1999/50 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

D. Appeldoorn

tegen

de eindredacteur van het televisieprogramma Ongelooflijke Verhalen (KRO)

Bij brief van 22 maart 1999, gevolgd door een brief met bijlage van 31 maart 1999 heeft D. Appeldoorn te Schiermonnikoog (klager) een klacht ingediend tegen de eindredacteur van het televisieprogramma Ongelooflijke Verhalen, uitgezonden door de KRO (betrokkene).
Hierop heeft R. Bartlema, eindredacteur, gereageerd in een brief van 23 april 1999 met bijlage. Een bandopname van het betreffende programma werd bijgesloten.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 juli 1999 zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

DE FEITEN

Op 9 maart 1999 zond de KRO een aflevering uit van het programma 'Ongelooflijke Verhalen'. In dit programma staat altijd één verhaal centraal dat in de studio wordt verteld door degene(n) die het van nabij heeft (hebben) meegemaakt. Indien op cruciale onderdelen 'derden' -personen of instanties- een bijzondere rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van het verhaal, wordt hun door de redactie gevraagd de opname bij te wonen en ter plekke in gesprek c.q. discussie te gaan met de hoofdgasten en presentator.
De uitzending van 9 maart 1999 ging over een tienjarige jongen uit het Drentse Sleen, die gedurende twee jaar geen basisschool meer bezocht. De ouders van het kind vertelden in de studio hun verhaal. Ook kwamen deskundigen en een gemeenteraadslid van Sleen aan het woord. Er werd een fragment getoond uit een uitzending van Omroep Drente, waarbij het hoofd van de school waarop de jongen het laatst gezeten had, over de kwestie aan het woord kwam.
Klager is oud-burgemeester van Sleen. Volgens de ouders hadden school en gemeentebestuur inadequaat en fout gehandeld bij het aanpakken van de problemen van hun zoon, die op school naar hun zeggen werd gepest. De burgemeester had op basis van een nog vertrouwelijk rapport over de jongen, waarvan de ouders de inhoud niet kenden, laten weten dat hun zoon met ingang van de eerstvolgende schooldag naar een school voor speciaal onderwijs moest. Indien zij daarmee niet instemden zou hij van groep vijf in groep acht worden gezet. Het gemeentebestuur heeft de jongen uiteindelijk van de school verwijderd en hem bovendien de toegang ontzegd tot alle openbare scholen in de gemeente. De klager weigerde in de uitzending commentaar te geven. Van deze weigering en de daaraan ten grondslag liggende motieven werd in het programma melding gemaakt.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Volgens klager werd in de uitzending een zeer eenzijdig beeld gegeven van de problemen rond de tienjarige jongen. De uitspraken van de ouders werden door de wijze van presentatie als feiten beleefd. De rol van de ouders bij het geheel bleef onderbelicht terwijl de gemeente, en in het bijzonder hijzelf, als een machtswellustige overheid werd afgeschilderd, die de zwakken in de samenleving vertrapt. Een deskundige met een afwijkende mening kwam niet in de uitzending voor. De reden die klager had opgegeven om niet aan de uitzending mee te werken is volgens hem onvolledig weergegeven: het betrof een zaak waarover hij, nu hij geen burgemeester meer was van Sleen (thans gemeente Coevorden), niet meer bestuurlijk aanspreekbaar was en bovendien achtte hij het in strijd met het belang van de ouders en het kind indien hij de vertrouwelijkheid, waaraan hij zich altijd had gehouden, zou moeten opheffen.

Betrokkene meent dat in principe niet moet worden afgezien van het brengen van een naar het oordeel van de redactie 'ongelooflijk verhaal' als de 'andere kant' de medewerking aan het programma weigert. In die gevallen wordt altijd expliciet gemeld waarom de om nadere uitleg gevraagde partij zich van commentaar wenst te onthouden.
De eenzijdige indruk die de gewraakte uitzending op klager heeft gemaakt is volgens betrokkene voor een belangrijk deel het gevolg van het feit dat noch bij de school, noch bij het bevoegd gezag en klager zelf de bereidheid bestond om op de zaak te reageren. Bij zijn weigering om aan de uitzending mee te werken heeft klager het argument van de vertrouwelijkheid niet genoemd. Hij heeft uitsluitend gezegd dat hij niet wilde reageren omdat hij geen burgemeester meer was van Sleen. Dit argument is in de uitzending medegedeeld. De programmamaker heeft zich volgens betrokkene optimaal over de kwestie geïnformeerd en heeft zich uitvoerig gedocumenteerd ten einde een juiste feitelijke weergave van het gebeurde te geven.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Anders dan klager heeft aangevoerd zijn de redenen waarom hij niet wilde deelnemen aan de aflevering van "Ongelooflijke Verhalen" waarover het hier gaat, in de uitzending niet onvolledig vermeld. Betrokkene heeft een transcript overgelegd van het destijds bij de voorbereiding van de uitzending door de redactie met klager gevoerde telefoongesprek. De Raad ziet geen reden te twijfelen aan de juistheid van dat transcript. Daaruit blijkt niet dat klager, zoals hij thans stelt, als grond voor zijn weigering om aan het programma mee te werken ook heeft opgegeven dat hij dan de vertrouwelijkheid, waaraan hij zich altijd had gehouden, zou moeten opheffen hetgeen in strijd met het belang van het kind en zijn ouders zou zijn.

Naar het oordeel van de Raad kan niet worden gezegd, dat de makers van het programma de omstandigheid dat zij voor het schetsen van een zo volledig en verantwoord mogelijk beeld geen gebruik konden maken van informatie en overwegingen van de kant van klager, niet naar behoren hebben weten te compenseren. De overgenomen beelden van Omroep Drente, het commentaar van het in de studio aanwezige (oud-) gemeenteraadslid, de citaten uit de brief van de gemeente waarin wordt meegedeeld dat en waarom de jongen van school wordt verwijderd, en de aandacht voor de strafrechtelijke veroordeling van de ouders wegens - naar de Raad begrijpt - mishandeling van het schoolhoofd maken alles bijeen voldoende duidelijk dat het verhaal van de ouders, hoezeer daarop in de uitzending ook het accent is komen te liggen, ook een "andere kant" heeft.

Dit in aanmerking nemend kan niet worden gezegd dat de grenzen van hetgeen, gelet op de eisen van journalistiek verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is, zijn overschreden.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het programma Ongelooflijke Verhalen.

Aldus vastgesteld door de Raad op 30 augustus 1999 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mr. D.T. Dalmolen, prof. drs. E. van Thijn, J.M.P.J. Verstegen en drs. K.J. van der Zande, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-50