1999/41 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

H. Blommaert (sQueeze)

Bij brief van 17 december 1998 met 1 bijlage, aangevuld bij brief van 2 februari 1999 met 1 bijlage, heeft mr. M.N.R. Nasrullah, advocaat te Rotterdam, namens de heer X te Y (klager) een klacht ingediend tegen de - voormalig - hoofdredacteur van sQueeze, de heer H. Blommaert (betrokkene).
Hierop heeft Blommaert gereageerd in een brief van 9 maart 1999 met 1 bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 juni 1999. Klager is verschenen en werd bijgestaan door zijn advocaat. Betrokkene is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Begin juni 1998 heeft betrokkene een oproep in de Volkskrant geplaatst waarin hij aan homoseksuele mannen vraagt te reageren indien zij met hem willen praten over hun liefdesleven. Klager heeft op deze oproep gereageerd, waarna betrokkene klager heeft geïnterviewd. Dit interview, dat op band is opgenomen, is door betrokkene gepubliceerd in het tijdschrift sQueeze van augustus/september 1998 als onderdeel van een artikel dat in de inhoudsopgave wordt aangeduid als "Sex! Variaties op een thema". De kop van het artikel luidt "Sex, lust en liefde", waarbij als introductie is opgenomen: "Er zijn talloze manieren om je relationele en sexleven vorm te geven. Iedereen heeft zo z'n eigen wensen, fantasieën en verlangens. Iedereen heeft z'n eigen stijl. Sex met z'n zessen bijvoorbeeld. Of met de klusjesman.".
In dit artikel zijn vier interviews opgenomen met homoseksuele mannen die vertellen over hun seks- en liefdesleven. Het interview van klager is opgenomen onder de subkop "Een late coming-out". Klager heeft in zijn interview uitvoerig verteld over onder meer de relatie met zijn jongere vriend in Thailand. Klager wordt over deze vriend onder meer aldus geciteerd: "Hij heeft vervolgens een tijdje vastgezeten in Thailand, omdat hij daar illegaal was. Ik heb hem vrijgekocht..." en "We hebben toen besloten dat hij naar Nederland komt".
In het artikel zijn de naam en leeftijd van klager veranderd en is zijn woonplaats weggelaten. Partijen kwamen overeen dat betrokkene het op klager betrekking hebbende deel van het artikel vooraf aan klager zou toezenden.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij van betrokkene had begrepen dat het interview deel zou uitmaken van een artikel over bijzondere homoseksuele relaties. Het interview is volgens klager echter geplaatst in een context die van overwegend seksuele aard is.

Afgesproken was volgens klager dat betrokkene het uitgeschreven interview voorafgaand aan de publicatie ervan aan hem zou toezenden voor het inbrengen van eventuele correcties en/of aanpassingen en het accorderen van de tekst. Alhoewel hij na het interview nog telefonisch contact heeft opgenomen met betrokkene om te informeren wanneer deze hem het concept zou verzenden, heeft klager de concepttekst niet ontvangen.

Voorts betoogt klager dat in de publicatie ten onrechte details zijn verwerkt, waardoor hij dan wel zijn vriend herkenbaar zijn. Een en ander heeft volgens hem tot gevolg dat zijn belangen en die van zijn vriend worden geschaad, doordat het artikel de mogelijke toelating van de vriend in Nederland zou kunnen bemoeilijken. Betrokkene heeft volgens klager aldus onzorgvuldig gehandeld.

Volgens betrokkene heeft hij klager duidelijk gemaakt dat het interview een onderdeel zou vormen van een artikel over opmerkelijke seks- en liefdeslevens. Met name was betrokkene geïnteresseerd in de relatie van klager met zijn vriend.
Hij stelt dat hij de tekst van het interview wel degelijk voorafgaand aan de publicatie ervan aan klager heeft toegezonden, doch uitsluitend ter controle op feitelijke onjuistheden. Aangezien betrokkene hierop niets van klager vernam, heeft hij enkele malen geprobeerd klager telefonisch te bereiken. Dat is niet gelukt.
Betrokkene wijst er op dat klager eigener beweging op zijn oproep heeft gereageerd en uitgebreid over de relatie met zijn vriend heeft verteld, terwijl klager wist dat het gesprek werd opgenomen. Hij betoogt dat klager, als hij bepaalde details niet gepubliceerd had willen zien, deze uit zijn verhaal had kunnen weglaten dan wel betrokkene had kunnen verzoeken deze details niet in het artikel op te nemen. Dat is niet gebeurd. Bovendien heeft betrokkene klager onherkenbaar gemaakt in het artikel.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Niet is vast komen te staan dat de afspraak tussen partijen met betrekking tot de inzage vooraf van de tekst van het interview meer behelsde dan een controle op feitelijke onjuistheden. Gesteld noch gebleken is dat de tekst feitelijke onjuistheden bevat. Aangezien betrokkene de tekst voldoende heeft geanonimiseerd, kan voorts niet worden aangenomen dat de belangen van klager door de publicatie zijn geschaad. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat klager de mogelijke risico's van publicatie van het interview voor zijn vriend heeft kunnen voorzien en kennelijk heeft aanvaard.
Betrokkene heeft gesteld dat hij de tekst van het interview, voorafgaand aan de publicatie ervan, aan klager heeft toegezonden, doch klager betwist dat hij de tekst heeft ontvangen.
Alhoewel betrokkene, naar hij stelt, heeft gepoogd klager telefonisch te benaderen had hij meer kunnen ondernemen om klager voorafgaand aan de publicatie te bereiken. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen dat klager betrokkene na het interview telefonisch heeft geattendeerd op het nakomen van de afspraak tot inzage van de tekst.
De Raad is van oordeel dat dit bezwaar echter in dit geval, gelet op de inhoud van de publicatie en de daartegen ingebrachte bezwaren, onvoldoende grond oplevert voor de conclusie dat betrokkene in strijd met zijn journalistieke verantwoordelijkheid heeft gehandeld door tot publicatie over te gaan, zonder een reactie van klager te hebben afgewacht.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in sQueeze te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 20 juli 1999 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, drs. G.H.J.M. Bueters, M.J. Kes, mw. mr. W. Sorgdrager, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-41