1999/46 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M.F.A. van Diesssen

tegen

B. Brummelhuis, hoofdredacteur van het Brabants Dagblad

Bij brief van 28 december 1998 met zes bijlagen heeft mr. G.J. Kemper namens drs. M.F.A. van Diessen, wethouder van de gemeente Tilburg (klager) een klacht ingediend tegen B. Brummelhuis, hoofdredacteur van het Brabants Dagblad (betrokkene).
Hierop heeft mr. K.T.W.H. van den Dungen, advocaat te Tilburg, namens betrokkene gereageerd in een brief van 11 februari 1999.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 juni 1999 in aanwezigheid van partijen en hun advocaten.

Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad hebben partijen desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op zondag 19 juli 1998 vond een incident plaats op de Tilburgse kermis. De opbouwconstructie van de 'Speedy', een installatie waarmee bezoekers met hoge snelheid in de rondte worden gedraaid, raakte ontzet. Voorafgaand aan de opening van de kermis had het Liftinstituut alle attracties in opdracht van de gemeente technisch gekeurd. De projectleider van de kermis was op vrijdag 17 juli 1998 door de inspecteur van het Liftinstituut van diens bevindingen op de hoogte gesteld. De schriftelijke rapportage van het Liftinstituut volgde op 21 juli 1998 en bevatte een aantal aanbevelingen. Ten aanzien van de 'Speedy' werd opgemerkt: 'Het stophout onder de installatie moet "plat" worden aangebracht. Dit moet vóór het open gaan van de kermis worden uitgevoerd'. Het rapport sloot af met onder meer de passage: 'Bovenstaande opmerkingen zijn ter plaatse aan de exploitanten medegedeeld en vormen geen aanleiding tot het niet in bedrijf stellen van de attractie'.
Naar aanleiding van het incident met de 'Speedy' verscheen in de periode 20 tot en met 24 juli 1998 een serie artikelen in het Brabants Dagblad, waaronder op 23 juli 1998 een hoofdredactioneel commentaar. Dit commentaar, met de kop 'Onbetrouwbaar' bevat de volgende voor de klacht relevante passages:
- (........) is het uiterst laakbaar dat wethouder Van Diessen van de gemeente Tilburg, verantwoordelijk voor de kermis, nagelaten heeft in te grijpen toen een van de attracties vrijdag is afgekeurd.
- Een ander argument dat de wethouder in stelling brengt, is dat de keurende instantie niet heeft geadviseerd de attractie te sluiten. Afgezien van de vraag of dat tot de taken behoort van die instantie, is er gerede twijfel aan het waarheidsgehalte van die mededeling.
- Een overheid die eerst stelt dat de attractie is goedgekeurd en nadien moet toegeven dat de attractie was afgekeurd; een overheid die een dag later zegt niet te zijn ingelicht en vervolgens weer moet toegeven dat ook dat niet klopt, komt niet betrouwbaar over.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Volgens klager is de in het commentaar tot uitdrukking gebrachte veronderstelling, dat hij op vrijdag 17 juli persoonlijk op de hoogte was van alle aspecten van de keuring van de attractie door het Liftinstituut en persoonlijk heeft besloten niet in actie te komen, onjuist. Hij vernam pas na het ongeval, op zondagavond, van de bevindingen van het Liftinstituut, dat overigens niet had geadviseerd om de 'Speedy' te sluiten. Dat bepaalde werkzaamheden volgens het rapport van het Liftinstituut vóór aanvang van de kermis uitgevoerd moesten worden betekent niet dat de attractie was afgekeurd. Het Liftinstituut heeft geen enkele bevoegdheid om de attracties af te keuren. De beschuldiging dat klager hierover onwaarheid heeft gesproken en de conclusie dat hij onbetrouwbaar is, wordt niet door enig feit gesteund. Van enige herroeping van eerdere informatie door klager is volgens hem geen sprake geweest.

Betrokkene stelt dat het hier een 'commentaar' betreft, dat een waardeoordeel bevat over het feitencomplex, zoals dat zich in de optiek van de hoofdredacteur heeft voorgedaan. De feitelijke berichtgeving over de zaak in eerdere artikelen in het Brabants Dagblad, waarbij overigens volop recht werd gedaan aan het beginsel van hoor en wederhoor, wordt door klager niet ter discussie gesteld. Klager is bestuurder is en het is de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de krant is om de wijze waarop bestuurders met misstanden omgaan aan de kaak te stellen. Als wethouder is klager politiek verantwoordelijk voor daden van zijn ambtenaren, ook als hij niet van alle feiten en omstandigheden op de hoogte was. De gemeentelijke woordvoerder heeft volgens betrokkene de pers onjuist en onvolledig geïnformeerd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Hoewel geen sprake is van een feitelijk verslag, is het hoofdredactioneel commentaar gebaseerd op feiten. Door de feitelijke gegevens op een eigen wijze te interpreteren komt betrokkene tot kwalificaties als 'laakbaar', onbetrouwbaar' en 'gerede twijfel aan het waarheidsgehalte.'
De feiten, zoals hiervoor weergegeven, bieden evenwel geen grondslag voor het trekken van dergelijke conclusies, zodat daarover terecht wordt geklaagd.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Brabants Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 29 juli 1999 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mr. M.M.P.M. Kreyns, drs. P. Sijpersma, K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-46