1999/32 ongegrond

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

 

Holland Internet B.V.

 

 

tegen

 

 

redactie van 'Radar' (TROS)

 

 

Bij brief van 9 december 1999 met 6 bijlagen, heeft de heer C. Keizer, directeur van Holland Internet B.V. te Veendam (klager) een klacht ingediend tegen de redactie van het televisieprogramma 'Radar' (betrokkene).
Hierop heeft E.F.M. van Nispen tot Sevenaer, eindredacteur informatieve programma's TROS TV, gereageerd in een brief van 29 december 1999 met 3 bijlagen.

 

 

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

 

 

 

 

DE FEITEN

Op grond van de stukken en de bandopname van de uitzending gaat de Raad uit van de volgende feiten.

 

Het programma 'Radar' heeft als hoofddoel voorlichting te geven over maatschappelijke misstanden op met name consumentengebied. In de uitzending van 19 oktober 1999 besteedde het programma 'Radar' uitgebreid aandacht aan de acquisitie van malafide advertentiebureaus en in het bijzonder aan de activiteiten van het bedrijf Website Services B.V. Daarbij werden beelden getoond van enkele pagina's van de Internetgemeentegids. Klager heeft sinds 1 september 1998 de uitgave van deze gids overgenomen van Website Services B.V. te Amsterdam. In de uitzending werd de naam van klager niet genoemd.

 

 

 

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager is van mening dat in de uitzending ten onrechte de suggestie is gewekt dat er op dat moment een relatie bestond tussen de Internetgemeentegids en Website Services B.V. De redactie zou op de hoogte zijn geweest van het feit dat de rechten met betrekking tot deze gids al ruim een jaar daarvoor waren overgedragen aan klager. De redacteur van het programma was geïnformeerd over het feit dat Website Services al een jaar lang geen advertentieacquisitie meer uitvoert ten behoeve van de gids. Bij de kijker zou de indruk zijn ontstaan dat de Internetgemeentegids deel uitmaakt van een malafide of een criminele organisatie. Klager ondervindt hiervan dagelijks hinder.

 

De gewraakte uitzending over Website Services B.V. had volgens betrokkene tot doel het aantonen van grove misleiding en oplichting bij advertentieacquisitie voor Internet. Website Services maakte daarbij gebruik van een zogenaamde 'personele unie'. Betrokkene vernam pas enkele dagen voor de uitzending dat niet Website Services maar klager inmiddels de zaken behartigde met betrekking tot de Internetgemeentegids. Uit een daaropvolgend gesprek met de directeur van klager, de heer Keizer, kreeg betrokkene sterk het vermoeden dat ook klager tot de personele unie van Website Services behoorde. Dit vermoeden werd in gesprekken met Website Services niet ontkracht.

 

 

 

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De bedoeling van de uitzending was te waarschuwen tegen bedenkelijke praktijken bij advertentieacquisitie voor Internetpagina's. De activiteiten van het in de uitzending genoemde bedrijf Website Services gaven voldoende aanleiding voor een kritische reportage. Dat daarbij ook de Internetgemeentegids werd genoemd ligt voor de hand, omdat Website Services voor deze gids immers advertenties had geworven. Weliswaar werd een recente pagina van de website getoond, maar nu in de uitzending de naam van klager genoemd noch getoond werd, kan van een negatieve associatie van klager met Website Services redelijkerwijs geen sprake zijn geweest.

 

 

 

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

 

De Raad verzoekt betrokkenen aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het programma 'Radar'.

 

 

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 mei 1999 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, H. van Gessel, mr. A.J. Heerma van Voss, M.J. Kes en mr. B.A. Schmitz, leden, in tegenwoordigheid van Mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

 

 

Uitspraak 1999-32