1999/31 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

L. de Leeuw

tegen

H. Albers en de hoofdredacteur van Dagblad Flevoland

Bij brief van 6 december 1998 met 1 bijlage heeft de heer L. de Leeuw te Biddinghuizen (klager) een klacht ingediend tegen journalist H. Albers en de hoofdredacteur van Dagblad Flevoland (betrokkenen).
Hierop heeft J. Bartelds, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 15 maart 1999.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 16 april 1999, in aanwezigheid van klager. Betrokkenen hadden laten weten niet te zullen verschijnen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klager is 'official' van de Koninklijke Nederlandse Zwembond (K.N.Z.B.). Bij zwemwedstrijden op 31 oktober 1998 te Lelystad trad klager op als starter. Na een van de wedstrijden ontstond een geschil tussen een der scheidsrechters, mevrouw Van den Dungen en de 15-jarige zwemmer Vincent. Laatstgenoemde werd vervolgens gediskwalificeerd omdat hij zijn middelvinger opstak naar mevrouw Van den Dungen. Dit incident ontaardde in een conflict, waarna de moeder van Vincent ontslag nam als diplomatrainster bij Zwemvereniging Lely. De gebeurtenissen rond de wedstrijd en dit ontslag vormden het onderwerp van een artikel in Dagblad Flevoland van 3 november 1998 waarin de moeder van Vincent aan het woord kwam. Volgens haar bestond er al langere tijd onenigheid bestond tussen haar en klager, met wie zij niet door één deur kon. Over de gang van zaken volgend op de diskwalificatie merkte zij op: "Het pijnlijke volgde daar vlak na. De Leeuw en Van den Dungen staken de duimen naar elkaar op. De knipoog die volgde bevestigde mijn vermoeden. Er was ook geen discussie mogelijk en de officiële klacht naar de jurykamer leverde niets op.(...)".
Het artikel vermeldde tevens dat klager enige tijd geleden vanwege een conflict als trainer bij Zwemvereniging Lely was ontslagen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Volgens klager geeft het artikel een onjuiste weergave van de gang van zaken ten tijde van de zwemwedstrijd. Zijn goede naam en zijn functioneren als official bij de K.N.Z.B. worden door de tekst van het artikel in twijfel getrokken. Klager probeerde mevrouw Van den Dungen juist te sussen door met beide handen (de handpalmen naar beneden) een op en neer gaande korte beweging te maken. Deze maakte een zelfde gebaar terug om aan te geven dat ze de situatie in de hand had. Klager stelt dat hij de maandag voorafgaand aan de publicatie voortdurend bereikbaar was, maar de verslaggever heeft geen contact met hem gezocht om zijn versie van de gebeurtenissen te vernemen.

De verslaggever is volgens betrokkene goed ingevoerd in het wel en wee van Zwemvereniging Lely. De club zou roerige tijden achter de rug hebben. Het ontslag van klager bij Zwemvereniging Lely diende dan ook als achtergrondinformatie. Aanleiding voor het artikel vormde volgens betrokkene het opstappen van de trainster. Daarover heeft de verslaggever gesproken met de trainster en met de voorzitter van de zwemvereniging. Het verhaal over de opgestoken duimen is afkomstig van de opgestapte trainster en vormde de reden voor haar vertrek. Klager was telefonisch niet bereikbaar voor een reactie. De verslaggever heeft na de publicatie nog contact gehad met scheidsrechter mevrouw Van den Dungen, aan wie hij heeft aangeboden alsnog een artikel te schrijven met een reactie van de kant van de jury. Op dit aanbod is zij niet ingegaan. Van klager heeft betrokkene naar aanleiding van het artikel geen reactie ontvangen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het artikel gaat over het ontslag van een zwemtrainster en de aanleiding daartoe. De integriteit van klager wordt door die, in het artikel aan het woord gelaten, trainster in twijfel getrokken. In haar onder de feiten aangehaalde woorden leest klager, naar in samenhang met de overige inhoud van het artikel wel enigszins te begrijpen valt, kennelijk de beschuldiging van betrokkenheid bij uitlokking van de diskwalificatie van de 15-jarige zoon van die trainster tijdens wedstrijden waar hij als starter optrad. Betrokkene stelt weliswaar dat gepoogd is telefonisch klagers reactie op die beschuldiging te vernemen, maar de Raad komt, nu klager aannemelijk heeft gemaakt dat hij de gehele desbetreffende dag telefonisch bereikbaar is geweest, tot het oordeel dat niet werkelijk serieuze pogingen zijn ondernomen om te achterhalen wat klagers lezing van de gang van zaken was. Desondanks acht de Raad de klacht ongegrond. Bij de gewraakte woorden gaat het immers duidelijk - zoals bij conflicten als waarover het artikel gaat wel vaker het geval is - niet zozeer op feiten als wel op emotie gebaseerde uitlatingen dat niet gezegd kan worden dat de betrokken journalist in strijd met zijn journalistieke verantwoordelijkheid heeft gehandeld door tot publicatie over te gaan zonder serieuze pogingen in het werk te hebben gesteld een reactie van klager te verkrijgen.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad Flevoland te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 mei 1999 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, H. van Gessel, mr. A.J. Heerma van Voss, M.J. Kes en mr. B.A. Schmitz, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 1999-31