspositie van een wethouder. Klagers menen voorts dat in de berichtgeving alleen fractievoorzitters van oppositiepartijen zijn geciteerd en fractievoorzitters van coalitiepartijen gemakshalve zijn vergeten. Zij stellen dat de privacy van Geurts door de artikelen is geschonden en dat betrokkenen kennelijk de bedoeling hadden hem te beschadigen. Zeeuwen stelt medebelanghebbende bij de klacht te zijn omdat de schade volgens hem afstraalt op de partij, de fractie en zijn eigen positie als wethouder.

Betrokkenen stellen dat in de berichtgeving hoor en wederhoor is toegepast en dat de feiten correct zijn weergegeven. In het opiniestuk staat de mening van de verslaggever centraal, welke mening per definitie subjectief is. Ook lay-out-technisch is volgens betrokkenen direct te zien dat het gaat om een opiniestuk. De privacy van Geurts is naar de mening van betrokkenen niet geschonden. Zij wijzen erop dat hoge bomen veel wind vangen en dat de kwestie in Kerkrade reeds op straat lag. Betrokkenen stellen niet over de persoonlijke achtergronden van Geurts te hebben geschreven, doch slechts vermeld te hebben dat hij ziek is. Tot slot betwisten betrokkenen dat zij de bedoeling hebben gehad Geurts te beschadigen. Zij stellen de vraag voorop of zaken belicht moeten worden of niet. In die afweging worden de gevolgen van een artikel, hoe ernstig die ook kunnen zijn, door betrokkenen van ondergeschikt belang geacht. Zij stellen dat er voldoende reden was voor de gewraakte berichtgeving.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad leest de door Geurts gegeven machtiging aldus dat Zeeuwen de klacht mede namens hem kon indienen en heeft ingediend. Anders dan Geurts, die als belanghebbende kan worden aangemerkt, is Zeeuwen zelf echter geen belanghebbende bij de klacht. Zijn verwijzing naar het partijbelang maakt dit niet anders, nu de partij niet mede als klager optreedt.

Het linker artikel van 26 januari 1999 is naar opmaak en inhoud duidelijk een opiniërend stuk. De hierin centraal gestelde vraag, of een zieke wethouder onder de gegeven omstandigheden niet zou moeten opstappen, is in het kader van een opiniërend stuk een legitieme vraag. Met de rechtspositie van een wethouder heeft dat niet van doen. Met betrekking tot het rechter artikel van 26 januari 1999 heeft de Raad niet kunnen vaststellen dat Geurts tijdens de carnavalsavond voorop is gegaan, wel dat hij in vol ornaat, dat wil zeggen met steek en versierselen, aanwezig was in de zaal. Nu dit nuanceverschil in het artikel is gemist, is in zoverre sprake van een onzorgvuldigheid. De Raad acht deze onzorgvuldigheid echter niet dusdanig ernstig dat de klacht dat het artikel suggestief en niet-objectief is, daarmee gegrond zou zijn. Het is niet juist, als klager stelt, dat over de kwestie uitsluitend de mening van fractievoorzitters van de oppositie is weergegeven. Vermeld is immers dat de coalitie de zieke wethouder steunt en dat zijn eigen partij, de BBK, begrip zegt te hebben voor zijn situatie en laat weten dat Geurts' taken zo lang als nodig door collega's worden overgenomen.

Van schending van de privacy van Geurts is de Raad niet gebleken. In de artikelen is uitsluitend vermeld dat hij ziek is - hetgeen relevant is waar het een wethouder betreft - en is niet op de achtergronden daarvan ingegaan. Evenmin is de Raad gebleken van een kennelijke bedoeling Geurts te beschadigen.

BESLISSING

De Raad verklaart Zeeuwen niet-ontvankelijk in de klacht en acht de klacht, voor zover ingediend namens Geurts, ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen aan deze uitspraak aandacht te besteden in Dagblad De Limburger.

Aldus vastgesteld door de Raad op 14 september 1999 door mr. D. Allewijn, voorzitter,
mr. V. Keur, J.A. Koerts, drs. P. Sijpersma en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 1999-59