1999/56 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

De heer en mevrouw De Jong

tegen

B. Olmer en de Leeuwarder Courant

Bij brief van 12 januari 1999 met één bijlage heeft mr. G.P. Wempe namens de heer en mevrouw De Jong (klagers) een klacht ingediend tegen B. Olmer en de Leeuwarder Courant (betrokkenen). Bij brieven van 9 februari 1999 hebben betrokkenen ieder op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 juli 1999. Klagers zijn verschenen tezamen met mr. Wempe. Namens betrokkenen zijn verschenen B. Olmer en P. Sijpersma. Partijen hebben over en weer aan de hand van pleitnotities de klacht c.q. het verweer toegelicht.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht gaat de Raad uit van de volgende feiten.

In de Leeuwarder Courant van 12 december 1998 is een artikel verschenen van de hand van B. Olmer. Onder de kop "Ongedierte in het spinnenweb" wordt een schets gegeven van de Anjumse moordzaak en van hetgeen zich de afgelopen jaren rond de pensionhoudster te Anjum heeft afgespeeld.

In de inleiding van het artikel is geschreven:
"De vrouw verzamelde ongedierte: een louche houthandelaar in de seksbranche, een psychiatrische patiënt met een strafblad, een alcoholverslaafde overvaller die zijn zoon verwaarloosde, een crimineel met harde knuisten, een jattende matroos en andere onderwereldfiguren."
Ook in het slot van het artikel is de term ongedierte gebruikt voor de personen in de omgeving van de pensionhoudster.

Een van de bedoelde personen, tevens een van de dodelijke slachtoffers van de pensionhoudster is Louw de Jong, zoon van klagers. Hij wordt in het artikel met naam en toenaam genoemd, waarbij onder meer is vermeld dat hij psychiatrisch patiënt was en een strafblad had.

De heer De Jong heeft naar aanleiding van de publicatie contact opgenomen met B. Olmer en heeft hem op de inhoud daarvan aangesproken. Het tussen hen gevoerde telefoongesprek heeft de bezwaren van klagers niet kunnen wegnemen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers zijn van mening dat het gebruik van de term "ongedierte" waar het onder anderen hun zoon betreft, zeer kwetsend en onzorgvuldig is. Met deze term wordt naar de mening van klagers duidelijk gemaakt dat de maatschappij deze mensen beter kwijt dan rijk kan zijn. Voorts stellen klagers zich op het standpunt dat betrokkenen onzorgvuldig hebben gehandeld door informatie over het psychisch beeld en het strafblad van hun zoon te publiceren, waarbij zij vermoeden dat deze informatie afkomstig is uit het vertrouwelijke rechtbankdossier.

Betrokkenen stellen dat het begrip "ongedierte" in overdrachtelijke zin is gebruikt en aansluit bij het metaforisch beeld van de pensionhoudster als een spin in het web. Betrokkenen stellen daarmee geen oordeel over de bedoelde personen te hebben willen geven. De vermelding dat Louw de Jong psychiatrisch patiënt is geweest, is volgens betrokkenen van belang voor een goed begrip van de persoon en het gedrag van Louw de Jong. Mede in de geschetste context dat de pensionhoudster enigszins labiele personen om zich heen verzamelde die ze in haar web kon vangen, betreft dit volgens betrokkenen een journalistiek relevant feit. Dit geldt volgens hen tevens voor de - overigens niet ongebruikelijke - vermelding van het strafblad. Betrokkenen stellen genoemde gegevens uit vrije nieuwsgaring te hebben verkregen, niet uit het rechtbankdossier.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het gebruik van de term "ongedierte" wekt in het algemeen de associatie met uitroeien. Het artikel kan en zal zo zijn gelezen door een brede kring van lezers en is in ieder geval door klagers op die wijze opgevat. Hoewel de indruk bestaat dat betrokkenen een metafoor c.q. journalistieke overdrijving hebben willen gebruiken en het niet hun bedoeling is geweest Louw de Jong als ongedierte te kwalificeren, hadden zij behoren te beseffen dat dit aldus zou (kunnen) worden opgevat. Het gebruik van deze term in de beschreven context is in strijd met hetgeen naar journalistieke maatstaven aanvaardbaar is. Daarbij komt nog dat Louw de Jong in deze kwestie slachtoffer was, geen dader.

Ten aanzien van de vermelding van het psychiatrisch verleden en het strafblad van Louw de Jong is de context waarin deze informatie is gepubliceerd van belang. Gelet op de opzet van het artikel, waarin het beeld geschetst wordt van een pensionhoudster die labiele personen aantrok en in haar web kon vangen, betreft het hier journalistiek relevante feiten. Mede nu betrokkenen ter zitting uitdrukkelijk hebben verklaard deze informatie uit vrije nieuwsgaring te hebben verkregen, - en de Raad niet over gegevens beschikt waaruit het tegendeel zou kunnen blijken - is de gewraakte vermelding in de gegeven context aanvaardbaar.

BESLISSING

De Raad acht de klacht deels gegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen aan deze uitspraak aandacht te besteden in De Leeuwarder Courant.

Aldus vastgesteld door de Raad op 1 september 1999 door mr. D. Allewijn, voorzitter, prof.mr. E.C.M. Jurgens, drs. K.J. van der Zande, H. van Gessel en mw. C.J.E.M. Joosten, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 1999-56