1999/33 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.H.N. van Essen

tegen

de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

Bij brief van 3 januari 1999 met 8 bijlagen heeft de heer A.H.N. van Essen te Goor (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia (betrokkene).
Hierop heeft de heer G. Driehuis, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 8 februari 1999 met 4 bijlagen. Klager heeft daar vervolgens in een brief van 28 februari 1999 op gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 16 april 1999 zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

De Twentsche Courant Tubantia publiceerde op 9 november 1998 een verslag van een bijeenkomst van het comité Behoud Havezathe Heeckeren. Dit comité voerde actie voor het behoud van de Havezathe Heeckeren te Goor. De gemeente wilde dit pand voor de tijdelijke opvang van asielzoekers benutten. Het artikel droeg de kop Emoties op bijeenkomst Behoud Havezathe: "Alles doorgestoken kaart'. De volgende passage is voor de onderhavige klacht van belang:
Waarnemend voorzitter Broenink waakte er zaterdagmiddag dan ook zorgvuldig voor om een uitspraak te doen die emoties zou kunnen oproepen. Dat deed Van Essen wel. Hij kreeg applaus en hij kreeg de kwalificatie 'schandalig' naar het hoofd geslingerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat geen van de aanwezigen de kwalificatie 'schandalig' heeft gehoord, niet via de microfoon en niet in de zaal. Hij heeft daar later navraag naar gedaan. De voorzitter zou zelfs na afloop hebben vastgesteld dat de vergadering rustig, fatsoenlijk en zonder emotie was verlopen. Het verslag is volgens klager dan ook niet objectief. Een verzoek tot rectificatie van klager werd door betrokkene geweigerd.

Volgens betrokkene zat verslaggever J. Biesemaat, die de bijeenkomst voor de krant bezocht, tussen een groep voorstanders van tijdelijke huisvesting van asielzoekers in de Havezathe. Die toonden duidelijk emoties. Dit leidde tot bewogen debatten na afloop van de bijeenkomst, aldus betrokkene. De taak van een verslaggever beperkt zich volgens betrokkene niet tot feitelijke weergave van hetgeen wordt besproken tijdens een vergadering; een verslaggever dient ook de sfeer van de bijeenkomst aan te voelen en daarvan verslag te doen wanneer dat naar zijn/haar oordeel relevant is. Betrokkene heeft een brief van een der aanwezigen overgelegd waarin deze verklaart dat zij de kwalificatie 'schandalig' tijdens de bewuste bijeenkomst heeft gebruikt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In het gewraakte artikel wordt verslag gedaan van de bijeenkomst van een actiegroep.
Klager gaat uit van de veronderstelling, dat een verslaggever slechts datgene mag vermelden met betrekking tot de gang van zaken, dat via de microfoon kenbaar wordt gemaakt, bij voorkeur met vermelding van de naam van de spreker. Dat is echter niet juist. De verslaggever mag melding maken van al hetgeen hij waarneemt. Ook staat het hem in dat verband uiteraard vrij een beschrijving te geven van de sfeer tijdens de bijeenkomst zoals hij deze heeft ervaren. Betrokkene heeft aannemelijk gemaakt dat de term 'schandalig' naar aanleiding van de uitlatingen van klager wel degelijk is gevallen, ook al hebben klager en met hem een aantal andere aanwezigen dat niet gehoord. Een en ander leidt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Twentsche Courant Tubantia te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 mei 1999 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, H. van Gessel, mr. A.J. Heerma van Voss, M.J. Kes en mr. B.A. Schmitz, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-33