1999/35 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Vereniging Studiegroep Sado-Masochisme

tegen

BN/De Stem

Bij brief van 31 januari 1999 met twee bijlagen heeft de Vereniging Studiegroep Sado-Masochisme (klaagster) een klacht ingediend tegen BN/De Stem (betrokkene). In een brief van 19 maart 1999 heeft B. Rogmans, hoofdredacteur van betrokkene, op de klacht gereageerd. Klaagster heeft bij brief van 31 maart 1999 nader gereageerd.

De zaak is buiten aanwezigheid van partijen behandeld ter zitting van de Raad van 21 mei 1999.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

In BN/De Stem van 12 januari 1999 is een artikel verschenen over sado-masochisme, welk artikel vrijwel geheel bestaat uit een interview met een zekere Henri, beoefenaar van sado-masochisme en lid van klaagster. In het artikel, waaraan klaagster haar medewerking heeft verleend, wordt klaagster ook genoemd. Aan het slot van het artikel komt aan de orde dat Henri enkele jaren geleden een keer is opgepakt op verdenking van pedofilie, overigens zonder dat dat tot vervolging heeft geleid.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster kan zich vinden in het artikel en de weergave van het daartoe met Henri gehouden interview. Zij acht het echter onjuist dat in het artikel zowel haar vereniging alsook pedofilie zijn genoemd, omdat de lezer dientengevolge ten onrechte een verband zou kunnen leggen tussen sado-masochisme en pedofilie. Klaagster meent voorts dat het plaatsen van het artikel indruist tegen een met de journalist gemaakte afspraak dat het artikel alleen na inzage en accordering door haar zou worden gepubliceerd. Na inzage van het artikel heeft klaagster gevraagd de naam van haar vereniging uit het artikel weg te laten, hetgeen niet is gebeurd.

Betrokkene is van mening dat uitsluitend is afgesproken dat klaagster inzage in het artikel zou krijgen, niet dat zij - afgezien van eventuele correctie van feitelijke onjuistheden - ook wijzigingen in het artikel zou kunnen aanbrengen. Voorts stelt zij dat het feit dat Henri sado-masochisme en pedofilie in zich verenigt, een - door Henri goedgekeurde - weergave is van diens verhaal. Klaagster staat daar volgens betrokkene buiten.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad acht het in zijn algemeenheid wenselijk dat afspraken zoals die waarop klaagster zich beroept duidelijk worden vastgelegd - bij voorkeur door de publicerende instantie - teneinde het ontstaan van misverstand over de inhoud en strekking daarvan te voorkomen. Een afspraak tot het verlenen van inzage vooraf dient in de regel tot herstel van eventuele feitelijke onjuistheden, maar verschaft - anders dan klaagster wellicht veronderstelt - niet het recht wijzigingen van andere aard in de tekst aan te brengen, tenzij anders is overeengekomen. Betrokkene erkent dat inzage is afgesproken, maar van een meer omvattende afspraak is de Raad niet gebleken, zodat bij de beoordeling van de klacht niet ervan kan worden uitgegaan dat aan klaagster de, ongebruikelijke en ook daarom weinig voor de hand liggende, toezegging is gedaan dat zij wijzigingen van tekstinhoudelijke aard in de tekst van het artikel zou mogen aanbrengen.

Ook de klacht met betrekking tot de inhoud van het artikel moet worden verworpen. De door de geïnterviewde gemaakte opmerkingen over pedofilie betreffen naar duidelijk blijkt alleen diens eigen ervaringen. Enig meer algemeen verband tussen sado-masochisme en pedofilie wordt in het artikel niet gelegd. Het enkele noemen van de naam van klaagster is daartoe onvoldoende.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene aan deze uitspraak aandacht te besteden in BN/De Stem.

Aldus vastgesteld door de Raad op 9 juli 1999, door mr. J.B. Fleers, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, M.J. Kes, prof. drs. E. van Thijn en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 1999-35