1999/53 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

S.K.A. Brown

tegen

B. van Hout en de eindredactie van de tv-programma's Back Site en Big Entertainment Club

Bij brief van 7 april 1999 met acht bijlagen, gevolgd door brieven van 18 en 25 mei 1999 met bijlagen heeft S.K.A. Brown te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen B. van Hout en de eindredactie van de tv-programma's Back Site en Big Entertainment Club (betrokkene).
Hierop heeft T. de Mol van Juridische Zaken Holland Media Groep (HMG), gereageerd in een brief van 10 juni 1999.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 juli 1999 zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

DE FEITEN

De Raad heeft zich op 26 februari 1998 uitgesproken over een klacht van klager tegen P.R. de Vries. Deze klacht betrof de inzet van verborgen camera's en de uitzending van de daarmee verkregen opnamen door De Vries in een aflevering van diens programma 'Peter R. de Vries, misdaadverslaggever'. Van Hout werkte aan die aflevering mee. De Raad achtte de klacht gegrond.

Back Site is een door John de Mol Producties B.V. in opdracht van HMG voor de zender Veronica geproduceerd televisieprogramma over de schaduwzijde van het internet, gepresenteerd door Van Hout. In de 'leader' van de eerste twee afleveringen van Back Site zijn korte fragmenten vertoond uit de hiervoor bedoelde aflevering van Peter R. de Vries, misdaadverslaggever.
Van Hout heeft in het programma 'Big Entertainment Club' van 22 februari 1999, eveneens uitgezonden door Veronica, reclame gemaakt voor zijn programma 'Back Site'. In dat kader heeft hij over Brown gesproken en hem onder meer "een oliebol" genoemd.
Brown heeft de directie van HMG van zijn ongenoegen over beide programma's op de hoogte gesteld.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Brown klaagt over het opnieuw uitzenden van de met een verborgen camera gemaakte beelden in de 'leader' van Back Site.
Daarnaast heeft hij bezwaar tegen de wijze waarop Van Hout zich over hem heeft uitgelaten in het programma Big Entertainment Club.

HMG kwalificeert de uitzending van de gewraakte fragmenten in het programma Back Site als een ongelukkige samenloop van omstandigheden in de communicatie met de producent van het programma. Aangezien met Brown een schikking is getroffen, inhoudende dat de 'leader' is aangepast, afstand is genomen van de uitspraken van Van Hout en ter finale kwijting een bedrag van NLG 10.000 aan Brown is betaald, heeft deze geen rechtstreeks belang meer bij een oordeel van de Raad, aldus HMG. Van Hout heeft niet gereageerd op de klacht.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Brown heeft de stellingen van HMG omtrent de door haar met Brown getroffen schikking onweersproken gelaten, zodat van de juistheid van die stellingen kan worden uitgegaan. De strekking van deze schikking - kort gezegd: het ter vermijding van procedures een streep zetten onder "de zaak Back Site en Big Entertainment Club" - leidt er op zichzelf reeds toe dat de klacht dient te worden afgewezen.
Voorzover ervan zou moeten worden uitgegaan dat de schikking niet mede betrekking heeft op de wijze waarop Van Hout zich over hem heeft uitgelaten, oordeelt de Raad nog dat met het kwalificeren van klager als "oliebol" niet de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van de programma's Back Site en Big Entertaiment.

Aldus vastgesteld door de Raad op 30 augustus 1999 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mr. D.T. Dalmolen, prof. drs. E. van Thijn, J.M.P.J. Verstegen en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-53