1999/34 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

G. Engelgeer

tegen

B. de Beaufort en de hoofdredacteur van Quote

Bij brief van 22 februari 1999 met 9 bijlagen heeft mr. G. Engelgeer, advocaat te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen B. de Beaufort en de hoofdredacteur van het tijdschrift Quote (betrokkenen).
Hierop heeft de heer B. de Beaufort gereageerd in een brief ontvangen op 18 maart 1999 en de heer J. Kelder, hoofdredacteur, in een brief van 6 april 1999.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 16 april 1999 zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klager is advocaat, gespecialiseerd in letselschadeclaims. Het blad Quote publiceerde in het februari-nummer 1999 een interview van Binnert de Beaufort met mevrouw mr. J. Meyst-Michels, advocate te Rotterdam en voorzitter van de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA), onder de kop 'No cure, pay a lot'. De geïnterviewde advocate was geen voorstander van het beginsel 'no cure, no pay', waarbij een cliënt zijn advocaat slechts hoeft te betalen als de zaak succesvol wordt afgesloten. De laatste alinea van het artikel luidt als volgt:
De grootste luis in de pels van de letselschade-advocatuur was Gerrit Engelgeer, oprichter van Letselschade Groep Nederland (LGN). De LGN zocht voor patiënten advocaten op no cure no pay-basis, maar de krenten in de pap gingen naar Engelgeer zelf. Deze kreeg dus een percentage van de LGN en zijn kosten werden door de verzekeraar van het ziekenhuis vergoed. Dit was in strijd met de regels van de orde van advocaten. Advocaten zelf mogen immers niet op no cure no pay-basis werken. Formeel heeft Engelgeer zich uit de LGN teruggetrokken. Er bestaat echter een groot vermoeden dat hij nog steeds veel zaken van de LGN krijgt toegewezen. 'Een dekmantel', meent Meyst, maar vooralsnog hebben bedrijfjes als Euroclaim en de LGN weinig te vrezen. 'Hoe zou je immers dit soort bureautjes en tussenpersonen kunnen verbieden?'

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat mevrouw Meyst zich nooit over hem heeft uitgelaten als 'luis in de pels van de letselschade-advocatuur'. Zij heeft in een door klager aanhangig gemaakte klachtprocedure bij de Orde van Advocaten ontkend deze woorden te hebben gebezigd. Voor zover die uitdrukking afkomstig is van De Beaufort, vraagt hij zich af met welk recht deze dit over hem zegt. De Beaufort heeft nagelaten klager in de gelegenheid te stellen enig weerwoord te bieden. De gewraakte passage zou bovendien onjuiste informatie over klager bevatten. Klager stelt daardoor in zijn goede naam te zijn geschaad.

Volgens betrokkenen is de uitspraak 'de grootste luis in de pels van de letselschade-advocatuur' inderdaad afkomstig van De Beaufort, niet van mevrouw Meyst. Mevrouw Meyst is overigens niet de enige persoon geweest die zij voor het artikel hebben geconsulteerd. Betrokkenen willen hun bronnen echter niet onthullen. De Beaufort heeft op 22 oktober 1998 telefonisch contact gezocht met klager om diens mening te vernemen over de LGN, 'no cure no pay' en de letselschadepraktijk in het algemeen. De secretaresse van klager liet weten dat klager geen behoefte had om met hem van gedachte te wisselen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad gaat ervan uit dat, zoals betrokkenen stellen en klager niet betwist, de omschrijving van klager als 'de grootste luis in de pels van de letselschadeadvocatuur' afkomstig is van De Beaufort. De uitdrukking 'luis in de pels' heeft niet die negatieve lading die klager kennelijk voor ogen staat. In het algemeen wordt daarmee immers slechts tot uitdrukking gebracht dat iemand in bepaalde kringen als lastig wordt ervaren. Dit in aanmerking genomen kan klager, die naar mag worden aangenomen als - zoals hij zelf in zijn klacht ook benadrukt - verklaard tegenstander en bestrijder van het nog steeds voor zijn beroepsgroep geldende verbod van 'no cure no pay' in kringen van (letselschade)advocaten als lastig zal gelden, zich niet erover beklagen dat hij met betrekking tot dit artikel belichte onderwerp als 'luis in de pels' wordt bestempeld.
Voor zover de klacht inhoudt dat de onder de feiten aangehaalde passage onjuistheden bevat, moet worden vastgesteld dat klager heeft nagelaten met de ook in een klachtprocedure als deze vereiste duidelijkheid aan te geven waarin die onjuistheden zouden zijn gelegen. Reeds om deze reden kan de klacht ook op dit punt niet slagen.
Het verwijt ten slotte dat betrokkenen de regel van hoor en wederhoor zouden hebben geschonden, althans aan klager niet de gelegenheid hebben willen bieden tot weerwoord treft evenmin doel nu klager niet heeft betwist dat De Beaufort, zoals deze schrijft in zijn brief van 8 februari 1999, voor publicatie aan klager heeft laten weten met hem van gedachten te willen wisselen over de vermoedens die in verband met de LGN over klager in het artikel worden geuit, maar dat klager toen via zijn secretaresse heeft laten weten geen enkele behoefte te hebben om over dat onderwerp te praten.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het blad Quote te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 mei 1999 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, H. van Gessel, mr. A.J. Heerma van Voss, M.J. Kes en mr. B.A. Schmitz, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-34