1999/36 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistie
inzake de klacht van

Ir. O.J.J. Broenink

tegen

J. Medendorp en De Roskam

Bij brief van 3 februari 1999 met vijf bijlagen heeft Ir. O.J.J. Broenink (klager) een klacht ingediend tegen J. Medendorp en De Roskam (betrokkenen). Bij brief van 24 februari 1999 heeft J. Medendorp op de klacht gereageerd. In een brief van 23 maart 1999 met één bijlage heeft klager op laatstgenoemde brief gereageerd.

De zaak is buiten aanwezigheid van partijen behandeld ter zitting van de Raad van 21 mei 1999.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klager heeft op 21 december 1998, na daartoe te zijn uitgenodigd, meegewerkt aan de televisie-uitzending van het maandelijkse discussieprogramma "Het Nijenhuis" van TV Oost. Discussieleider van dit programma is J. Medendorp. De uitzending van 21 december 1998 was gewijd aan het onderwerp asielzoekers. Klager is woordvoerder van het Comité "Behoud van Havezathe Heeckeren" te Goor, een comité dat rond die tijd probeerde te voorkomen dat in genoemde havezathe meer dan 40 asielzoekers zouden worden gehuisvest.

Medio januari 1999 heeft J. Medendorp in zijn column "Moordkuil" in het blad De Roskam aandacht besteed aan de discussie van 21 december 1998. In dit artikel heeft hij klager, die niet bij name is genoemd maar als "een Goorse actievoerder" is opgevoerd, aangeduid als "die pleuris-fascist" en "die Goorse gladjanus".

Naar aanleiding van de column is op 27 januari 1999 in "Het nieuws van de Week", een weekblad voor Goor en omstreken, een stukje verschenen onder de kop "Journalist hekelt comitélid". Naar aanleiding daarvan is in de uitzending van 30 januari 1999 van Radio Reggestad, een locale radio-omroep, aandacht aan de kwestie besteed en is J. Medendorp telefonisch in de uitzending gekomen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager meent dat de opmerkingen in de column van J. Medendorp in strijd zijn met hetgeen naar journalistieke maatstaven aanvaardbaar is. Er was zijns inziens geen enkele aanleiding voor de gebruikte termen, terwijl in het bijzonder de benaming "pleuris-fascist" - mede gelet op de geschiedenis van zijn familie tijdens de Tweede Wereldoorlog - voor klager onaanvaardbaar is.

Betrokkenen beroepen zich op het feit dat het hier een column betreft waarin J. Medendorp zaken, personen en/of actualiteiten tot in het absurde bekritiseert. Zij stellen dat de column slechts deels betrekking heeft op klager. De reden dat klager in de gewraakte column is verwerkt was volgens betrokkenen dat klager voor en na de opnames voor de tv-uitzending van 21 december 1999 een metamorfose onderging en dat eerst na de uitzending duidelijk werd dat klager in het geheel geen asielzoekers in de Havezathe gehuisvest wilde zien. De term "pleuris-fascist" in de column was niet alleen als ordinair scheldwoord bedoeld, maar ook in de werkelijke betekenis van het woord, aldus betrokkenen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Ook de vrijheid van een columnist heeft haar grenzen. "Pleuris-fascist" is een scheldwoord met een bijzondere lading, zeker wanneer dat, zoals hier, wordt gebruikt in het kader van een discussie over de huisvesting van asielzoekers: de aldus aangeduide persoon wordt gebrandmerkt als iemand die in dat verband standpunten huldigt welke vergelijkbaar zijn met de door vijandigheid, intimidatie en onderdrukking gekenmerkte houding die fascistische regimes plegen aan te nemen ten opzichte van hun onwelgevallige bevolkingsgroepen. Een dergelijk ernstig en verregaand verwijt vereist meer onderbouwing dan in de hier aan de orde zijnde column te vinden is en kan niet worden gerechtvaardigd door erop te wijzen dat Medendorp zaken, personen en/of actualiteiten tot in het absurde pleegt te bekritiseren. Van belang is voorts dat degene die hier als "pleuris-fascist" wordt aangeduid niet behoort tot de groep der "publieke persoonlijkheden", bij wie een zekere gewenning aan de ruwe en op de persoon gerichte wijze waarop sommigen het debat over dit soort kwesties voeren verondersteld mag worden. Een en ander leidt de Raad tot het oordeel dat de aanduiding "pleuris-fascist" ten opzichte van klager onnodig grievend is en dat betrokkene door het gebruik van die aanduiding in dit geval de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen aan deze uitspraak aandacht te besteden in De Roskam.

Aldus vastgesteld door de Raad op 9 juli 1999, door mr. J.B. Fleers, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, M.J. Kes, prof. drs. E. van Thijn en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 1999-36