1999/51 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

D.W. Jager

tegen

de hoofdredacteur van De Postiljon

Bij brief van 22 maart 1999 met één bijlage heeft D.W. Jager te Bergambacht (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Postiljon (betrokkene).
Hierop heeft E. Gortworst, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 2 april 1999. Naar aanleiding hiervan heeft klager op 24 april 1999 een schriftelijke reactie gestuurd. Vervolgens heeft betrokkene nogmaals gereageerd met een brief van 6 mei 1999.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 juli 1999 zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

DE FEITEN

Klager is tot 30 september 1998, gedurende bijna 22 jaar penningmeester geweest van de stichting Spomuza, die actief is bij allerlei evenementen in de gemeente Schoonhoven.
Het huis-aan-huisblad De Postiljon kondigde op 10 maart 1999 onder de kop 'Financiële problemen Spomuza opgelost', een extra vergadering aan van Spomuza, waarop informatie zou worden gegeven over de financiële problemen bij de stichting. Volgens het bericht waren die problemen tijdens de vergadering van 8 oktober 1998 naar buiten gekomen en was de penningmeester tijdens die vergadering op non-actief gezet. De problemen zouden onder andere zijn ontstaan doordat er nog achterstallige schulden betaald moesten worden. De naam van klager werd in het bericht niet genoemd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Volgens Jager is het bericht tendentieus en bevat het feitelijke onjuistheden. Hij stelt al op 30 september 1998 met onmiddellijke ingang ontslag te hebben genomen als penningmeester van Spomuza, vanwege ernstig verschil van inzicht - met met name de voorzitter - over het te voeren beleid ten aanzien van de financiële problemen. Het bestuur heeft hem décharge verleend over de jaren 1996 en 1997. In het verslag van de vergadering van 8 oktober 1998 is niets terug te vinden over een op non-actiefstelling. In het artikel wordt volgens Jager de onjuiste suggestie gewekt dat de problemen zijn ontstaan door het voeren van een ondeugdelijke administratie. Hij had al in een veel eerder stadium de door begrotingsoverschrijding ontstane problemen gesignaleerd, maar daar is door het bestuur geen aandacht aan geschonken. Betrokkene heeft geen enkele moeite gedaan om hoor en wederhoor toe te passen. Jager voelt zich ernstig geschaad in zijn naam en integriteit, aangezien in de kleine gemeente Schoonhoven iedereen weet dat hij die penningmeester was.

Gortworst stelt dat de lokale correspondent de informatie zoals vervat in het bericht heeft verkregen van de voorzitter van Spomuza. Omdat al het een en ander over de kwestie bij de redactie bekend was, zag men geen aanleiding Jager om een reactie te vragen. Over een ondeugdelijke administratie wordt in het bericht niets gezegd. De strekking van het bericht was juist dat de problemen waren opgelost. Er bestond geen reden om dieper op de achtergronden van het conflict tussen Jager en het bestuur in te gaan. Jager heeft een aanbod van Gortworst, om via een ingezonden brief of een nieuw artikel ook zijn visie op de kwestie aan bod te laten komen, afgeslagen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Blijkens de overgelegde stukken is, zoals betrokkene ook zelf op eenvoudige wijze had kunnen nagaan, Jager niet tijdens de vergadering van 8 oktober 1998 als penningmeester van Spomuza op non-actief gesteld, maar heeft hij die functie kort voordien eigener beweging neergelegd. Gezien de diffamerende werking die in het algemeen uitgaat van de mededeling dat een penningmeester op non-actief is gesteld in een vergadering waar financiële problemen naar buiten kwamen, had het op de weg van betrokkene gelegen niet tot publicatie over te gaan voordat Jager de gelegenheid was geboden zich over de gang van zaken rond de beëindiging van zijn penningmeesterschap uit te laten. Voorzover de klacht betrekking heeft op het achterwege laten van wederhoor is zij derhalve gegrond. Voor het overige is de klacht evenwel ongegrond nu in het artikel niet de suggestie te lezen valt dat de financiële problemen van Spomuza hun grond vinden in het voeren van een ondeugdelijke administratie door de penningmeester.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond ten aanzien van het niet toepassen van wederhoor, en ongegrond voor het overige.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Postiljon te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 30 augustus 1999 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mr. D.T. Dalmolen, prof. drs. E. van Thijn, J.M.P.J. Verstegen en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-51